Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Praktische theologie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Praktische theologie

4 minuten leestijd

Waar houden beoefenaars van praktische theologie in Nederland zich momenteel mee bezig? Op deze vraag geeft de hier besproken bundel een duidelijk antwoord.

Om te beginnen geeft prof. dr. F. G. Immink (bij de overige auteurs acht ik de titels verondersteld) een helder overzicht van "praktische theologie in een meerstromenland", mede aan de hand van enkele schetsen van praktische theologen in Groningen (Dingemans), Utrecht (Jonker), Leiden (Van Gennep), Amsterdam (Strijd/Zijlstra). Vervolgens tekent hij de aandachtsvelden in het huidige praktisch-theologische onderzoek, dat steeds meer een zaak van teamwork wordt.

Evenals in zijn programmatische boek "In God geloven" beklemtoont Immink ook hier de verstrengeling van de tussenmenselijke communicatie en de geloofspraxis als omgang met God. De specifieke theologische reflectie moet blijven, maar in toenemende mate gepaard gaan met empirisch onderzoek. Met andere woorden: het is heel goed om religie, godsdienst en geloof te bestuderen als menselijke verschijnselen, maar dat mag geen afbreuk doen aan de aandacht voor het werk van de levende God, die geloof werkt en door Zijn Geest wereldwijd Zijn Kerk bouwt.

Van de overige hoofdstukken duid ik slechts met een enkel trefwoord de inhoud aan. R. J. de Vries geeft een goede typering van Thurneysen (de breuklijn in de lengterichting van het gesprek), H. C. van der Meulen gaat kritisch in op Manfred Josuttis en diens visie op de inwijding in het Heilige, mw. G. Hogewij-Speelman bespreekt "grensoverschrijding en bekering" aan de hand van het voorbeeld van een moslim die christen werd, H. Heyen schrijft over "de individuele arcaandiscipline" (geloofscommunicatie die opzettelijk impliciet blijft), mw. J. Meulink-Korf over "Ik en de ander", H. Noordegraaf over "Diaconaat in een veranderende verzorgingsstaat", A. K. Ploeger over het gebruik van postmoderne kunst ter verdieping van het diaconale bewustzijn van de gemeente.

H. P. de Roest laat zien dat in gemeenteopbouw een gedeeld crisisbewustzijn tot nieuwe bevlogenheid kan leiden en dat hierbij tot op zekere hoogte leentjebuur kan worden gespeeld bij bedrijfskunde. W. Verboom houdt een aansprekend pleidooi voor wat hij aanduidt als "bevindelijke catechese", catechese die de geloofsinhoud verbindt met concrete geloofservaring in de hedendaagse context.

Ik onderschijf van harte de bedoelingen van Verboom, maar heb hier toch wel de vraag of het gebruik van de aanduiding "bevindelijk" echt verhelderend en niet eerder verwarrend werkt. Het moet wel duidelijk zijn dat hij "bevindelijk" opvat in zeer brede zin: de verwerkelijking van het geloof in de praktijk van het leven van elke dag, midden in de maatschappij en cultuur van vandaag. Het gaat dan om geloven met hart en handen en voeten. Dat is een andere invulling van "bevindelijk" dan gebruikelijk is in de gereformeerde gezindte, waar over het algemeen eerder aan "het ingekeerde leven" en "de verborgen omgang met God" gedacht wordt. Ik ben benieuwd hoe vertegenwoordigers van andere theologische richtingen op deze terminologie zullen reageren.

K. H. Miskotte komt in twee opstellen ter sprake: als prediker (homileet) in de bijdrage van M. den Dulk en als pastor in het hoofdstuk van de hand van R. Brouwer. Inzichtgevend is ten slotte de bijdrage van mw. G. J. M. Kievit-Lamens over "De eigen visie van de ziekenhuispredikant", waarbij ze aan de hand van een casus rond euthanasie laat zien hoe de opstelling van een bepaalde pastor in hoge mate door zijn biografische achtergrond werd bepaald en dat het voor competent pastoraal handelen van eminent belang is niet belemmerd te worden door eigen persoonlijke ervaringen.

Een bundel als deze biedt voor elk wat wils, hetgeen als schaduwzijde heeft dat het ene hoofdstuk de lezer meer zal aanspreken dan het andere, terwijl het ook zo is dat de ene bijdrage met instemming wordt gelezen, terwijl de andere tegenspraak oproept.

Praktische theologie blijft een belangrijk terrein van theologische wetenschap. Het Woord van God zal uitgangspunt moeten zijn bij het nadenken over pastoraat, diaconaat, apostolaat, gemeenteopbouw enzovoorts. Daarbij is helder zicht op de werkelijkheid waarin alle kerkenwerk plaatsvindt onontbeerlijk, maar aan die werkelijkheid kan geen normatieve kracht worden toegeschreven. Bij sommige opstellen in deze bundel lijkt dat toch te veel te gebeuren.

N.a.v.: "Praktische theologie in meervoud. Identiteit en vernieuwing", door Gerrit Immink en Henk de Roest (red.); uitg. Meinema, Zoetermeer, 2003; ISBN 90 211 3921 9; 248 blz.; 17,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Wednesday 10 December 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Praktische theologie

Bekijk de hele uitgave van Wednesday 10 December 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken