Bekijk het origineel

Het vrome bedrog van Engeltje

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het vrome bedrog van Engeltje

Geruchten rond wondervrouwtje werden steeds sterker

6 minuten leestijd

Het woord "bedrog" komt niet zo veel in de Bijbel voor: slechts 39 maal. En daarvan zelfs éénmaal in gunstige betekenis, als Paulus schrijft dat hij de Korinthiërs met bedrog gevangen heeft. De psalmdichter spreekt de mens welgelukzalig in wiens geest geen bedrog is. Maar hoe vaak loert het bedrog niet om de hoek? Zelfs tot in ontroerende bekeringsgeschiedenissen toe. Feiten mooier maken dan ze zijn, situaties nét iets wonderlijker beschrijven. Engeltje van der Vlies verdiende zelfs met haar 'vroom' bedrog de kost.

Ze kwam in Schiedam ter wereld, 20 augustus 1787. Een zwak kind, voortdurend ziekelijk. Haar eerste levensjaren werd ze geplaagd door stuipen en voortdurende, hevige buikpijn. Ze volgde enig onderwijs, ging als vijftienjarige uit werken om een financieel steentje bij te dragen in de kosten van het levensonderhoud. Drie jaar later verhuurde ze zich als dienstbode bij ds. I. Hoek, in de pastorie van het dorpje Pijnacker onder de rook van Delft. Daar ging het de eerste tijd goed, totdat

Ze had een broer op wie ze bijzonder gesteld was. Ongelukkigerwijs werd hij ingeloot om in het leger van Napoleon te dienen. Dat voorspelde weinig goeds. De grote despoot keek niet op een soldaat meer of minder en offerde jonge levens op het altaar van zijn eigen grootheidswaan. De slagvelden kleurden rood van het soldatenbloed.

Die inloting betekende een ommekeer in het leven van de bezorgde zus. Vanaf dat onheilsbericht ging het minder goed met haar. Ze kreeg steeds regelmatiger zenuwaanvallen, het eten smaakte haar niet meer en haar maag gaf met de regelmaat van de klok het voedsel weer terug. Geen dokter kon hulp geven, geen medicijn baatte. De pillen, drankjes en poeders kwamen even snel terug als ze waren toegediend. Ten slotte teerde Engeltje op wat sla, karnemelk en stukjes vlees of vis. Meer niet. En ook daaraan kwam een einde. Wat overbleef, was een beetje water.

Engeltje werd steeds benauwder, kreeg allerlei ontstekingen en kramp op haar borst. Men vreesde voor haar leven. En niet ten onrechte. Van enig werk doen was allang geen sprake meer. Ze hield zich, zittend in een leunstoel, bezig met wat breiwerk. Voorzover ze niet op haar matras lag.

Vastenwonder

Natuurlijk deed het verhaal van Engeltje de ronde. Eerst in Pijnacker, spoedig daarna wist men ook in Delft over haar te vertellen en in de wijde omgeving werden de verhalen steeds sterker en wonderlijker. Hoe was het mogelijk dat een jonge vrouw zonder eten in leven kon blijven?

Inmiddels had ze inwoning gekregen bij een echtpaar dat haar dagelijks verpleegde. Door de rust waarin ze verkeerde -ze deed niet anders dan lezen en breien- knapte ze weer op. Engeltje kreeg dagelijks bezoek. Ze liet zich dit welgevallen. Sommige bezoekers lieten wat geld achter en langzaam maar zeker werd "het mirakel van Pijnacker" een betaalde attractie. Ze bracht haar heer "veel gewin" toe door zich alleen maar te laten bekijken. En haar eigen spaarpot zal ongetwijfeld vetter geworden zijn dan zijzelf.

Hoewel, het bleef onverklaarbaar dat Engeltje een bol gezicht bleef houden. Geen spoortje van vermagering te zien. Daarbij was ze vrolijk en opgewekt, hoewel ze weinig sprak.

Engeltje werd beroemd. Er was zelfs een reisgids die de woning van "het vastenwonder" als een toeristische attractie opnam. Volgens een document kreeg zij in 1826 bezoek van meer dan 1000 mensen, die met eigen ogen wilden zien hoe ogenschijnlijk gezond een mens kon blijven door uitsluitend water te gebruiken.

Controle

Toch ontstonden er geruchten rondom haar leefwijze. Er waren mensen die het ronduit niet vertrouwden. De geruchtenstroom zwol aan. Was het waarheid of bedrog? Er kwam ten slotte een geneeskundig onderzoek aan te pas. Daar voelde Engeltje eerst niets voor, maar burgemeester Laurens van den Braak wist haar over te halen om mee te werken aan zo'n geneeskundige inspectie.

Op 11 november 1826 begon het onderzoek. Het daarvoor benodigde geld werd door de Staten gesubsidieerd, zózeer stelde de rijksoverheid belang in deze merkwaardige situatie. Vier weken lang, tot 9 december, hielden vier daartoe aangewezen vrouwen het gedrag van het wondervrouwtje nauwkeurig in de gaten. Zouden deze dames hun werk niet serieus doen, dan verviel hun salaris. Daarnaast vielen enkele artsen en dorpsdokter A. Grootenboer onverwacht binnen om hen te controleren.

De vier dames moesten een rapport bijhouden. Dagelijks noteerden zij hetzelfde, namelijk dat ze niets verdachts hadden gevonden bij het wassen, verschonen en uitkleden van de patiënt en het inspecteren van het bed. Engeltje breidde die vier weken onverstoord door en deed naast lezen en naaien nog enig licht werk. Zonder eten. Daarvan waren de vier waaksters overtuigd.

Op 18 december werd het verslag van hun bevindingen voor een Delftse rechtbank onder ede vastgesteld. Alle wantrouwen werd als laster afgedaan en de reputatie van Engeltje werd niet beschadigd. Een wonder, oordeelde men. Ook de kerkenraad van Pijnacker vond dat. Het hele verhaal werd op een oorkonde vastgelegd, die een veilige bewaarplaats kreeg achter het kerkorgel.

Pastorale zorg

Inmiddels stond in het nabije Berkel ds. C. E. van Koetsveld, dezelfde die het bekende boek "Schetsen uit de pastorie te Mastland" schreef en die later hofprediker werd. Omdat zijn Pijnackerse collega Joh. de Jong zich niet voor Engeltje interesseerde, bezocht hij haar vaak en voelde hij zich geroepen haar op te nemen in zijn pastorale zorg. Diepgaand waren de gesprekken met haar niet. Ze was erg gesloten over zichzelf, hoewel ze de predikant regelmatig liet weten dat ze bereid was om te sterven. Op 23 december 1853 brak voor haar dat ogenblik aan. Toen kwam ook de ontknoping van het wonder.

De burgemeester gaf van haar overlijden kennis aan de geneeskundige inspectie, die onmiddellijk bevel tot lijkschouwing gaf. Deze vond twee dagen later plaats, nota bene op eerste kerstdag, in een plaatselijk schoolgebouw. Tot verbazing der beschouwers werden in haar maag resten van gewone maaltijden gevonden: karnemelk met grutjes en vlees.

De chirurg schudde de man bij wie het mirakel jarenlang onderdak had gekregen ruw door elkaar en dwong hem tot een bekentenis. Die kwam grif. De man had vooraf aan de vrome Engeltje gevraagd of het zonde was wat hij deed, maar zij zag daar geen kwaad in. En die vier weken inspectie in 1826 dan? Heel simpel: achter haar bedstee was een luikje in het planken beschot, waardoor Engeltje onopgemerkt haar dagelijks brood kreeg aangereikt.

De achting voor Engeltje veranderde in minachting. Het vermeende wonder Gods was niet anders dan vroom bedrog.

Pijnacker, 1853

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 31 december 2003

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Het vrome bedrog van Engeltje

Bekijk de hele uitgave van woensdag 31 december 2003

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken