Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Werken tot je zeventigste

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Werken tot je zeventigste

Gemiddelde leeftijd uitdiensttreding moet vanwege vergrijzing fors omhoog

9 minuten leestijd

Met enige gretigheid maken oudere werknemers in Nederland gebruik van regelingen om vervroegd uit te treden. Maar het is mooi geweest, waarschuwt het kabinet. Hoewel het drastische plan om VUT en prepensioen helemaal af te schaffen van tafel is, blijft het de bedoeling de gemiddelde leeftijd van uitdiensttreding flink op te krikken. Misschien wel tot zeventig jaar.

Koortsachtig overlegden minister De Geus en staatssecretaris Rutte (beiden Sociale Zaken) deze week met werkgevers en werknemers over het stoppen met werken door oudere werknemers. Ook op dit terrein eist de vergrijzing haar tol. De naoorlogse geboortegolf bereikt vanaf 2008 langzaam de pensioengerechtigde leeftijd en dat zet de mooie oude systemen, opgekomen met de verzorgingsstaat, flink onder druk. Het moet dus anders met de lange levensavond. Maar hoe?

De sociale partners, en dan vooral de vakbonden, pleiten voor de softe benadering. Zij wijzen erop dat Nederland er binnen Europa nog helemaal niet zo slecht voorstaat. In een land als Frankrijk zijn de problemen vele malen groter. Daar komen de pensioenen behoorlijk in het gedrang omdat ze via een omslagstelsel moeten worden opgebracht door de werkende bevolking. Wordt het aantal gepensioneerden er groter, dan voelen de werkenden dat vrijwel direct in hun portemonnee.

In Nederland spaart maar liefst 91 procent van alle werknemers voor een eigen aanvullend pensioen boven op het staatspensioen: de AOW. Die AOW zelf, de zogeheten "eerste pijler" van de oudedagsvoorziening, wordt wel opgebracht via een omslagstelsel door de werkenden, maar in dat opzicht heeft de Nederlandse regering al vakkundig geanticipeerd op de komende vergrijzing. Er is een speciaal spaarfonds AOW aangelegd, waarmee de effecten grotendeels kunnen worden opgevangen.

Volgens de vakbeweging moet het kabinet het probleem van de vergrijzing daarom niet overdrijven. De oude VUT is al grotendeels vervangen door prepensioenregelingen waarvoor mensen zelf gespaard hebben en de voorziene stijging van de pensioenpremies is zeker niet onoverkomelijk. Daarom is het niet nodig een algemene pensioenleeftijd van 65 jaar in te voeren of mensen zelfs nog langer aan het werk te houden. In een tijd van stijgende werkloosheid is dat onredelijk en tegenover mensen met fysiek zware beroepen is het zelfs asociaal.

In plaats daarvan zoeken de vakbonden het compromis. Zo heeft het CNV vorig voorjaar al aangegeven het denkbaar te vinden dat de vroegste pensioenleeftijd wordt opgetrokken naar 62,5 jaar. Op dit moment ligt de gemiddelde leeftijd bij uitdiensttreding in Nederland op 60,3 jaar voor mensen die recht op VUT hebben en 61,3 jaar voor mensen met een prepensioen. Het is dus een misvatting dat de vakbeweging alles bij het oude zou willen laten, benadrukken vertegenwoordigers van het CNV.

Maar als het kabinet niet voldoende aan de wensen van de vakbeweging tegemoetkomt, is het hommeles, waarschuwen zij. Dan staat het sociaal akkoord tussen sociale partners en kabinet van vorig najaar op de tocht. In dat akkoord beloofde het kabinet bij de behandeling van pensioen en vroegpensioen goed te zullen luisteren naar werkgevers en werknemers. Zij zegden van hun kant voor de duur van twee jaar de loonmatiging toe die zo belangrijk is voor de concurrentiekracht van de economie.

Harde aanpak

Het kabinet ziet weinig in de softe benadering. Niet alleen de betaalbaarheid van de pensioenen en het vroegpensioen is een probleem, luidt zijn stelling; ook de economische kracht van Nederland is in het geding. Als de verhouding tussen het aantal werkenden (actieven) en het aantal niet-werkenden (inactieven) scheefgroeit, heeft dat ernstige gevolgen. Het vergroot de collectieve lasten, wat weer tot een verslechtering van de Nederlandse concurrentiekracht leidt.

Om dat te voorkomen zette het kabinet vorig jaar bijzonder stevig in: de harde benadering. VUT en prepensioen zouden bijna onmogelijk worden gemaakt door het volledig intrekken van de fiscale ondersteuning ervan. Er zouden hoge boetes komen te staan op het ontslaan van oudere werknemers. Aanvullingen op de werkloosheidsuitkering (WW) zouden worden afgetopt. De vervolguitkering voor oudere WW'ers zou worden stopgezet. En de sollicitatieplicht zou ook gaan gelden voor werklozen ouder dan 57,5 jaar.

Inmiddels heeft het kabinet behoorlijk bakzeil gehaald. Slechts de laatste twee voornemens zijn tot nog toe doorgevoerd, waarbij de sollicitatieplicht voor oudere werknemers nog is afgezwakt door het verlenen van een tijdelijke ontheffing voor periodes van relatief hoge werkloosheid. Waar het gaat om VUT en prepensioen, samen het zogeheten vroegpensioen, hebben minister De Geus en staatssecretaris Rutte vooral in de achterliggende weken belangrijke concessies gedaan.

Laatste bod

Eerst was de beurt aan staatssecretaris Rutte. Namens het kabinet trok hij publiekelijk het drastische voorstel in om mensen die met de VUT gaan in één klap alle belasting te laten betalen die zij tot hun 65e verschuldigd zijn. Met die maatregel zou het voor de meeste werknemers praktisch onmogelijk worden om nog met de VUT te gaan, omdat zij eenvoudigweg zo veel geld niet klaar hebben liggen. Het intrekken van het voorstel werd daarom vanuit de vakbeweging met instemming begroet.

Vervolgens kwam minister De Geus vertellen dat de nieuwe levensloopregeling waaraan het kabinet momenteel werkt, door werknemers ook gebruikt zou kunnen worden om eerder uit te treden. Via deze regeling wordt het straks voor iedereen mogelijk om betaalde verlofdagen bijeen te sparen. Door maximaal te sparen (in totaal 2,1 jaar) zouden oudere werknemers, zonder VUT of prepensioen, toch al enkele maanden voor hun 63e kunnen stoppen met werken.

Deze week deed minister De Geus de sociale partners een "laatste bod." Het kabinet zou toch een vorm van prepensioen willen blijven ondersteunen. Maar dan vanaf de leeftijd van 63,5 jaar en niet collectief; een werknemer moet vrij zijn om er niet aan deel te nemen. Door dit vroegpensioen te combineren met verlofdagen uit de levensloopregeling zouden werknemers er alsnog met 61 jaar en een paar maanden de brui aan kunnen geven.

De Geus vindt dat het kabinet daarmee zeer ver is gegaan. Ook onafhankelijke waarnemers stellen dat vast. "Van de aanvankelijke dadendrang is aanzienlijk minder over", aldus de commentator van Het Financieele Dagblad. "De vakbeweging heeft aardig wat binnen weten te slepen." De bonden zelf reageerden overigens minder positief. Zij vinden de leeftijdsgrens van 63,5 jaar nog altijd te hoog en opteren voor een collectieve regeling in plaats van de individuele die De Geus wil.

Te duur

Van de andere kant wordt het kabinet inmiddels belaagd door personen en instanties die vinden dat het zijn oorspronkelijke stellingen veel te snel prijsgeeft. Bij de presentatie van zijn jaarverslag liet de Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) deze week weten dat de pensioenfondsen de problemen die aan het licht kwamen bij de beurskrach van 2001 nog lang niet te boven zijn. Reden is dat niet de val van de aandelenkoersen het hoofdprobleem voor de pensioenfondsen blijkt te zijn.

Het werkelijke probleem is dat de overheid gepensioneerden koopkrachtbehoud garandeert en dat zij een blijvend stelsel voor prepensioen wil. Daarbij pakt het laatste nog "vele malen duurder" uit dan het eerste. Drie jaar prepensioen maakt volgens de PVK het desbetreffende pensioen 40 tot 100 procent duurder, wat een premieverhoging van 4 tot 10 procent vergt. Voorzitter D. Witteveen van de PVK waarschuwt daarom voor een te hoog ambitieniveau en spreekt van een "zorgelijke situatie."

Die woorden werden eerder al in de mond genomen door econoom en prominent CDA-lid prof. dr. L. Bovenberg. Volgens hem moet de pensioenleeftijd op termijn zelfs naar zeventig jaar. Volgens hem is een middelloonpensioen van 70 procent vanaf het 60e levensjaar financieel niet vol te houden. Ook bedrijfseconoom en pensioenmanager drs. M. Brouwer, geboren in 1966, stelt dat het nodig is dat zijn generatie "fit en productief de zeventig haalt."

KADER 1

VUT

De VUT werd eind jaren zeventig in het leven geroepen in een tijd van schrijnende jeugdwerkloosheid. Jongeren moesten na hun studie vaak jarenlang wachten op een baan omdat relatief weinig ouderen van de arbeidsmarkt vertrokken om van een rustige oude dag te gaan genieten. Om hun uitstroom te stimuleren, besloot het kabinet de vervroegde uittreding fiscaal te gaan stimuleren.

Werkgevers en werknemers konden daardoor in collectieve arbeidsovereenkomsten vastleggen dat mensen met behoud van een bepaald percentage van hun inkomen tussen hun 55e en hun 65e alvast konden vertrekken. De hoogte van dat percentage hing af van hun carrière -het aantal dienstjaren- en de precieze leeftijd waarop iemand uittrad - hoe dichter bij de 65, hoe hoger.

Werkende collega's moesten de fiscaal aftrekbare premies gaan betalen. Die solidariteit kon, zeker aan het begin, worden opgebracht. De uittredende werknemers voorzagen immers in een oplossing voor het probleem van de werkloosheid. Op dit moment zijn er ongeveer 90.000 vutters in Nederland.

KADER 2

Levensloop

Hoewel het kabinet er inmiddels enigszins van teruggekomen is, was het oorspronkelijk de bedoeling dat VUT en prepensioen helemaal plaats zouden maken voor een nieuwe zogeheten levensloopregeling. Overigens valt deze door het CDA uitgedachte regeling niet te kenmerken als een oudedagsvoorziening.

De levensloopregeling moet iedere werknemer, jong of oud, de gelegenheid bieden om door het inleveren van onbelast loon extra verlofdagen te sparen. Uiteindelijk zou hij een verlof van maximaal 2,1 jaar (tegen 70 procent van zijn loon) mogen opnemen. De reden staat volledig vrij: studie, wereldreis, zorgverlof, opvoeden, van alles is denkbaar. Dus ook het eerder stoppen met werken.

Enkele weken geleden, toen het kabinet nog leek aan te koersen op afschaffing van VUT en prepensioen, maakte minister De Geus (Sociale Zaken) bekend dat werknemers via de levensloopregeling dus halverwege hun 63e zouden kunnen afzwaaien. Inmiddels heeft hij toegezegd toch een prepensioen vanaf de leeftijd van 63,5 jaar mogelijk te maken. Met verlofdagen zouden werknemers dus ook in de toekomst al met hun 61e kunnen stoppen.

KADER 3

Prepensioen

Het prepensioen is sinds het begin van de jaren negentig de VUT aan het vervangen. Doordat steeds meer oudere werknemers met de VUT gingen, begonnen de premies sterk te stijgen en kwam de solidariteit onder druk te staan. Bij de VUT betalen immers de werkenden voor hun uitgetreden oud-collega's: het zogenaamde omslagstelsel.

In een toenemend aantal collectieve arbeidsovereenkomsten hebben werkgevers en werknemers om van dat probleem af te komen de VUT vervangen door het individuele prepensioen. Werknemers die onder zo'n CAO vallen, bouwen gaandeweg boven op hun pensioen een prepensioen op. Net als bij de VUT is de hoogte ervan afhankelijk van het aantal dienstjaren en van het aantal jaren dat iemand er gebruik van maakt.

Voor het prepensioen heeft altijd dezelfde fiscale stimulans gegolden als voor de VUT. De premies die een werknemer betaalt, worden dus niet belast. Ze zijn veelal direct gekoppeld aan de pensioenregeling. Op dit moment zijn er in Nederland ongeveer 80.000 mensen die profiteren van een prepensioen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 april 2004

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

Werken tot je zeventigste

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 april 2004

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken