Bekijk het origineel

Een vruchtbare leerschool in Boké

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een vruchtbare leerschool in Boké

Ds. Tolno: "Je wordt hier helemaal teruggeworpen op de genade van God"

5 minuten leestijd

BOKE - Vanuit de Forest, de oerwoudprovincie in het zuidoosten van Guinee, werd ds. Moïse Sidiki Tolno uitgezonden naar Boké, in West-Guinee. Om daar de kleine gemeente van christen-Forestiers te dienen en zending te bedrijven. "Ik wist dat het niet eenvoudig zou zijn, maar God liet me zien dat ik hiernaartoe moest."

Als een klamme deken hangt de vochtige hitte in de veranda van de woning van pasteur Moïse Sidiki Tolno. Op het onverharde terrein voor de kerk is een groepje vrouwen rijst aan het koken, op een rokend vuurtje. Een van hen klooft met een bijl nieuw brandhout om de vlam levend te houden.

Voor de zwarte predikant is het een vertrouwd tafereel. In 2000 kwam hij vanuit de stad Guékédou, in de Forest, naar Boké. Op verzoek van een groepje christen-Forestiers, voornamelijk ambtenaren en studenten. De stad kende geen enkele kerk waarbij ze zich konden aansluiten. Voor de Eglise Protestante Evangélique (EPE) was dat reden om een predikant te sturen, in de persoon van Tolno.

In Boké maakte de voorganger van de EPE kennis met de Mission Evangélique Réformée Néerlandaise (MERN), de zending van de Gereformeerde Gemeenten in Guinee. Geruime tijd werd het groepje verstrooide christenen gediend door evangelist Johan Commelin, die jaren voor de ZGG in Guinee werkte. "De gemeenteleden spreken nog altijd met veel achting over hem", zegt Tolno. "De goede relatie tussen onze gemeente en de MERN is na het vertrek van Commelin blijven bestaan. We spreken niet dezelfde taal, maar in Christus zijn we één."

De opdracht waarmee de Guinese predikant werd uitgezonden was tweeledig: zorg dragen voor de kleine gemeente, de enige protestantse kerk in Boké, en zending bedrijven onder de Landouma-stam. In de praktijk komt hij aan het laatste nauwelijks toe. Het werk in de gemeente slokt hem dermate op, dat hij geen tijd vindt om de stamtaal te leren. Daar komt bij dat de Forestiers door veel inwoners van Boké als onreine inboorlingen worden beschouwd. Omgekeerd hebben de Forestiers weinig invoelingsvermogen voor moslims. "Werken onder moslims is moeilijk", constateert Tolno. "Door middel van bijbelcursussen proberen we hen te bereiken. We houden ook regelmatig dagen van gebed en vasten, maar tot nu toe kent onze gemeente slechts één bekeerling. Die hoopt binnenkort te gaan studeren aan het theologisch instituut van de EPE, in Telekoro."

In de contacten met inwoners van Boké stuit de predikant keer op keer op de veronderstelling dat hij uit materiële overwegingen christen is geworden. "Ze zien dat ik omga met mensen van de Mission Evangélique Réformée Néerlandaise en denken dat ik van hen geld ontvang. Je voelt in alles de weerstand. De eigenaar van dit huis heeft laten weten dat we moeten vertrekken. Hij wil niet dat hier door christenen wordt gebeden. Nu ik een ander onderkomen zoek, vragen ze overal drie tot vier keer zo veel als normaal. En dan nog onder de voorwaarde dat er niet wordt gebeden. Op die manier proberen ze ons weg te krijgen."

Nog ontmoedigender is het gebrek aan betrokkenheid op het evangelisatiewerk bij het overgrote deel van de gemeente. "De missionaire visie is binnen onze kerk heel zwak. Veel gemeenteleden vragen mij waarom ik tijd steek in het werk onder de Landouma's. Voor hun gevoel is dat verspilde tijd. "Gesteld dat er zijn die zich bekeren, hoe kunnen wij ze dan ondersteunen als ze door hun familie worden verstoten?" Dat is de opvatting van de meesten."

Hoewel er rationeel weinig tegen in valt te brengen, wijst de bescheiden voorganger er keer op keer op dat deze houding getuigt van ongeloof. "De Heere heeft ons hier geplaatst. Als door onze arbeid mensen tot bekering komen, zal Hij er ook wel voor zorgen dat we zo nodig in hun levensonderhoud kunnen voorzien. We moeten ons eenvoudig houden aan Gods opdracht."

Zelf wist de uit de Forest afkomstige predikant al voor zijn komst dat hij in het evangelisatiewerk de nodige hindernissen kon verwachten. "Door de lessen missiologie op de bijbelschool van Telekoro was ik daarop voorbereid. Ik ben zelf een Kisi, de Landouma's zijn een heel ander volk. Bovendien zijn ze ook nog eens moslim. Dat maakt het moeilijk om contacten te leggen, maar God heeft me laten zien dat ik hiernaartoe moest."

De evangelisatiemethode die in de Forest vaak wordt toegepast, heeft volgens Tolno onder de Landouma's geen zin. "In de Forest zijn de meeste niet-christenen nog animist. Die mensen zijn gevoelig voor grote evangelisatiecampagnes. Na de oproep om zich te bekeren, komen ze in groten getale naar voren. Hier bereik je met zulke campagnes het tegenovergestelde. Bij moslims moet je het hebben van vriendschapsevangelisatie."

Inmiddels vraagt de Guinese voorganger zich af of een grootscheepse campagne, met daaraan gekoppeld het appèl direct te kiezen voor Jezus, ook in de Forest wel de aangewezen methode is. "De mensen komen massaal naar voren, maar het zijn er maar weinig die God echt met hun hart gaan dienen. De meesten komen als ze gedoopt zijn niet meer naar het bijbelonderwijs. Beter is het om mensen eerst te onderwijzen, zodat ze weten wat hun keuze inhoudt. Dat is de werkwijze van de MERN, en ik denk dat die toch beter is. Numeriek groeit het christendom op het Afrikaanse continent heel snel, maar er is weinig geestelijke diepgang."

Voor zichzelf ervaart de predikant het verblijf in Boké als een pijnlijke maar ook vruchtbare leerschool. "Je wordt hier helemaal teruggeworpen op de genade van God. Daarvan moeten niet alleen moslims het hebben, maar ook wijzelf. Belangrijk is dat we echt gefundeerd zijn in het Woord van God. Dan worden we niet zomaar omvergestoten wanneer er tegenstand komt, of wanneer we te maken krijgen met sekten. De tegenstand heeft trouwens ook een positieve zijde. Als de boodschap van het Evangelie de mensen niets zou doen, stuurden ze ons niet weg."

Dit is de laatste aflevering in een serie van drie artikelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 januari 2004

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

Een vruchtbare leerschool in Boké

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 januari 2004

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken