Bekijk het origineel

Praktische prediking in de belangstelling

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Praktische prediking in de belangstelling

7 minuten leestijd

Er wordt over de prediking veel geschreven en gesproken. Dat is geen wonder. De preek is het hoofdbestanddeel van de zondagse samenkomsten van de gemeente. Zonder afbreuk te willen doen aan lofprijzing en gebed denk ik dat voor veel kerkgangers de preek het zwaartepunt van de eredienst is. Of wij altijd een goede afweging hebben tussen de verschillende onderdelen in de liturgie, mag een vraag zijn. Wij zouden ons daarop wat meer moeten bezinnen.

Zowel voor voorganger als voor gemeente is de preek belangrijk. De dominee moet niet alleen zijn gehoor boeien. Hij moet greep op de gemeente (zien te) krijgen. De gemeente moet door de preek gegrepen worden. Zo zijn ze beide, predikant en gemeente, gespannen erbij betrokken. Met "erbij" bedoel ik vooral bij het Woord, bij de boodschap die gebracht wordt. Heeft de predikant greep op de gemeente? Is zij erbij en blijft zij erbij? Ik denk wel eens: veel kerkgangers weten niet hoe een predikant, voor de dienst thuis maar ook tijdens de dienst op de preekstoel, worstelt met het overbrengen van het Woord. U kunt ook zeggen: met het doorgeven van de boodschap. De gekozen tekst heeft een boodschap. Hoe breng ik die bij het hart en in het leven van de gemeente? Dat is in één zin samengevat de vraag waarvoor de predikant staat.

Meer dan tekstverklaring

U kunt voor een preek allerlei (te wensen) kwalificaties gebruiken: mooi, eenvoudig, ingetogen, levendig, pakkend enzovoort. Het gaat mij in dit artikel vooral om het praktische karakter dat een preek tot woordverkondiging stempelt.

Met praktisch bedoel ik in dit geval dat de preek de praktijk van het leven raakt. Dan moet de preek meer zijn dan een verklaring van de tekst. Deze is uiteraard onmisbaar. Als de tekst niet verklaard wordt, is de preek mislukt. Wat men verder ook van een preek wil zeggen, waar de verklaring, de uiteenzetting en het uitleggen van het Woord ontbreekt, daar schiet de prediker wezenlijk tekort. De Schrift moet in de preek opengaan. Er kan in een kerkdienst heel wat opengedaan worden. Als het niet de Schrift zelf, dus de tekst is die opengaat, dan blijft het wezenlijke toegesloten, dus verborgen.

Toch is hiermee niet alles gezegd. Er is meer nodig, althans dat zou ik willen bepleiten. Er zullen niettemin lezers zijn die zeggen: Ik heb aan het Woord zelf, dus aan de bovenbedoelde uitleg, genoeg.

In mijn jeugd hoorde ik veel praten over uitleg en toepassing. Ik heb kerkdiensten meegemaakt waarin de dominee na de toen nog gebruikelijke en gewenste tussenzang de resterende tijd besteedde aan de toepassing. Is de vraag om een toepassing verkeerd? Achteraf zeg ik: Zoals dat vroeger gebeurde, is het niet nodig en zelfs niet gewenst. Je krijgt dan een preek die uit twee toch enigszins zelfstandige onderdelen bestaat. Het tweede gedeelte staat min of meer op zichzelf. Ik herinner me uit mijn jonge jaren nog heel goed hoe het innerlijke, het wezenlijke verband tussen die twee onderdelen ontbrak.

Zo moet het niet. Hoe dan wel?

Het Woord van God is gericht op het leven van de mens. Ik verwijs daarvoor naar de samenvatting van de Wet, te vinden in Matthéüs 22:37-40: Gij zult liefhebben de Heere, uw God, met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand (zie antwoord 4 van de Catechismus).

Hart, ziel en verstand

Het praktisch karakter van de preek houdt in dat er geappelleerd wordt op hart, ziel en verstand. Er moet in de preek dus een boodschap zitten die hart, ziel en verstand raakt. Uiteraard niet elke zondag op dezelfde manier of in dezelfde bewoordingen. Maar wel zo dat deze drie organen (zeg functies) van ons mensenleven geraakt worden.

Is dat niet te veel gevraagd? Kan een predikant aan de vraag van hart, ziel en verstand voldoen? Ja, dat is op bescheiden wijze en in beperkte mate mogelijk, omdat hij het Woord bedient. Het Woord van God heeft een boodschap voor heel de mens, in al zijn situaties en relaties. Dat is het geweldige van de Bijbel, die we zien, beleven en ook ervaren als het Woord van God. De Bijbel is met Zijn boodschap gericht op de mens. Die boodschap is even veelzijdig als het mensenleven is. Die boodschap heeft een concentratiepunt dat correspondeert met het hart van ons mensen. De boodschap is dus gericht op het hart van de mens. Zij vraagt om en roept o p tot geloof en bekering. Een mens moet door de prediking aangesproken worden, zowel op zijn zonden als op het geloof in Jezus Christus en Zijn heil.

Die praktische toespitsing hoeft de dominee er niet zelf bij te maken, laat staan dat hij die zelf zou moeten verzinnen. Nee, het Woord zelf heeft een spits die op de mens is gericht.

Het geheim van de uitleg van de Bijbel als het Woord van God is de vertolking van Zijn boodschap voor en midden in de praktijk van het leven. Ik onderscheid dus tussen uitleg en toepassing, niet als twee van elkaar gescheiden gedeelten. Nee, de toepassing hoort in de preek als uitleg. De preek houdt echter bij de uitleg niet op. De spits, gericht op het hart en de praktijk van het mensenleven, hoort erbij. Ik zou zowel op de eenheid van uitleg en toepassing de nadruk willen leggen als op het verschil. Ze hangen met elkaar samen. Ze horen bij elkaar. De uitleg moet uitlopen op de toepassing; anders is het mes van het Woord stomp of bot. Dan snijdt het niet in het vlees van de hoorder.

Ook het omgekeerde is het geval. Een toepassing als verhaal op zichzelf ontbeert (men excusere hier het woord verhaal, ik heb op dit moment geen beter woord ter beschikking voor deze beschrijvende prediking) de kracht van het proclamatieve en appellerende Woord.

Twee bronnen

Er rest nog een vraag, zeker niet de onbelangrijkste. Dat is deze: Hoe komt de dominee aan de toepassing? Waar haalt hij die vandaan?

Dan wijs ik op twee bronnen. Allereerst het Woord zelf. Dus de tekst die uitgelegd wordt. En vervolgens het leven van de hoorders. Men kijkt daar misschien wat vreemd van op. Kan dat wel, mag dat wel? Mogen we het leven van de hoorders als bron voor de uitleg van het Woord gebruiken? De opmerkzame lezer zal in de formulering van de laatste zin een fout opmerken. Het leven van de hoorder is geen bron voor de preek als uitleg. Daarvoor moeten we bij de Schrift zijn. En daar alleen. God heeft het eerste woord.

In het gericht zijn op de hoorder, of anders gezegd: met het oog op de praktische verwerking moet de hoorder gekend worden en ter sprake komen. Ontbreekt die kennis bij de prediker, dan preekt hij aan de hoorders voorbij. Dan spreekt hij in het luchtledige, maar niet voor en tot de mensen die in de kerk zitten.

Het is mij vooral de laatste jaren opgevallen dat in de Psalmen -een deel van Gods openbaring aan ons- mensen aan het woord komen met hun strijd, moeiten, vragen en worsteling. God speelt in de Psalmen daarop in. Deze zoekende, vragende mens krijgt een plaats in Gods openbaring.

Datzelfde mogen we van een preek zeggen. Daarin krijgt de hoorder een plaats. Daarmee zeg ik meer dan dat de preek op de hoorder gericht is. Ik denk dat er heel wat predikanten zijn die hopen dat mensen zich in de preek herkennen. Mijn leven, mijn nood, mijn zonden, mijn strijd komen ter sprake. Dat is het praktische karakter van de prediking. Laat ik eraan toe mogen voegen dat het praktische karakter zowel de verticale als de horizon tale dimensie van ons leven raakt, met het hart als middelpunt en de troon van God als beginpunt. Dan zal de kerkganger zeggen: Mijn leven kwam vandaag ter sprake. God liet het door Zijn Woord ter sprake komen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 31 juli 2004

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Praktische prediking in de belangstelling

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 31 juli 2004

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken