Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De vervulling met de Geest

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De vervulling met de Geest

7 minuten leestijd

Voor tal van reformatorische christenen roept de term "vervulling met de Geest" vragen op. Die vragen raken zowel het wat als het hoe van de vervulling met de Geest.

Is die vervulling een eenmalig en blijvend gebeuren of is er sprake van een herhaling? Kan hij of zij die met de Geest vervuld is geworden, de Geest toch nog weer kwijtraken? Hoe moeten we in dit verband Handelingen 2 zien?

Veel predikanten kiezen voor de pinksterdienst een tekst uit Handelingen 2. Dat is begrijpelijk. Dat is immers het pinksterhoofdstuk bij uitstek. Dat hoofdstuk heeft zijn voorlopers in het Oude Testament, bijvoorbeeld Ezechiël 47 en Joël 2.

Centraal staat in het Nieuwe Testament de beschrijving van de uitstorting van de Geest in Jeruzalem. Daarom is Handelingen 2 bij uitstek het pinksterhoofdstuk. Dan wordt de vervulling met de Geest in verband gebracht met de uitstorting van de Geest. Overigens is van Johannes de Doper al door de engel voorzegd dat hij met de Heilige Geest vervuld zal worden (Lukas 1:15), en dat is dan nog vóór Pinksteren, zelfs vóór het sterven van de Heere Jezus.

Toch heeft de vervulling met de Heilige Geest in Handelingen 2 een bijzondere betekenis. Zij hangt samen met een van de grote heilsfeiten in de rij van geboorte, lijden, sterven en opstaan van Christus.

Die rijke mate van vervulling met de Geest is vrucht van de uitstorting op Pinksteren (niet toevallig de vijftigste dag na Pasen), is een volgende fase in het heil dat Christus brengt. Pinksteren is in Handelingen 2 in het bijzonder het werk van de verhoogde Christus (vers 33).

En nu de vraag: is de vervulling met de Heilige Geest een herhaling van Pinksteren in ons persoonlijk leven? Ik meen te mogen zeggen dat we met deze vraag in het hart van het thema van dit artikel kijken. Ik splits de vraag in tweeën: 1. moet iedere christen zijn Pinksteren beleven? Dus wordt wat de discipelen in Jeruzalem meemaakten, precies zo beleefd als iemand tot geloof in Christus komt? Ervaart hij met de vervulling van de Geest zijn Pinksterfeest? En dan is er direct daarop volgend een tweede vraag, 2: mogen we in ons persoonlijk leven een herhaling van die eerste vervulling verwachten? Is het vervuld worden met de Geest een gebeuren dat eens voor altijd plaatsvindt, of is zij ook nog voor herhaling vatbaar?

Ik hoop met deze vragen de problematiek van de vervulling met de Heilige Geest wat verduidelijkt, of u aangescherpt te hebben. Samenvattend: beleeft iedere gelovige zijn eigen Pinksteren, als letterlijke herhaling in eigen leven van wat in Jeruzalem is gebeurd? En: blijft het in het persoonlijk geloofsleven bij een eenmalig gebeuren dat in de rest van zijn of haar leven zijn doorwerking heeft, óf mogen we een herhaling van ons "eerste" Pinksteren verwachten, ja zelfs daarom bidden?

Op dit punt is er enige, om niet te zeggen veel onduidelijkheid en daardoor ook (grote) onzekerheid.

Twee teksten

Laat ik ter beantwoording van deze vragen op twee teksten mogen wijzen die mijzelf geholpen hebben om een antwoord te vinden.

Allereerst Handelingen 4:31. Daar wordt verteld dat Petrus en Johannes uit de gevangenis ontslagen zijn en in de kring van de discipelen in Jeruzalem God loven en danken. Zij vragen dan in woord en daad (tekenen en wonderen) getrouwe getuigen van Jezus Christus te mogen zijn. In antwoord op dat gebed wordt de plaats waar ze vergaderd waren bewogen, en zij worden allen vervuld met de Heilige Geest en spreken het Woord Gods met vrijmoedigheid.

Voor een groot deel waren dit dezelfde mensen die reeds in Handelingen 2 vervuld waren geworden (en geweest) met de Geest. Moeten we op grond van het woord vervullen denken aan een herhaling van Pinksteren? Ik laat de vraag nog even staan.

Als tweede tekst noem ik Efeze 5:18: "En wordt niet dronken in wijn waarin overdaad is, maar wordt vervuld met de Geest. Hier dus dezelfde uitdrukking. Ik kom op de merkwaardige werkwoordsvorm terug. Het is de gebiedende wijs van de lijdende vorm - bijna een innerlijke onmogelijkheid.

Wie de brief aan Efeze leest, komt daar vijf keer de Heilige Geest tegen. 1:13 ziet de gemeente verzegeld met de Heilige Geest der belofte; zie ook 1:17, 3:16 waar de gave van de Geest inhoud van het gebed van Paulus voor de gemeente is, en dan de vermaning om de Geest niet te bedroeven (4:30), om ten slotte bij de genoemde tekst 5:18 uit te komen: wordt vervuld met de Geest.

Deze gemeente heeft de Geest ontvangen. Als zodanig is zij een pinkstergemeente. Moeten we dan denken in de richting van een herhaling van Pinksteren in het midden van de gemeente? Bedoelt Paulus dat met de aansporing om vervuld te worden (in de gebiedende wijs) met de Geest (5:18)?

Het voorlaatste heilsfeit

Naar mijn gedachte moeten we het spreken over de uitstorting van en daarmee in verband over de vervulling met de Geest zien als voorlaatste in de rij van de heilsfeiten. Het laatste uit die rij is de wederkomst van Jezus Christus.

Als we nu verder in Handelingen en in de brieven lezen over de vervulling met de Geest, is dat geen herhaling van het heilsfeit van Pinksteren. Het is de uitwerking, de doorwerking of de toepassing van dat eenmalige heilsfeit.

Zoals we niet kunnen zeggen: dat is mijn Kerst, dat is mijn Goede Vrijdag op Golgotha, of Pasen, zo kunnen we ook niet zeggen: dat is mijn Pinksteren, als we daarmee zouden bedoelen dat is de herhaling van het heilsfeit in mijn leven.

We mogen wel zeggen dat we de vrucht, de zegen, de vreugde, de uitwerking van dat heilsfeit in ons leven ervaren. Doch dan gaat het niet om de herhaling van de heilsgeschiedenis in ons leven. Dan gaat het om de toepassing of de uitwerking daarvan in ons leven. U kunt ook zeggen: Dan zijn we op het terrein van de geloofsgeschiedenis. We zeggen natuurlijk dat onze geloofsgeschiedenis alles te maken heeft met de heilsgeschiedenis of wel met de geschiedenis van de openbaring van het heil. Maar u kunt niet zeggen dat we in onze geloofsgeschiedenis de weg van Gods openbaringsgeschiedenis moeten overdoen.

De conclusie

En nu de conclusie. Die is tweeledig: vervuld worden met de Heilige Geest is vrucht van de uitstorting van de Geest. Die uitstorting in Handelingen 2 is een eenmalig gebeuren. De discipelen beleefden in Jeruzalem deze uitstorting als persoonlijke vervulling met de Geest.

Pinksteren is eenmalig. De uitwerking en doorwerking van de uitstorting gaat door. Die uitwerking beleven we in wat de Bijbel noemt de vervulling met de Geest. Vervuld worden wil dan zeggen: doortrokken zijn van de Geest, geheel beheerst worden door de Geest, vol zijn van de Geest. Het werk van de Geest maakt ons diep afhankelijk. We kunnen en mogen bidden om de Geest. Dat blijkt uit het boek Handelingen. Actief wachten, verwachten in gebed en lofprijzing, zoals Paulus in Efeze 5:19 schrijft.

We kunnen de Geest niet pakken. Wij kunnen over de Geest niet beschikken. De verhoogde Heere Jezus alleen kan (en wil) de Geest geven. Daarom is de houding van de gemeente een houding van wachten, verwachten, bidden en schuld belijden. Onze afhankelijkheid kennen, belijden en beleven. En zo gericht zijn op het geschenk van de Pinkstergeest. Christus wil die geven; voor het eerst en opnieuw; en bij de voortduur.

Hoe meer we die Geest nodig hebben, hoe minder we zelf hebben. Afhankelijk van onze eigen houding tegenover Christus is ook de intensiteit en innigheid van ons gebed. We zijn volstrekt afhankelijk, maar worden tegelijk aangespoord om die afhankelijkheid voor de troon van Christus te beleven en te belijden.

Dan mogen we vragen om de volle vervulling met de Geest. Hoe leger we in onszelf zijn, hoe meer de Heere aan ons kwijt kan. Dat is het geheim van de gebiedende wijs van de lijdende vorm.

Wij hoeven niets te doen dan vurig te verwachten. Dat is, bezig zijn met het woord van Gods belofte.

Zo treffen we de gemeente in het Nieuwe Testament aan als een verwachtende, heilbegerige en tegelijk ootmoedige pinkstergemeente, hunkerend naar en levend uit de Geest.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 juni 2004

Reformatorisch Dagblad | 39 Pagina's

De vervulling met de Geest

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 juni 2004

Reformatorisch Dagblad | 39 Pagina's

PDF Bekijken