Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een nieuwe schoolstrijd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een nieuwe schoolstrijd

5 minuten leestijd

Vrijwel wekelijks wordt een oproep gedaan om het bijzonder onderwijs af te schaffen of de grondwettelijke vrijheid van onderwijs in te perken. Dit alles voor van de integratie van allochtone minderheden. Recent heeft de parlementaire commissie onderzoek integratiebeleid, beter bekend als de commissie-Blok, aangegeven dat de vrijheid van onderwijs de keuzemogelijkheden voor ouders beperkt doordat deze vrijheid het ontstaan van zwarte scholen in de hand werkt. Volgens de commissie dient gestreefd te worden naar spreiding van allochtone leerlingen. Dit zou de integratie bevorderen. Het bijzonder onderwijs vormt daarbij een sta in de weg. Daargelaten de vraag of spreiding van allochtone leerlingen hun integratie zozeer zou bevorderen, wat ik zeer betwijfel, gaat het mij om deze nieuwe aanval op het bijzonder onderwijs. Deze commissie drukt zich nog heel voorzichtig uit over de vrijheid van onderwijs in haar rapport. Het heet niet voor niets "Bruggen bouwen". De uitlatingen van diverse politici en wetenschappers gaan echter veel verder. Ik wijs bijvoorbeeld op het VVD-kamerlid Hirsi Ali, die een motie indiende in de Tweede Kamer, waarbij zij zinspeelde op afschaffing van de vrijheid van onderwijs. Ook Oudkerk, voormalig wethouder van Onderwijs in Amsterdam, lanceerde voorstellen in deze richting, alsook minister Zalm.

Het bijzonder onderwijs wordt voornamelijk gevormd door scholen met een rooms-katholieke, een protestants-christelijke of reformatorische grondslag. Daarnaast zijn er ook scholen met een meer specifieke binding, en in toenemende mate islamitische scholen. Er zijn in Nederland 80.000 schoolgaande allochtone leerlingen, waarvan er ongeveer 70.000 een openbare school bezoeken. Het is te verwachten dat binnen enkele jaren de oprichting van bijzondere islamitische scholen een grote vlucht neemt, al was het maar omdat de overheid gehouden is dit te bekostigen. Mits aan de oprichtingsvereisten wordt voldaan, namelijk een duidelijk onderscheiden grondslag en voldoende leerlingen, staat niets oprichting in de weg. Elke school moet aan de wettelijke eisen van deugdelijkheid voldoen, zij het dat de vrijheid van godsdienst daardoor niet mag worden aangetast.

Hirsi Ali, Oudkerk en anderen vrezen dat een grote opkomst van islamitische scholen de integratie van islamitische jeugd in de weg staat. Toename van het aantal islamitische scholen heeft tot gevolg dat de invloed van religieuze leiders op het bestuur van de school en daardoor op de vorming van de jeugd vergroot wordt. Oudkerk heeft letterlijk gewezen op "maatschappelijk onaanvaardbare" items als de positie van de vrouw, gezinsvorming, arbeidsparticipatie van vrouwen, politieke vorming -mogelijk in radicale zin- en de plaats van de radicale godsdienst op school. Daarnaast zullen islamitische scholen de islamitische zuil een duidelijke eigen identiteit verschaffen. De omvang van de islamitische gemeenschap in Nederland is nu al groot, maar zal naar verwachting rond 2030 ongeveer 2 miljoen mensen tellen. Zoals elke zuil intern veelkleurig is, zal ook de islamitische mogelijk een fundamentalistische minderheid kennen, die zich op geen enkele manier wil aanpassen, maar juist de eigen identiteit wil benadrukken. Abu Jahjah en de AEL zijn daarvan een duidelijk voorbeeld.

De aanwezigheid van bijzonder onderwijs zou, vanwege de toelatingseisen, belemmerend werken op de integratie van allochtonen doordat zogenoemde zwarte scholen doorgaans openbaar, en witte scholen doorgaans bijzondere scholen zijn. Doorgaans, omdat sommige scholen voor bijzonder onderwijs een ruim toelatingsbeleid hebben. Op die scholen functioneert de identiteit niet meer. Dat is nu juist een van de redenen die critici aangrijpen om afschaffing van het onderscheid tussen bijzonder en openbaar onderwijs te bepleiten. Ik noemde hiervoor al het VVD-kamerlid Hirsi Ali. Zij richtte zich met name tegen islamitische scholen, maar dit heeft gevolgen voor het gehele bijzonder onderwijs.

Vrijwel gelijktijdig met de motie-Hirsi Ali, publiceerde Herman Philipse -hoogleraar in Utrecht en levensgezel van Hirsi Ali- een uitgebreid artikel in NRC Handelsblad, waarin hij afschaffing van het bijzonder onderwijs bepleitte. Dit zou een logisch gevolg zijn van de scheiding van kerk en staat. Veel bijzondere scholen onderscheiden zich toch in niets van openbare scholen. Voorzover afschaffing niet mogelijk is, moeten de wettelijke deugdelijkheidseisen worden aangescherpt. Dat sommige islamitische, maar ook reformatorische scholen hierdoor zwaarder worden getroffen dan andere scholen, levert zijns inziens geen strijd op met het gelijkheidsbeginsel omdat de achterstandsituatie waarin deze scholen zich bevinden dit rechtvaardigt. Immers mogen ongelijke gevallen ongelijk worden behandeld. Waaruit bestaat die achterstand dan wel? Die is gelegen in de hiervoor door Oudkerk genoemde items. De wet zou hieraan eisen van deugdelijkheid moeten stellen. Het is duidelijk dat ook in dat geval de identiteit van het reformatorisch onderwijs direct in het geding is. Door afschaffing van het bijzonder onderwijs, een verplichte verruiming van het toelatingsbeleid of nadere wettelijke eisen wordt het voortbestaan of karakter van het reformatorisch onderwijs aangetast. Het pedagogisch klimaat van het reformatorische onderwijs waarin vrijwel exact de door Oudkerk gewraakte thema's een plaats hebben, moet dan plaatsmaken voor in de breedte van de maatschappij gedragen normen. Uit een recent onderzoek van het weekblad Elsevier blijkt echter dat het bijzonder onderwijs erg goed functioneert. Van een achterstand is geen sprake.

Philipse ziet voldoende aanleiding een nieuwe schoolstrijd te ontketenen, zo stelt hij letterlijk. Ik vrees dat hij gelijk krijgt. Als de PvdA een verkiezingsoverwinning boekt, is het bijzonder onderwijs in slechte handen. Terecht heeft ds. W. Visscher, bestuursvoorzitter van het Van Lode nsteincollege, opgeroepen tot het vormen van een zo breed mogelijke denktank om de dreigende aantasting van het bijzonder onderwijs tegen te gaan. Het reformatorisch onderwijs dient uit zijn isolement te treden en bekendheid te geven aan aard en inhoud van zijn identiteit. Philipse ging bijvoorbeeld volledig voorbij aan dit type onderwijs. Verder dient met name de cruciale positie van het CDA in het oog te worden gehouden. Een zo breed mogelijk politiek draagvlak voor behoud van het bijzonder onderwijs dient op de kortst mogelijke termijn te worden gevormd. Andere politieke partijen gaan immers verder met opinievorming. De VVD houdt bijvoorbeeld op 17 april 2004 al een landelijke themadag over dit onderwerp. Haast is geboden, want de vrijheid van onderwijs is sinds 1917 niet zo in gevaar geweest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 februari 2004

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Een nieuwe schoolstrijd

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 februari 2004

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken