Bekijk het origineel

Discussie rond Gerrit Achterberg weer nieuw leven ingeblazen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Discussie rond Gerrit Achterberg weer nieuw leven ingeblazen

4 minuten leestijd

Het "Maandblad Geestelijke volksgezondheid" publiceerde afgelopen week een reeks onbekende brieven van Gerrit Achterberg. Het gaat om een correspondentie met de latere psychiater Hans Keilson. De discussie rond zijn leven en werk -Achterberg wordt wel gezien als de grootste Nederlandse dichter van de twintigste eeuw- wordt dus heropend.

Gerrit Achterberg (1905-1962) blijft letterkundigen en psychiaters bezighouden. Dat was al zo tijdens zijn leven, dat bleef zo na zijn dood. De grote Achterberg-biografie van Wim Hazeu uit 1988 bood uiteindelijk niet op alle fronten opheldering.

Vorig jaar ontbrandde er weer discussie rond de vraag: Kun je de kunst van een misdadig mens wel zonder meer waarderen? Aanleiding voor deze discussie vormde een tweetal artikelen van de hand van G. van Colmjon in Trouw. Van Colmjon vroeg aandacht voor de schade die de dichter had aangericht in het leven van de dochter van zijn hospita. Achterberg schoot in 1937 zijn hospita dood en verwondde haar dochter. Tijdens haar leven werd deze dochter steeds geconfronteerd met de aandacht in kranten en tijdschriften voor het werk van Achterberg. Dat de gelauwerde dichter haar leven had geruïneerd was echter nauwelijks bekend en kreeg dus ook geen enkele aandacht.

Het "Maandblad Geestelijke volksgezondheid" geeft nu min of meer een vervolg aan de discussie van vorig jaar. Diverse psychologen doen in de septemberaflevering van het maandblad een poging de geest van Achterberg te doorgronden. Ze maken daarbij gebruik van psychiatrische rapporten die geschreven zijn in de zeventien jaren dat Achterberg ter beschikking van de regering stond. Hij verbleef onder andere in Neede en Rekken. In 1955 werd hij op vrije voeten gesteld. Overigens was Achterberg ook al voor het noodlottige jaar 1937 over de schreef gegaan. Diverse vrouwen heeft hij ve rkracht of lastiggevallen, soms met het pistool in de hand.

De eigenlijke tekst, namelijk die van de correspondentie, beslaat slechts negen bladzijden in de aflevering van het maandblad. Het moet gezegd worden dat deze correspondentie geen schokkende nieuwe zaken aan het licht brengt. Ze zijn dan ook niet helemaal nieuw; Wim Hazeu heeft er kennis van genomen voor zijn biografie. Wel proef je uit de brieven, die alle uit de jaren veertig stammen, een specifieke sfeer: die van een onzekere en nerveuze man die erkenning en meeleven zoekt en dankbaar is wanneer anderen zich om hem bekommeren.

Dat is ook de indruk van dr. Hans Keilson, die zich zijn eerste ontmoeting met Achterberg in 1941 als volgt herinnert: "Achterberg zat eenzaam wachtend in zijn kamer. Hij hoefde niet zoals andere TBS'ers altijd op het veld te werken. Hij zei dat hij zich over mijn bezoek verheugde. Maar hij was schuw, onrustig. Het gesprek bleef vluchtig. Opeens vroeg hij mij naar de betekenis van het woord "ténébreuse", dat in een van zijn gedichten stond. Voordat ik zijn vraag kon beantwoorden, zei hij plotseling dat hij het liever niet wilde weten."

Niet altijd kwelling

Vanuit de literaire wereld hadden Ed. Hoornik en Bertus Aafjes contact met Achterberg. Hun namen duiken steeds op in de brieven. De meeste literaire contacten met Achterberg ontstonden na 1937, dus in de tijd dat hij opgenomen was. Juist in die jaren, met name de periode 1939 tot 1944, was zijn versproductie op een hoogtepunt: hij publiceerde twaalf bundels. Interessant is het ook te weten welke boeken Achterberg las: Mauriac, brieven van Van Gogh, C. C. S. Crone, Willem Elsschot en anderen. Maar deze namen zijn niet nieuw; Hazeu informeerde al uitvoerig over Achterbergs leesgedrag. Bovendien hebben deze titels niet veel betekenis als het gaat om de interpretatie van zijn gedichten. Wel nuttig is in dit verband de opmerking die Simon Vestdijk maakt in een briefje aan Keilson in 1941: "Achterberg met Kierkegaard, en in het algemeen met iedere mystiek van 'Protestantschen' stempel, in verband te brengen lijkt mij inderdaad zeer goed mogelijk."

Achterberg verbleef lange tijd in 'gevangenschap', maar hij ervoer het niet altijd als een kwelling. In november 1941 schrijft hij: "Wilt u wel geloven, dat de tijd hier voorbij vliegt? Ik ben nu bijna vier volle jaren geïsoleerd en weet niet hoe ze zijn omgegaan. De hoop, telkens weer, op een mogelijke vrijheid, heeft ze broksgewijze verslonden. Het wordt me wel eens bang te moede, als ik denk aan de toekomst. Doch God kent Zijn tijd."

N.a.v. "Maandblad Geestelijke volksgezondheid"; uitg. Bohn, Stafleu en Van Loghum, Utrecht, september 2003; 9,35.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 8 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Discussie rond Gerrit Achterberg weer nieuw leven ingeblazen

Bekijk de hele uitgave van maandag 8 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken