Bekijk het origineel

Verantwoordelijkheid als voorrecht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Verantwoordelijkheid als voorrecht

Senaatsvoorzitter Timmerman-Buck: Ik ben een echte kloek voor mijn kinderen

12 minuten leestijd

"Leve de Koningin! Hoera! Hoera! Hoera!" Voor het eerst in de geschiedenis zal een vrouw dinsdag, tijdens Prinsjesdag, met deze woorden alle aanwezigen in de Ridderzaal ertoe aansporen koningin Beatrix toe te juichen. Wie is mevrouw Timmerman-Buck, de nieuwe voorzitter van de Eerste Kamer? "Wat ik echt belangrijk vind in dit leven zijn mijn gezin en het nemen van verantwoordelijkheid als dingen op je levensweg worden geplaatst. Voor mij speelt het rooms-katholieke geloof daarbij een grote rol."

Dinsdag 17 juni is een dag die de christen-democrate Yvonne Timmerman-Buck (46) niet gemakkelijk zal vergeten. Op die dag werd zij gekozen tot voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, kortweg de Senaat. Bijzonder was de verkiezing vooral omdat voor het eerst in de 188-jarige geschiedenis van dit volksvertegenwoordigend orgaan een vrouw de voorzittershamer hanteert.

De ster van mevrouw Timmerman is binnen het CDA pijlsnel omhooggeschoten. "Ik heb rechten gestudeerd en na afloop van mijn studie, in 1980, ben ik aan de slag gegaan op het ministerie van Justitie, bij de afdeling voorwaardelijke invrijheidsstelling. Daar was ik al vrij snel hoofd. Van 1982 tot 1994 werkte ik bij het wetenschappelijk instituut voor het CDA. Daarna was ik ondervoorzitter van de Commissie Gelijke Behandeling. In 1999 kwam ik voor het CDA in de Senaat en in 2001 werd ik gekozen tot fractievoorzitter."

Timmerman had, als ze dat had gewild, nog meer kunnen bereiken. Ze is gepolst voor een post in het eerste kabinet-Balkenende. Ze heeft daar bewust voor bedankt. De reden? "Mijn gezin. Mijn man en ik hebben drie kinderen in de leeftijd van 17, 15 en 14 jaar. Ik vind het niet verantwoord om een baan te nemen die mij zodanig in beslag neemt dat ik geen tijd meer heb voor mijn kinderen.

Deze leeftijd is belangrijk voor hun vorming, dan moet je er zijn als moeder. Ik wil dat ook graag. Ik zou als bewindspersoon de taak thuis niet goed kunnen vervullen. Dat wil overigens niet zeggen dat ik nu wel elke dag met een pot thee klaar zit, maar als het nodig is, ben ik er."

Gaat het voor uw gevoel goed?

"Dat moet u eigenlijk aan mijn kinderen vragen. Ik denk zelf van wel. De kinderen zijn er wat dubbel in. Aan de ene kant vinden ze het heerlijk als er een praatpaal is. Anderzijds ruiken ze de vrijheid als ik er niet ben. Ik ben namelijk een echte kloek en heb de neiging om ze stevig achterna te zitten. Ik vraag hoe het zit met hun huiswerk, met hun vrienden enzovoort. Overigens heeft mijn man met het oog op de kinderen ook in deeltijd gewerkt."

Voor welke ministerspost of staatssecretariaat bent u gevraagd?

"Dat is niet zo belangrijk, ik kijk liever vooruit."

Er zijn best veel mensen die dat willen weten.

"Ik heb niet veel behoefte om de lezer te plezieren met zaken die ik echt voor mezelf wil houden."

Vindt u dat er in het overheidsbeleid van dit moment voldoende oog is voor het gezin en voor ouders om te kiezen voor de opvoeding van hun kinderen?

"U vraagt mij naar een oordeel over het regeringsbeleid. Als kamervoorzitt er geef ik dat niet, want ik ben er nu voor alle kamerfracties. Mijn persoonlijke standpunt is hetgeen de CDA-fractie vindt. Van die fractie ben ik formeel lid. Daarbinnen kan ik volop meepraten over standpunten, maar vanwege het voorzitterschap ben ik naar buiten toe zeer terughoudend met het uitdragen van standpunten over het beleid van de regering."

Het gezin is voor Timmerman-Buck de hoeksteen van de samenleving. Ze kijkt zelf ook met veel genoegen en dankbaarheid terug op het gezin waarin ze werd geboren. "Ik ben opgegroeid in Kerkrade in een gezin met zes kinderen. We hadden en hebben een hechte band met elkaar. Ik ben daar tot op de dag van vandaag heel dankbaar voor.

Mijn moeder was er voornamelijk voor de zes kinderen. Het is een hele opgave om zo'n groep een beetje een deugdelijke opvoeding te geven. Ze heeft dat briljant gedaan. De kinderen, ondertussen allemaal volwassen, staan in het leven zoals mensen in het leven zouden moeten staan, namelijk met een groot verantwoordelijkheidsgevoel voor andere mensen. Mijn ouders hebben ons dat voorgeleefd, mijn vader in zijn werk en mijn moeder in de opvoeding van de kinderen. Overigens was mijn moeder ook bestuurlijk actief als vrijwilliger."

De politiek heeft de kleine Yvonne Buck met de paplepel binnengekregen. "Mijn vader was wethouder en loco-burgemeester in Kerkrade. Daarna was hij dertien jaar lid van Gedeputeerde Staten in Limburg. In het begin van de jaren zeventig was hij staatssecretaris van Volkshuisvesting in het kabinet-Biesheuvel. Hij hield zich daar vooral bezig met stadsvernieuwing. Zijn opvolger, de PvdA'er Schaefer in het kabinet-Den Uyl, heeft grotendeels kunnen oogsten wat mijn vader had gezaaid."

Wat voor rol speelde het rooms-katholieke geloof in uw opvoeding?

"Een heel belangrijke. We gingen wekelijks naar de kerk, hoewel we daar later wel discussies over hadden. We hebben het vormsel ontvangen. Alle kleinkinderen zijn ook gedoopt en als familie mag je daarbij zijn en de warmte ervan beleven."

Speelt dat geloof nu ook nog een rol in uw leven?

"Jaja, bij mij zeker. Ik voel me geïnspireerd door het geloof. Ik beleef dat niet iedere dag op dezelfde wijze, maar als er momenten zijn van rust, bezinning en reflectie over de belangrijke zaken in het leven, dan speelt religie daarin een hoofdrol."

Waar gaat het mevrouw Timmerman-Buck nu werkelijk om in dit leven?

"Dienstbaar zijn. Aan mensen of aan een zaak. Dat ingevuld met een grote mate van verantwoordelijkheidszin. De mens is hier niet op aarde om alleen eigen geluk en welvaart na te streven. Eigen geluk en welzijn kunnen er alleen maar zijn als je er bent voor de ander. We zijn als relationele wezens geschapen. Samenleven doe je niet alleen."

Voor de gereformeerde gezindte binnen het protestantisme speelt het element van verzoening van zonden door het geloof in Jezus Christus een belangrijke rol. Is dat bij u ook zo?

"De verzoeningsgedachte is mij niet vreemd, maar daar gaat het niet alleen om. Veel rooms-katholieken, en daar reken ik mezelf ook toe, zijn blijmoedige mensen die het Evangelie beschouwen als een blijde boodschap. Dat geeft perspectief aan het leven. De taken die je hebt gekregen zijn niet alleen plicht, maar vooral een voorrecht."

Maar als God de maatlat van Zijn wet langs ons leven legt, kunnen we voor Hem niet bestaan, tenzij dat Jezus Christus daartussen treedt. Hoe ziet u dat?

"Mijn godsbeeld bestaat niet uitsluitend uit een oordelende God die de maatlat langs je leven legt. Ik leef met een God Die je kunt vertrouwen en Die je daartoe ook uitnodigt. Een God Die je leidt en begeleidt. Het besef dat je mens bent met zwakke kanten en het perfecte nooit zult bereiken, is inherent aan het menselijk leven. We hoeven niet al te benauwd te leven."

Er komt toch na dit leven een moment dat God zal oordelen?

"Dat geloof ik zeker. Ik had het net over die momenten van bezinning en reflectie. Dan heb je dit soort zaken ook voor ogen. Als ik beslissingen neemt in mijn leven, dan vraag ik me wel eens af wat God daarvan zal vinden als ik later voor Hem sta."

Vindt u dat de gereformeerde gezindte te benauwd leeft?

"Ik matig me geen oordeel aan over het geheel, maar ik heb wel mensen gesproken die dat zo beleven. Dat is bij mij nooit het geval geweest en daar ben ik eigenlijk wel blij om. Die mensen hadden het over "de vreze des Heeren", alsof je bang moet zijn. Zo zie ik het niet."

Maar het woordje vreze in dit verband moet worden opgevat als "ontzag hebben voor".

"Dat vind ik ook en dat hebben we dan gemeenschappelijk. Dat is belangrijker dan het benadrukken van de verschillen. We hoeven van mij echter niet allemaal hetzelfde te zijn. Ieder heeft zijn eigen traditie met daarin veel waardevolle elementen. Ik durf de stelling aan dat die verschillende invalshoeken het CDA hebben verrijkt. Ik verdedig dan ook ten volle dat er binnen mijn partij wordt gekeken naar de zogenaamde bloedgroepen, niet vanwege formalistische overwegingen maar vooral ter verrijking."

Als vice-voorzitter van de Commissie Gelijke Behandeling heeft mevrouw Timmerman zich helemaal toe kunnen leggen op "de dienstbaarheid aan de naaste", zoals ze dat zelf uitdrukt. "Het was heerlijk werk. Je kon echt heel concreet mensen helpen in hun moeilijkheden."

In de gereformeerde gezindte is altijd veel weerstand geweest tegen de Algemene wet gelijke behandeling. Als u terugkijkt, was die vrees dan terecht?

"Nee, dat heb ik van meet af aan gevonden. Ik heb de wet altijd gezien als de bescherming voor de mens die om wat voor reden dan ook te maken krijgt met ongerechtvaardigd onderscheid. Er zijn veel zaken geweest waaruit bleek dat de wet bescherming bood aan mensen die vanwege hun godsdienstige overtuiging in de problemen waren gekomen. Er zijn hele duidelijke jurisprudentielijnen uitgezet. Laten de tegenstanders van de wet de uitspraken van de commissie beoordelen."

Hoe hebt u dat werken in de commissie ervaren?

"Dat was geweldig. Heel mooi. Mijn werk daar was drieledig. Ik was, uiteraard met de andere leden, rechtsprekend en beleidsvormend bezig. Als ondervoorzitter had je ook nog een stukje management daarbij. Op het grensvlak van dat soort taken voel ik me als een vis in het water. Het mooiste was dat je in concrete individuele gevallen recht kon doen. Dat hoefde niet altijd door middel van een uitspraak. Soms zag je tijdens de schriftelijke voorbereiding of tijdens de mondelinge behandeling wederzijds begrip ontstaan tussen partijen. Dat is natuurlijk geweldig. Ik had het reuze naar mijn zin."

Toch bent u ermee gestopt. Waarom?

"Mijn zittingsperiode zat erop. Die kon nog wel worden verlengd, maar ik zat toen al in de Eerste Kamer. Vanwege mijn gezinssituatie wilde ik ook niet meer fulltime werken. Wat ik doe, wil ik graag goed doen. Ik noem mezelf geen perfectionist, maar ik heb wel een behoorlijk vermogen tot zelfkritiek ontwikkeld. Tot mijn grote verrassing kwam toen het fractievoorzitterschap op mijn weg. Om ervoor te zorgen dat de fractie elke dinsdag weer het onderste uit de kan haalt, dat kost veel energie. Het was geweldig om de fractie een meerwaarde te kunnen geven."

Wat voor gevolgen heeft deze werkinzet voor uw functioneren als voorzitter van de Eerste Kamer?

"Ik zet me overal voor 200 procent in, dat zal dus ook hier gebeuren. Ik wil graag dat de Senaat meer zelfbewust en zichtbaar naar buiten treedt. De bestaanszin van dit volksvertegenwoordigend orgaan is voor mij buiten twijfel. De meerwaarde van de Eerste Kamer voor de toetsing van wetgeving op handhaafbaarheid en consistentie met andere wet- en regelgeving wordt door velen gedeeld.

Een tweede aspect wil ik graag in de komende jaren uitbouwen. Omdat het lidmaatschap van de Eerste Kamer een parttime baan is en de meeste senatoren een taak hebben in de maatschappij, bijvoorbeeld het bedrijfsleven of de wetenschap, is er ontzettend veel kennis aanwezig. Juist die combinatie, het dragen van politieke verantwoordelijkheid en het geworteld zijn in de samenleving, zou ik graag beter benutten. Dat kan door het vaker organiseren van zogenaamde beleidsdebatten.

De Eerste Kamer debatteert in de regel altijd over wetsvoorstellen. We hebben wel beleidsdebatten naar aanleiding van begrotingen, maar mijns inziens zouden we vaker debatten over bepaalde beleidsonderdelen kunnen organiseren. De Tweede Kamer blijft te vaak steken in de politieke actualiteit. Ik zeg dat niet in verwijtende, maar in constaterende zin. Ik hoop dat de Eerste Kamer deze uitnodiging oppakt als een uitdaging. Ik weet dat diverse senatoren mijn gedachten delen."

Voordat Timmerman-Buck ondervoorzitter werd van de Commissie Gelijke Behandeling, was ze werkzaam bij het ministerie van Justitie en daarna bij het wetenschappelijk instituut voor het CDA.

Waarom hebt u de overstap gemaakt van het ministerie van Justitie naar het CDA?

"Op het departement heerste destijds een sterke parafencultuur. Daar was ik niet gelukkig mee. Anderen wezen me op de advertentie van het wetenschappelijk instituut. Omdat we vroeger thuis zo veel over politiek hoorden en erover debatteerden, sprak die advertentie me erg aan. Ik heb daar werkelijk een fantastische tijd gehad met onder anderen Jan Peter Balkenende en Ab Klink. Er wordt wel eens grappenderwijs gezegd dat het een coup is dat Jan Peter nu premier is, Ab directeur van het wetenschappelijk instituut en ik voorzitter van de Eerste Kamer, maar dat is natuurlijk niet zo.

Toen ik daar werkte, hebben we met de gehele staf een visie ontwikkeld op de verantwoordelijke burger, de verantwoordelijkheid van de maatschappelijke organisatie en die van de overheid. We hebben tal van rapporten geschreven over onderwerpen die in en buiten het CDA heel gevoelig lagen. We hebben halverwege de jaren tachtig al gepleit voor een geregistreerd partnerschap voor mensen van hetzelfde geslacht. Dat was te vroeg. Links verguisde ons omdat we in hun ogen homoseksuelen het huwelijk opdrongen, terwijl er juist stemmen opgingen om dit instituut af te schaffen. Onze achterban vond een dergelijke regeling veelal te ver gaan. Overigens hebben we bij het wetenschappelijk instituut ook veel met elkaar gelachen."

Hoe was uw relatie met Balkenende?

"Uitstekend. We konden goed met elkaar samenwerken. We gingen met elkaar voor diepgang, coherentie en een vertaalslag naar het heden. Alle rapporten die toen zijn verschenen, waren gebaseerd op dezelfde uitgangspunten."

Ze zeggen dat u nu nog behoort tot de intimi van Balkenende. Klopt dat?

"Toen we bij het wetenschappelijk instituut werkten, troffen we elkaar dagelijks. Dat is nu niet meer het geval. De verhouding is nog wel buitengewoon hartelijk. We hebben samen veel meegemaakt en dat bindt."

Maar behoort u nu wel of niet tot die intimi?

"Ik vind de vraag niet relevant. Ik ben nu voorzitter van de Eerste Kamer en ik ben er voor elke senator. Het kan overigens wel gemakkelijk zijn als je de premier of andere bewindslieden wat beter kent."

Het is de regel dat de voorzitter van de Senaat de zogenaamde verenigde vergadering van de Tweede en de Eerste Kamer voorzit. Dinsdag is er zo'n bijeenkomst en wel in de Ridderzaal. Koningin Beatrix zal daar de Troonrede voorlezen. Na afloop daarvan zwaaien de aanwezigen onder aanvoering van Timmerman-Buck Hare Majesteit lof toe, daarbij tot driemaal toe hun rechterhand en -arm omhoogheffend.

Kijkt u daarnaar uit?

Bescheiden: "Het zal voor mij zeker anders zijn dan voorheen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Verantwoordelijkheid als voorrecht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken