Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zorg op maat bij beademen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zorg op maat bij beademen

Kinderarts-neonatoloog AMC ontziet kwakkelende longblaasjes

7 minuten leestijd

Een nieuwe manier van beademen van pasgeborenen kan schade aan de longen beperken en geeft baby's meer lucht. Invoering van de nieuwe methode vergt wel een omslag in het denken van neonatologen.

Dat zegt kinderarts-neonatoloog Anton van Kaam, werkzaam bij het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam. Hij deed onderzoek naar verschillende methoden van beademing. Op de uitkomsten ervan promoveert hij morgen aan de Universiteit van Amsterdam.

Het grootste deel van de beademde pasgeborenen heeft volgens Van Kaam een longprobleem. Het gaat om verschillende ziektebeelden waarbij de longblaasjes niet openblijven gedurende de hele ademhalingscyclus. Oorzaak is een gebrek aan surfactant, een vetachtige stof waaraan ook eiwitten zijn gekoppeld. Zo'n tekort ontstaat meestal doordat een te vroeg geboren kind met onrijpe longen nog onvoldoende surfactant heeft aangemaakt. De longen bevatten miljoenen longblaasjes en surfactant zorgt ervoor dat ze, als een soort hoepel, openstaan. Als surfactant ontbreekt of inactief is, klappen de longblaasjes dicht. Dat betekent het einde van de normale gaswisseling.

Ademhalen gaat automatisch. Via een netwerk van haarvaten rond de longblaasjes wordt zuurstof uit de ingeademde lucht in het bloed opgenomen en koolzuur uit het bloed afgestaan. Dat proces herhaalt zich bij iedere ademhaling. Aangestuurd vanuit de hersenen zorgen de tussenribspieren en het middenrif voor vergroting van de borstkas, waardoor de longen zich ontvouwen. Daardoor ontstaat onderdruk en stroomt er lucht van buiten naar binnen, zoals bij het trekken aan het handvat van een fietspomp.

Bij de beademing van een patiënt gaat het er anders aan toe: dan wordt onder druk lucht naar binnen geblazen. Het inblazen van lucht stopt op het moment dat een bepaalde bovendruk met het daarbijbehorende luchtvolume is bereikt. Om de normale ademhaling zo veel mogelijk na te bootsen, worden vervolgens de kleppen van het beademingsapparaat opengezet en kunnen de longen weer leeglopen totdat een minimale druk is bereikt. Dat proces herhaalt zich zo'n veertig tot zestig keer per minuut.

Levensreddend

Vele leventjes zijn sinds de introductie van beademingsapparatuur in de jaren zestig gered. Toch kleven er aan de behandeling ook nadelen. Beademing kan zorgen voor longschade. Er zijn goed werkende longblaasjes die zowel tijdens de hoge inademingsdruk als tijdens de lage uitademingsdruk keurig blijven openstaan. De minder goed werkende echter openen zich wel bij hoge druk, maar klappen, door een gebrek aan surfactant, dicht als de druk daalt. De slechte longblaasjes reageren nergens meer op.

Neonatologen proberen de minder goed werkende longblaasjes open te houden door het luchtvolume te vergroten en de beademingsdruk te verhogen. Maar dat heeft niet altijd het gewenste effect. Van Kaam: "Voor een deel van de minder goed werkende longblaasjes blijft het probleem dat ze openstaan tijdens de inademingsfase, maar tijdens de uitademingsfase, als de druk lager is, weer dichtklappen. Dat steeds weer open- en dichtklappen zorgt voor longschade."

Ook de goed werkende longblaasjes ondervinden nadeel van de verhoogde druk. Ze raken uitgerekt en er ontstaan scheurtjes. Vocht en eiwitten kunnen daardoor weglekken uit de bloedbaan naar de normaal droge longblaasjes en er ontstaat ook een ontstekingsreactie. Dat alles kan leiden tot een negatieve spiraal. De eiwitten zorgen voor aantasting van het toch al schaarse surfactant, waardoor de bewuste longblaasjes verder achterop raken en de beademingsdruk opnieuw moet worden verhoogd, met nog meer schade als gevolg.

Trillingen

Er is uiteraard gezocht naar oplossingen. Zo'n vijftien jaar geleden kwam het zogeheten hoogfrequente beademingsapparaat op de markt. Van Kaam: "Bij hoogfrequente beademing werk je niet met een boven- en onderdruk tijdens in- en uitademing zoals bij gewone beademing, maar zet je de long onder een constante druk. Het luchtvolume dat de long in- en uitgaat, is heel klein. De toedieningsfrequentie is hoog, 600 keer per minuut. Je ziet de borstkas van het kindje niet meer op en neer gaan, maar trillen. De trillingen zorgen voor een goede uitwisseling van koolzuurgas en zuurstof. Het kleine toegediende luchtvolume beschermt de longblaasjes. Dat voordeel benut je echter alleen maximaal als de longblaasjes open zijn en als je ervoor zorgt dat ze open blijven. Te vaak wordt niet of onvoldoende begonnen met het openen van de longblaasjes. De winst -minder longschade- is dan beperkt, zo blijkt uit diverse onderzoeken."

Van Kaam denkt hiervoor een oplossing te hebben gevonden, de zogeheten openlongbeademing. "Je kunt zo veel mogelijk longblaasjes openen door bij de start van de hoogfrequente beademing een hoge begindruk te geven. Vervolgens verlaag je die hoge begindruk naar een niveau waarbij de nog niet goed functionerende longblaasjes net niet dichtklappen. Dat is dan de optimale druk. Bijkomend voordeel is dat je -door de 'winst' aan longblaasjes- meestal geen extra zuurstof meer nodig hebt om het patiëntje te beademen. Het krijgt gewoon buitenlucht."

Een neonatoloog kan uiteraard niet even in de longen kijken om te zien of er tijdens de beademing longblaasjes dichtklappen. Dat gebeurt aan de hand van de zuurstofwaarden in het bloed. Zodra het zuurstofgehalte terugloopt, betekent dit dat er longblaasjes uitvallen. "Vervolgens voer je de luchtdruk weer iets op en weet je dat je de optimale druk hebt gevonden. Het is een behandeling op maat, zou je kunnen zeggen."

Het openmaken en openhouden van nog niet goed werkende longblaasjes leidt tot beperking van de longschade en van problemen achteraf, aldus de promovendus. "Die problemen kunnen fors zijn. Soms liggen kinderen weken langer dan nodig aan de beademing omdat je ze er niet af krijgt. In sommige gevallen hebben ze ook thuis nog een poos zuurstof nodig. Hoe meer restschade aan de longblaasjes, hoe meer kans ook op luchtweginfecties en nieuwe opnames in het ziekenhuis gedurende de eerste levensjaren."

Biggenproef

Voordeel van de openlongstrategie is volgens Van Kaam dat de methode ook toepasbaar lijkt bij de traditionele vorm van beademing. Dat blijkt uit onderzoek met pasgeboren biggen die hij op drie manieren heeft beademd. Zijn conclusie: "Beademen volgens het openlongprincipe geeft in combinatie met zowel de conventionele beademingsmethode als met de hoogfrequente manier van beademen aanzienlijk betere resultaten dan alleen traditioneel beademen."

De resultaten lijken ook van betekenis voor beademing van volwassenen. "De openlongbeademing in combinatie met surfactanttoediening remde bij biggen met longontsteking de doorgroei van bacteriën, evenals het binnendringen van bacteriën in het bloed. Dat is mogelijk van belang voor patiënten met een zogeheten shocklong, een aandoening met tal van oorzaken. Vocht in de longen en het dichtklappen van de longblaasjes zorgen bij deze patiënten voor grote problemen. Velen ontwikkelen tijdens de beademing een longontst eking, krijgen vervolgens bloedvergiftiging in combinatie met het uitvallen van organen, waarna ze overlijden. Het vroegtijdig toedienen van surfactant in combinatie met openlongbeademing kan bij deze patiënten mogelijk de kans op longontsteking en bloedvergiftiging verkleinen."

De afdeling neonatologie in het AMC is tot nu toe vrijwel de enige intensive care voor pasgeborenen die het openlongprincipe toepast in combinatie met hoogfrequente beademing. In de afgelopen vier jaar zijn volgens Van Kaam honderden patiëntjes op deze manier succesvol behandeld. Nu is de tijd volgens de promovendus rijp om de openlongbeademing ook te gaan toepassen in combinatie met het conventionele beademingsapparaat. "Ik denk dat met de oude beademingsapparatuur op die manier evenveel gezondheidswinst is te behalen als met de dure hoogfrequente machines."

Om dat aan te tonen is nieuw onderzoek nodig. De afdeling neonatologie van het AMC wil dat gaan uitvoeren samen met afdelingen neonatologie in andere ziekenhuizen. Dat zal volgens Van Kaam nog de nodige energie kosten. "Het vergt een omslag in het denken van de collega's. Ze vertrouwen het principe van de openlongbeademing niet helemaal. Maar de methode werkt. We hebben er hele goede ervaringen mee."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 6 april 2004

Reformatorisch Dagblad | 17 Pagina's

Zorg op maat bij beademen

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 6 april 2004

Reformatorisch Dagblad | 17 Pagina's

PDF Bekijken