Bekijk het origineel

Beter goede naam dan exorbitante vertrekregeling

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Beter goede naam dan exorbitante vertrekregeling

Herstel van deugden zoals moreel fatsoen is een fundamentele bouwsteen in onze samenleving

7 minuten leestijd

Het bepalen en accepteren van een torenhoge financiële vergoeding is één ding, in onderstaand betoog van Henk Kievit, het behouden van een goede naam een ander ding.

"Consumenten aller landen, boycot Albert Heijn", zo kopte een column in een grote ochtendkrant vorige week. Waarom dan? Dit bedrijf ontslaat 400 mensen, zo kon men elders lezen. Genoeg redenen om juist eerder deze supermarkt te steunen toch? Anders worden wellicht in de toekomst nog meer mensen werkloos?

Nee, het betrof eigenlijk het moederbedrijf Ahold. Daar werd bekend dat de nieuwe directeur, A. Moberg uit Zweden, afkomstig van Ikea, 10 miljoen euro kreeg. En wel als hij óntslagen (!) zou worden bij wanprestatie. Zijn andere salarisvergoedingen zijn overigens ook rustig riant te noemen. Terecht ontstond hierover grote publieke verontwaardiging.

Kleine spaarders

Kunstenaar Willem Hoogeveen wijdt er deze week zelfs publiek een kunstwerk aan, waarin elf witte broden (dagelijks brood van de werknemers) worden gecontrasteerd met gekleurde stropdassen van het duurbetaalde topmanagement. Duizenden kleine AH-spaarders zagen hun spaarsaldo's verdampen door de boekhoudproblemen bij Ahold en daarvan afgeleide gevolgen op de financiële beurs. Dit met grote reorganisaties, waardoor mensen hun baan verliezen - en dan dit tegenovergestelde nieuws. Hoe valt dit met elkaar te rijmen?

Wij leven in Nederland in een kapitalistische samenleving, waar men het van de markt verwacht. De marktwerking zorgt voor een prijsbepaling, die men ervoor overheeft om een bepaald product of een bepaalde dienst te kopen. De tot vervelens toe aangehaalde klassieke moraalfilosoof en econoom Adam Smith werkte in zijn boek "Wealth of Nations" dit welbegrepen eigenbelang uit. Zijn beroemde voorbeeld luidde dat de bakker ons het brood niet uit gevoelens van liefdadigheid verkoopt, maar uitsluitend eigenbelang op het oog heeft. Hij prijst het zo dat wij graag bij hem kopen en niet bij de concurrent, omdat die duurder is. Maatschappelijke dienstverlening wordt zo op wonderlijke wijze omgezet in persoonlijke hebzucht.

Marktprijs

En nu is dus zo'n stevige beloningsprijs voor het aantrekken van een topman, aldus de commissarissen van Ahold, een normale marktprijs. Internationaal managementtalent kost nu eenmaal een paar eurocenten.

Talloze economische en sociologische studies na Smith hebben echter aangetoond dat er veel meer factoren zijn die de prijs beïnvloeden. Het leiden van een multinational als Ahold is geen kleinigheid. Dat het beloningspakket voor zo'n dergelijke directiefunctie aanzienlijk hoger is dan van de supermarktbaas van Albert Heijn in bijvoorbeeld Barneveld, bevreemdt niemand.

Er zijn echter grenzen, maar waar liggen die? Het streven naar onbeperkte winst en materieel gewin heeft in onze tijd de status van eerzame bezigheid gekregen. Deze denkrichting komt rechtstreeks uit het achttiende-eeuwse verlichtingsdenken.

Het weekblad Intermediair publiceerde in mei dit jaar ook de salarissen in de semi-publieke sector. De baas van Schiphol werd als nummer één van de lijst gecompenseerd met een schadeloosstelling van ruim 600.000 euro per jaar. Minister de Geus van Sociale Zaken dacht de exorbitante stijgingen wel te kunnen keren door alles openbaar te maken. Echter, het blijkt dat de schaamte (moreel fatsoen) in onze maatschappij dermate is verdwenen, dat dit niet helpt bij het topmanagement.

Vandaar dat men er nu voor pleit de consumenten met de voeten te laten stemmen door niet meer bij Albert Heijn hun verse krop sla en pakje boter (al dan niet met zelf te plakken kortingsbonnen) te kopen. Tref de exorbitante kapitalisten daar waar ze de omzet vandaan moeten halen en besteed uw geld elders, is het motto.

Politiek signaal

Overigens moet men maar afwachten of het volk ook daadwerkelijk niet gaat kopen bij Albert Heijn, het volk vergeet gauw. Het wordt hoog tijd dat de politiek krachtiger de stem laat horen om daadwerkelijk iets te doen aan normen en waarden in de maatschappij. Het herstel van sociale deugden, zoals moreel fatsoen, is een fundamentele bouwsteen in een goedgeoliede democratische samenleving.

Vrije samenlevingen en ook het bedrijfsleven kunnen niet succesvol functioneren als mensen bepaalde essentiële deugden missen. Of het nu zich misdragende jeugd is, die dronken uit een horecagelegenheid komt en schade aan de samenleving toebrengt, of de leiders en topmensen uit het bedrijfsleven, die de financiële interesse vaak meer op de voorgrond laten staan dan het ethisch besef.

In de Amerikaanse literatuur zijn de grootindustriëlen in het verleden afgeschilderd als roofbaronnen. Dit naar analogie van hertogen en baronnen die ieder jaar eropuit trokken om te plunderen en macht en eer te verwerven. President T. R. Roosevelt noemde hen zelfs "rijke boosdoeners." Hirschman toont in zijn boek aan dat de juichende intellectuele elite in de zeventiende en de achttiende eeuw het streven naar rijkdom opwaardeerde tot een eerzame ambitie. Men gebruikte de energie van de machtige adel dan niet voor andere passies, die nog funester waren voor de samenleving. Hebzucht werd toegestaan om erger te voorkomen. Dit was de moraal van Mandeville in zijn verhaal "De fabel van de bijen" (1705), waar ook Adam Smith zijn welbegrepen eigenbelang op baseerde.

Michael Novak, hoogleraar godsdienst en openbaar bestuur in Washington, haalt in zijn boek "Zaken als roeping. Pleidooi voor het kapitalisme" de drie kerndeugden van het zakendoen aan: creativiteit, gemeenschapsvorming en praktisch realisme. Deze kerndeugden moeten worden ondersteund door andere goede deugden zoals bereidheid tot luisteren, waakzaam blijven, eerlijkheid en rechtvaardigheid.

Laat de top van het bedrijfsleven zo realistisch zijn om te luisteren naar zijn klanten en waakzaam te blijven, opdat zijn naam verbonden blijft aan eerlijkheid en rechtvaardigheid.

Potentialiteit

Nu schreef prof. J. H. Bavinck in zijn boek "Het raadsel van ons leven" dat geld pure potentialiteit, pure mogelijkheid is. Het verveelt niet, daar het nog niets is, maar wel alles kan worden. Het appelleert aan de hebzucht van de mens. Een tweede functie die Bavinck noemt, is dat geldbezit ervoor zorgt dat een mens "iets anders" wordt. "Het verhoogt de waarde van je persoon, het maakt dat de mensen met meer interesse naar je luisteren. Al ben je nog zo'n genie, wanneer je met een lege portemonnaie ergens in een grote stad door de kille regenachtige straten doolt en je maag onaangenaam hard om eten knaagt, voel je je een heel arme stumper. Ben je omgekeerd een nul in elk opzicht, in verstand en karakter, maar overal springen de deuren open en buigen lakeien overal omdat je millionnair zo-en-zus bent. Ten langen leste ga je toch van jezelf denken dat je wat betekent in deze wereld. Dat doet het geld", aldus deze voormalige hoogleraar uit Kampen.

Voormalig anesthesist dr. B. Smalhout wees onlangs terecht op het in 1949 door De Nederlandsche Bank uitgegeven 25-guldenbiljet. Hierop stond een portret van koning Salomo met een tekst uit Spreuken: "Er is een, die uitstrooit, denwelken nog meer toegedaan wordt; en een, die meer inhoudt dan recht is, maar het is tot gebrek" (Spr. 11:24). Vrij vertaald naar de Ahold-gebeurtenis zou het zo kunnen worden verstaan dat degene die ook financieel aan zijn medemensen denkt, eigenlijk nooit tekort zal komen. Maar dat degene die onrechtmatig geld vergaart, gebrek zal lijden. Geen gebrek aan geld, maar aan fatsoen. Dat morele fatsoen, dat aan iemands persoonlijkheid en naam is verbonden.

De spreukendichter schrijft in hoofdstuk 7: "Beter is een goede naam dan goede olie." Goede olijfolie was duur en een eerste levensbehoefte voor het voedsel. Ook diende zij als medicijn. Fijne olijfolie (onder andere nardus), in bepaalde verhoudingen gemengd met specerijen zoals kaneel, kalmus en mirre, werd namelijk ook gebruikt bij het zalven van profeten en koningen. Topman Moberg zei in een recent RTL5-Zaken-interview dat hij de commotie begreep, maar dat er nu maar weer tot de orde van de dag moest worden overgegaan. Dit is niet echt een 'AH-erlebnis', maar een misverstaan van zijn personeel en de publieke opinie. Ook al is de topman Moberg van Ahold 'gezalfd' door de raad van commissarissen, met het slijk der aarde. Hij staat nu te boek als hebzuchtige graaier door dit schandaal in verband met een vertrekpremie indien er sprake mocht zijn van wanprestaties.

Rabbi Alshech schreef in het talmoedisch commentaar: "Een goede naam is beter dan de grootheid van een koning, ofschoon hij met olie is gezalfd."

De auteur is econoom en werkt in de ict-sector.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Beter goede naam dan exorbitante vertrekregeling

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken