Bekijk het origineel

WTO moet voedselsoevereiniteit erkennen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

WTO moet voedselsoevereiniteit erkennen

4 minuten leestijd

Een wereldperspectief op landbouw en landbouwontwikkeling lijkt een goede zaak. Maar schijn bedriegt, vindt dr. ir. R. A. Jongeneel.¶

Handelsvertegenwoordigers vanuit de hele wereld zijn momenteel bijeen in Cancun, een stad in Mexico, op de ministeriële vergadering van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Vanuit Nederland is er een delegatie van zo’n tachtig personen, onder leiding van minister Brinkhorst van Economische Zaken.LiberalisatieEen van de agendapunten is de overeenkomst met betrekking tot de verdere liberalisatie van de landbouwmarkten. De uitkomst van dit overleg kan belangrijk zijn. Het landbouwbeleid is, zoals tijdens de mkz-crisis pijnlijk bleek, allang geen zaak van de nationale overheid meer, maar van Brussel. Het is ook Brussel, ofwel de Europese Unie, die de WTO-onderhandelingen voert. Wat dat betreft zal de rol van de Nederlandse delegatie uiterst bescheiden zijn. Moeten we echter ondertussen niet zeggen dat de kaders voor het landbouwbeleid zo onderhand ook geen zaak van Brussel meer zijn, maar een aangelegenheid van de hele wereld zijn geworden?¶ In het kader van de voortschrijdende globalisering lijkt een wereldperspectief op landbouw en landbouwontwikkeling een goede zaak. De schijn bedriegt echter. Een groot deel van de wereld bekijkt het hele circus in Cancun met argusogen. Allereerst zijn dat de ontwikkelingslanden: hun belangen zijn groot, maar hun zeggenschap is bescheiden. Maar niet alleen de arme landen zijn verontrust, ook een groot aantal niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) en andere bewegingen uit het zogenaamde middenveld (”civil society”) maken zich zorgen. Ook zij zullen proberen zich in Cancun te laten horen. Zij willen dat de WTO eerst de voedselsoevereiniteit erkent en pas daarna over liberalisering gaat praten.

Eigen beleid

Wat houdt die voedselsoevereiniteit in? Ze heeft alles te maken met voedselzekerheid. Het begrip is voor het eerst op de internationale agenda geplaatst door de Via Campesina, een internationale beweging van kleine boeren en landarbeiders, op de wereldvoedseltop in Rome in 1996. ¶ In essentie gaat het erom dat men vindt dat landen het recht hebben hun eigen landbouw- en voedselbeleid te voeren, mits ze zich maar niet schuldig maken aan oneerlijke concurrentie op de wereldmarkten, bijvoorbeeld door producten onder de kostprijs op de wereldmarkt te dumpen.¶ Ik denk dat ze daarmee een goed punt hebben. De doelstelling van de WTO is het voorkomen van handelsverstoring en oneerlijke concurrentie. Dat is een goede doelstelling en die moet wat mij betreft nog scherper dan op dit moment gebeurt in de gaten worden gehouden. Nu wordt de ene duidelijk zichtbare vorm van protectie nog wel eens ingeruild voor een wat minder zichtbare vorm van protectie. Cosmetisch oogt het leuk, maar echte vooruitgang en meer faire handelsverhoudingen worden daar niet mee bereikt. En om dat laatste zou het de WTO tenslotte moeten gaan.¶ De doelstelling van de WTO is echter niet om landen hun interne beleidsvrijheid af te nemen. Dat is nooit de bedoeling geweest en dat zou het ook niet moeten zijn. Als een land een eigen inkomenspolitiek of milieubeleid wil voeren, moet het daar alle ruimte voor hebben. Landen hebben wat dat betreft zo hun eigen prioriteiten en ook hun eigen specifieke problemen, die niet om een globaal, maar een lokaal antwoord vragen. Waar maatwerk nodig is, moet maatwerk kunnen worden geleverd!¶ De WTO mag daarom haar tentakels niet zo ver uitslaan dat landen hun eigen zaakjes niet meer kunnen en mogen regelen. Die kant dreigt het wel steeds meer op te gaan en dat is waar de ngo’s en Via Campesina zich terecht tegen verzetten.¶

Concurrentievervalsing

Nu is het bijvoorbeeld zo dat de EU nog geen etiket aan genetisch gemodificeerd voedsel mag hangen, of ze dreigt zich voor een WTO-panel te moeten verantwoorden. Het kan toch niet zo zijn dat als een samenleving bepaalde eisen aan dierenwelzijn stelt of wil stellen, ze gelijk om de oren wordt geslagen met ”concurrentievervalsing”? ¶ En als een ontwikkelingsland dumping constateert die zijn eigen arme boeren het leven onmogelijk maakt, moet het zich daartegen toch mogen beschermen via importtarieven? Nu wordt het die mogelijkheid nagenoeg ontnomen.¶ De voorstanders van voedselsoevereiniteit pleiten in feite voor een economie ten dienste van de samenleving. Een economie, en dus ook een handel, die niet louter in het teken van het grote geld of de commerciële belangen van economische supermachten en multinationals staat, maar die primair gericht is op vermindering van noden, gebrek en lijden. Economie en handel zijn immers geen doelen in zichzelf, maar veeleer middelen. Scherper nog, het economische verliest zijn zin wanneer het een doel in zichzelf wordt en zijn laatste grens ziet in de bankbiljetten.¶

De auteur is landbouweconoom aan Wageningen Universiteit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

WTO moet voedselsoevereiniteit erkennen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken