Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

"Wij willen nu gewoon vrede en terug naar school"

Liberiaanse kindsoldaten gaan weinig rooskleurige toekomst tegemoet

5 minuten leestijd

MONROVIA - Met grote AK-47's staan kinderen bij controleposten van rebellen in de jungle of lopen door de straten van de Liberiaanse hoofdstad Monrovia. De lopen van hun geweren zwijgen sinds op 18 augustus een bestand is ondertekend met de rebellen die Monrovia wekenlang belegerden.

Sommige kindsoldaten dromen van een toekomst die Liberia ze misschien nooit zal kunnen bieden: een gezin waarin iedereen nog leeft, een gedegen opleiding en een baan. Anderen hebben volgens hulporganisaties al zo lang gevochten in het door burgeroorlogen verscheurde land dat zij bijna niet anders kunnen dan doelloos wachten op een volgende oorlog.

"We willen nu gewoon vrede, we willen terug naar school", zegt een 11-jarige rebel, die zich Dissident Baby noemt. "Maar ik heb een schooluniform nodig om naar school te kunnen. En geld om de school te betalen."

Liberia was tot veertien jaar geleden een welvarend land. Toen braken de conflicten en burgeroorlogen uit die tot op heden voortduren. Kinderen worden soms op 6-jarige leeftijd al gerekruteerd voor de strijd. En niet alleen door de rebellen. Charles Taylor, die op 11 augustus als president werd afgezet, richtte in de jaren '90 een speciale eenheid op voor kindsoldaten in het regeringsleger, de Small Boys Unit.

Volgens hulporganisaties zitten tussen de 10.000 en de 15.000 kinderen in het leger van de rebellen of de regering. Nu er een vredesovereenkomst is, wachten zij op hun terugkeer in de maatschappij. De dromen van de jongens en meisjes zijn simpel, maar in het verwoeste Liberia momenteel nagenoeg niet te realiseren. "Ik wil een grote gele machine leren besturen", zegt Otis, die er jonger uitziet dan 13 en zeer onder de indruk is van de enorme vorkheftrucks die hij in de haven van Monrovia heeft gezien. Hij heeft een vrouwenpruik op zijn hoofd om vijanden af te schrikken, een kalasjnikov onder zijn arm en een marihuanajoint tussen zijn lippen. In tegenstelling tot zijn verschijning zijn zijn ambities heel normaal. "Ik wil een vak leren", zegt hij.

Toen de rebellen zich terugtrokken uit Monrovia verwoestten zij de vorkheftrucks. Er is nog meer vernietigd: de meeste scholen in Liberia, kerken, speelplaatsen en andere plekken waar kinderen kunnen spelen en leren. Gezinnen zijn ontwricht en uiteengevallen door de gevechten, die aan zeker 150.000 mensen het leven hebben gekost en zo goed als alle Liberianen op uit hun huis hebben gedreven. Zo'n 80 procent van de 3,2 miljoen Liberianen is werkloos en/of ongeletterd en 85 procent van de bevolking leeft van minder dan 1 dollar per dag. De hoofdstad zit al sinds 1992 zonder elektriciteit en het wegennet is duidelijk even lang niet meer gerepareerd. Legaal werk is er bijna niet.

"Het ontwapenen van de kinderen is niet het probleem. Maar dan stappen zij deze maatschappij in, met deze economie en armoede. Daar heb ik geen oplossing voor", zegt Bjorn Forsen van Unicef, het kinderfonds van de Verenigde Naties, dat de ontwapening en herintegratie van de kinderen op zich heeft genomen. "Ze willen timmerman of taxichauffeur worden, maar er is geen werk. Wat is dan het alternatief?" vraagt Forsen zich af.

Hulporganisaties kunnen de kinderen voedsel geven en zorgen voor kindvriendelijke omgevingen en scholing. Soms lukt het zelfs gezinnen weer te verenigen. Maar de economie moet nieuw leven worden ingeblazen door buitenlandse investeerders, zodat er banen komen. Komen die niet, dan verschaffen strijdlustige krijgsheren de kinderen wel een baan, zo stelt David Moussa Ntambara van Unicef. "Het is makkelijk voor ze om weer te gaan vechten als de maatschappij ze niet kan opnemen", verklaart hij.

De strijdende partijen hebben in de vredesovereenkomst beloofd ervoor te zorgen dat hulporganisaties de kinderen kunnen bereiken. De eerste contacten worden gelegd, maar er is nog geen concreet programma. Naar schatting zal het ontwapenen en herintegreren van de kinderen zo'n 5 tot 6 miljoen dollar per jaar kosten. Wanneer de stabiliteit langzaam terugkeert, moeten kinderen overtuigd worden om de tastbare macht van het geweer in te ruilen voor de beloftes van hulporganisaties.

"Ik wil leren naaien", zegt Tina, die met een automatisch geweer op haar knieën bij een rebellenpost op het platteland zit. Ze draait een verscheurde paraplu op haar schouder rond. Ze zegt dat ze 19 is, maar ze ziet er duidelijk jonger uit, en ze heeft twee jaar voor de rebellen gevochten. Meisjes worden meestal niet alleen in de strijd ingezet, maar ook gebruikt als concubines van rebellenleiders.

Volgens Ntambara van Unicef heeft de ervaring in Sierra Leone en Rwanda uitgewezen dat het niet makkelijk is om kindsoldaten weer te laten meedraaien in de maatschappij. "Als ze onderdak kregen in een dorp braken er gevechten uit. Als ze gingen voetballen, moesten ze winnen, en anders gingen ze vechten", vertelt hij.

Een groepje jongeren dat op een veldje in Monrovia aan het voetballen is, zegt dat kinderen die gevochten hebben zeker weer mogen meedoen. "Zij kunnen er niets aan doen. Grote mensen hebben hen beïnvloed", zegt de 19-jarige Emmanuel Wleh. Ook volwassenen hebben goede hoop. "Ze zullen worden geaccepteerd. Wij zijn een volk dat snel vergeet en vergeeft", zegt de 56-jarige Sylvester Sannoh. "Ze zijn onze broeders en zusters", vervolgt hij. "En onze kinderen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken