Bekijk het origineel

Een catecheet kan niet zonder hilaritas

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een catecheet kan niet zonder hilaritas

Crisis in catechisatie is meer dan ordeprobleem

10 minuten leestijd

De catechisatie zit in de verdrukking. Ze wordt belaagd door de zapcultuur en bliepende mobieltjes. Jongeren kunnen deze vorm van godsdienstig onderwijs niet meer combineren met hun leven van alle dag, constateren drs. M. van Campen, G. Glismeijer en W. Visser. En de catechiseermeesters? "Opmerkingen als: Jij daar, met die blauwe trui, zijn uit den boze."

"Inderdaad, orde houden is een groot probleem", verzuchten catecheten in het algemeen. Jongeren komen niet gemotiveerd naar catechisatie. Ze gaan omdat ze moeten, of ze blijven weg. Ze misdragen zich tijdens het gebed, zingen slecht mee en weigeren iets te leren van de opgegeven lessen.

Drs. M. van Campen, docent aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) en auteur van de catechesemethode "Reflector" wijt de desinteresse van jongeren in catechisatie aan het relevantieverlies daarvan. "De samenleving heeft jongeren zo veel 'moois' te bieden. Wat tijdens catechisatie ter sprake komt, lijkt veel minder aantrekkelijk dan de zeepbellen die de afgoden van onze tijd hun voorhouden. Iemand zei: De eeuwigheid is uit de tijd. Alles draait om het hebben en het genieten. In zo'n cultuur ademen wij, en dat laat ook de gereformeerde gezindte niet onberoerd."

Het gevolg is volgens drs. Van Campen dat jongeren het gevoel hebben dat er tijdens catechisatie antwoorden worden gegeven op vragen die bij hen niet leven. Hun leven speelt zich op een ander niveau af. Motivatie om te leren ontbreekt bovendien. "Hooguit willen ze praten over hun eigen ervaringen."

Eli en Monica

Het beslag van Gods Woord wijkt meer en meer, concludeert ook W. Visser, ouderling in de gereformeerde gemeente van Nunspeet. "Er is een geweldige gezagscrisis ontstaan in het geheel van de maatschappij, die ook onder kerkelijke jongeren diepe sporen trekt. Eerder was er meer het besef dat ambtsdragers door God Zelf geroepen zijn."

Visser is daarom van mening dat orde houden tegenwoordig meer kost dan vroeger. Hij merkt dat het luisteren tijdens catechisatie een steeds moeilijker opdracht wordt. "De didactische werkvormen in het onderwijs wijzigen behoorlijk, terwijl catechisatielessen nog vaak eenrichtingsverkeer zijn."

Drs. Van Campen denkt niet dat het vroeger "zo veel idealer was. Uit mijn eigen jeugd herinner ik me vooral de wanorde."

Gertjan Glismeijer, jeugdwerkadviseur bij de Hervormd Gereformeerde Jeugdbond (HGJB) waarschuwt tegen stigmatisering. "Niet overal heerst wanorde, niet alle jongeren blijven weg. Niet alle ouders zijn 'Eli's'. Monica was ook geen slappe moeder."

Tegelijkertijd is hij van mening dat de crisis meer is dan een ordeprobleem. "Wellicht is een van de grootste problemen dat er veel jongeren zijn die de zaken waarover zij tijdens catechisatie horen, niet meer kunnen combineren met hun leven. Beseffen we dat er vervreemding ontstaat tussen de bijbelse boodschap en de geseculariseerde samenleving? Beseffen we dat jongeren en ouderen in totaal verschillende werelden leven en dat de kerk samen met de catechese maar een smal snippertje is in hun leven?"

Medicijn

Een wondermiddel tegen wanorde en desinteresse bestaat niet. Beide ambtsdragers stellen dat de werking van de Heilige Geest het allerbeste medicijn is. "Geen catecheet die jongeren kan bekeren", zegt drs. Van Campen. "De Heilige Geest wil wel middelen en methoden gebruiken. Daarom is bezinning en toerusting op dit terrein broodnodig."

Glismeijer stelt dat het medicijn "dieper zal moeten gaan dan het opleuken van catechese. Het is van groot belang dat catechese doopcatechese blijft. Dat is: jongeren antwoord leren geven op het machtig jawoord van de Heere bij de doop."

Hij zegt het met enige aarzeling: "de kern van de crisis zou wel eens kunnen zijn dat we het bijbelse zicht op jongeren kwijtraken. Wie durft tegen jongeren nog te zeggen dat ze het "bad der wedergeboorte" ontvangen hebben? We gaan eerder uit van wat voor ogen is dan van wat God Zelf toezegt. De kinderdoop is aan slijtage onderhevig."

Veertien- en vijftienjarigen bezorgen de catecheten over het algemeen niet de prettigste uurtjes. Visser: "Orde houden is daar echt een probleem. Toch zijn er zeker onvergetelijke avonden geweest waarin er geen ordeproblemen waren. Nee, dat lag lang niet altijd aan een goede voorbereiding, hoe noodzakelijk ook. Ook niet aan een duidelijke structuur of afgesproken regels. Je merkte dat een onderwerp aansprak en dat er aandachtig naar elkaar werd geluisterd. Als je elkaar dan bij de deuropening een hand gaf, nam je op een andere manier afscheid."

Het onderwerp "orde houden" brengt je ook intens dicht bij jezelf, ervaart Visser. "Wat gaat er van ons als ambtsdragers uit? Zijn onze woorden en daden in overeenstemming. Soms klemt de vraag: Kunnen onze jongeren nog jaloers op mij zijn?"

Voor Visser is het soms een "bange vraag of ouders van harte achter de catechisatielessen staan. Hoe denigrerend wordt er soms in gezinnen gesprokken over de ambtelijke dienst als "de kattebak". Ik weet het: Er zijn ook ouders die na veel inspanning moedeloos het hoofd moeten buigen, omdat ze hun kind niet meer naar de catechisatie krijgen."

Hellenbroek

Drs. Van Campen: "Een predikant die autoritair is en geen ruimte biedt aan de inbreng van de jongeren, moet zich niet verbazen als de groep zich gaat verzetten. De manier van catechese geven is heel wezenlijk. Een monoloog van drie kwartier houdt de aandacht niet vast."

De hervormde predikant adviseert om aan te sluiten bij de beginsituatie van jongeren en om variatie in werkvormen aan te brengen. "Een bordassociatie, stellingen of een alternatieve manier van bijbelstudie kunnen de motivatie enorm stimuleren. Laat de catechese geen routineklus worden, dat is dodelijk. De kerkvader Augustinus merkte ooit op dat een catecheet niet zonder "hilaritas" kan. Blijmoedigheid."

Glismeijer stelt dat catecheten niet in de eerste plaats uit moeten zijn op populariteit. "Zo van: Als ze me maar aardig vinden. Ze dienen zich als groepsleider op te werpen, dan komt het met de waardering ook wel goed. De persoon die voor de groep staat, is belangrijker dan de methode. Ik geloof werkelijk dat een goede catecheet ook vandaag de dag nog een goede catechisatieles met Hellenbroek kan houden. De HGJB kiest voor een didactisch moderne methode."

"Eigenlijk zou er in iedere gemeente een catechesecommissie moeten zijn", meent drs. Van Campen. Hij denkt dan aan een steungroep die bestaat uit bijvoorbeeld kerkenraadsleden en ouders. "Ook als een predikant alle catechisaties zelf geeft. Ik denk aan uitnodigingen. Volsta je met een kanselafkondiging of stuur je jongeren een aantrekkelijk ogende uitnodiging? Overhandig zo'n uitnodiging persoonlijk; jongeren willen graag gekend worden. Daarnaast kan zo'n commissie een start- of slotavond organiseren en een catechetisch leerplan opstellen. De Heilige Geest geeft gaven in de gemeente. Het is letterlijk zonde -het doel missen- als we die niet gebruiken."

Glismeijer adviseert om in ieder geval twee moeders in zo'n commissie zitting te laten nemen. Omdat zij vanuit de praktijk van het gezinsleven een waardevolle inbreng kunnen hebben.

Rechtvaardigmaking

Speelt de vraag: "Hoe word ik rechtvaardig voor God" nog wel voor jongeren?

"Gelukkig wel", reageert ouderling Visser. Er zijn naast onverschillige jongeren ook jongeren die met deze vraag worstelen. Zij hebben geen rust meer, zijn God kwijt en kunnen Hem ook niet meer missen. Maar ze weten niet hoe het ooit goed moet komen tussen God en hen."

Drs. Van Campen denkt dat die vraag veel minder speelt dan vroeger. "Dat geldt echter ook voor ouderen. Vragen rond eenzaamheid, eigen identiteit, ziekte en persoonlijke problemen vindt men belangrijker. Het is de opgave van de catechese om duidelijk te maken hoe cruciaal de vraag naar vergeving en verzoening met God is."

De jeugdwerkadviseur van de HGJB nuanceert dit met de opmerking dat de vraag naar vergeving weliswaar minder een rol speelt aan de oppervlakte van het denken en doen van jongeren, maar dat "wie goed luistert, ontdekt dat hun (zin)vragen relateren aan de kernvraag van de Reformatie."

Het lukt niet meer om jongeren een heel seizoen te binden met een catechis atiemethode over één onderwerp.

Drs. Van Campen: "Zo'n methode is inderdaad veel te gemakkelijk. Ik ben er niet voor om bijvoorbeeld het Onze Vader in fasen te behandelen. Ook de onderlinge samenhang en structuur van het volmaakte gebed moet duidelijk worden. Met variatie en werkvormen moet dat kunnen."

Visser: "Niet mee eens. Vorig jaar zijn we lang bezig geweest over de Drie-eenheid en toch was er betrokkenheid. Het gaat er wél om afwisseling aan te brengen in het aanbieden van het onderwerp."

Glismeijer: "Als de lesstof geen enkel raakvlak heeft met het bestaan van de jongeren, lukt dan inderdaad niet meer. Maar ik ben ervan overtuigd dat de bijbelse speerpunten nog steeds zeer actueel zijn. Ons geloof is echter een abstractie geworden en staat los van ons bestaan. De kunst is om de bijbelse waarheden te laten landen in het dagelijkse leven van jongeren. Laten we daarbij niet vergeten dat relaties met een catecheet en tussen catechisanten onderling erg belangrijk zijn."

Als je de leer aanpast aan de jongeren, raak je de leer kwijt, als je de jongeren aanpast aan de leer, raak je de jongeren kwijt.

Glismeijer: "Het gaat niet om aanpassen, maar om afstemmen. Wie met een kleuter wandelt en vindt dat de kleuter zich maar moet aanpassen aan het volwassen loopgedrag, zal de kleuter spoedig kwijtraken. Voor wie een tiener infantiliseert, geldt hetzelfde. Afstemmen op is niet iets minderwaardigs. Het is de Heilige Geest Die ons voorgaat en ervoor zorgt dat eenieder in zijn moedertaal hoort over de grote daden van God."

Drs. Van Campen: "Dit is een spanningsveld. Het gaat om het een en het ander. De leefwereld in verbinding brengen met de leerstof en omgekeerd. Je kunt spreken van een pendelbeweging, waarbij je primair probeert uit te zoeken waar de jongeren zitten."

Visser: "Voor beide moeten we inderdaad bang zijn. Daarom is het ook zo belangrijk om aandacht te besteden aan een goede overdracht en aan interactieve lessen. Laten we ervoor oppassen geen kennis meer over te willen dragen! Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is, zegt Hosea. En daarbij gaat het ook over verstandelijke kennis."

De overdracht van kennis moet niet los staan van de bevinding.

Visser: "Van harte mee eens! Het moet in een zuiver evenwicht bewaard worden. Het verstand mag niet uitgeschakeld worden, het hart evenmin. We moeten op de catechisatie uitleggen, verklaren, verduidelijken, verdedigen en toepassen. Catechisatie is Woorddienst en leerdienst! Het is een tweesnijdend scherp zwaard in de handen van jongeren leggen."

Glismeijer: "In de Bijbel is kennis altijd relationele kennis. Ook wat dit betreft dient de catechese voluit schriftuurlijk te zijn."

Drs. Van Campen: "Helemaal mee eens. In het bijbelse kennen zitten beide elementen besloten. Cognitieve kennis en relatie. God kennen is meer dan alles van de Bijbel weten. Anderzijds is het zonder kennis van de Schrift ook niet mogelijk om God op de juiste wijze te leren kennen."

Een catecheet hoeft jongeren niet te kennen om te kunnen catechiseren.

Drs. Van Campen: "Totaal mee oneens. De catecheet is ook pastor. Het begint met het kennen van de namen. Daarnaast moet er aandacht zijn voor het wel en wee van de catechisanten. Zelf heb ik altijd na de les iedereen een hand gegeven. Dan kun je elkaar even in de ogen kijken en vragen hoe het gaat."

Visser: "Absoluut onwaar. Voorwaarde om te catechiseren is dat we de jongeren kennen. Opmerkingen als: Jij daar met die blauwe trui, zijn uit den boze."

Glismeijer: "Als je de jongeren niet kent, bega je ongelukken. Wie niet bereid is tijd, aandacht en liefde te investeren, mag zich afvragen of hij wel werkelijk herder is."

Eén catecheet per groep is onvoldoende.

Glismeijer: "Dat ligt aan de grootte van de groep en aan de deskundigheid van de catecheet. Wil een catechetisch proces tot zijn doel komen, dan zijn kleine groepen noodzakelijk."

Drs. Van Campen: "In sommige gevallen kan het waardevol zijn twee catecheten per groep te hebben." Visser: "Inderdaad is het aan te bevelen in sommige groepen meer catecheten te plaatsen. Voor groepen met ordeproblemen is het zeker een optie."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Een catecheet kan niet zonder hilaritas

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken