Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Krachtproef op het kruispunt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Krachtproef op het kruispunt

Cito-toets na veertig jaar ondanks kritiek nog altijd veelgebruikt

10 minuten leestijd

Volgende week is het weer zover: de Cito-toets wordt afgenomen. Voor veel leerlingen van groep acht in het basisonderwijs bepaalt de uitslag mede naar welke vervolgopleiding ze zullen gaan. Rond de toets heerst echter voortdurend rumoer.

De eindtoets basisonderwijs van het Arnhemse toetsinstituut Cito meet wat een leerling op de basisschool heeft geleerd. Dit jaar wordt de toets voor de 36e keer afgenomen. Dat gebeurt op de eerste drie dagen van februari. Deze data zijn zorgvuldig gepland: ná het islamitische offerfeest (Id Ul Adha) en vóór de voorjaarsvakantie. De uitslag volgt in de week van 28 februari.

Dit jaar doen ongeveer 163.000 leerlingen mee. In 2004 waren dat er 167.000, in 2003 169.000. De toets wordt op ruim 6400 scholen afgenomen. Net als de vorige twee jaren is dat 85 procent van het totaalaantal basisscholen.

De leerlingen krijgen zo'n 200 meerkeuzevragen op het gebied van taal, rekenen/wiskunde en studievaardigheden voorgelegd. Op 90 procent van de deelnemende scholen moeten ze ook negentig opgaven over wereldoriëntatie maken. Slagen of zakken kan niet; de score wordt uitgedrukt in een getal tussen de 500 en 550.

Er zijn aparte versies voor dyslectische en visueel gehandicapte kinderen. Voor leerlingen die op de basisschool een achterstand van minstens anderhalf jaar hebben opgelopen, was er vorig jaar voor het eerst een aangepaste versie van de Cito-toets. Leerlingen die deze Niveautoets maken, gaan na de basisschool doorgaans naar het praktijkonderwijs of het laagste niveau binnen het vmbo. Naar verwachting leggen dit jaar 1100 leerlingen de Niveautoets af, net zo veel als vorig jaar.

Digitaal

Twee groepen hoeven niet mee te doen als ouders daarvoor kiezen: allochtone leerlingen die aan het begin van groep 8 vier jaar of korter in Nederland zijn en die het Nederlands onvoldoende beheersen om de opgaven goed te kunnen lezen, en leerlingen die naar verwachting naar het (voortgezet) speciaal onderwijs of naar het praktijkonderwijs gaan.

De Niveautoets kon vorig jaar voor het eerst op de computer gemaakt worden, evenals de Inhaaltoets voor leerlingen die begin februari verhinderd zijn. Dit jaar kan voor het eerst ook de gewone Cito-toets op de computer gemaakt worden. Deze Digitale Eindtoets bestaat uit dezelfde onderdelen en opgavenrubrieken en hetzelfde aantal opgaven als de reguliere toets. Inhoudelijk zijn de opgaven anders, maar de moeilijkheidsgraad van beide toetsen is gelijk. Een belangrijk verschil met de schriftelijke toets is dat een school zelf mag bepalen wanneer ze hij digitale toets afneemt, zolang het maar tussen half januari en half maart is. Dit jaar is het aantal deelnemers aan de Digitale Eindtoets nog beperkt gehouden: ongeveer 300 leerlingen, van zo'n twintig scholen.

Voorbereiding

Er gaan ruwweg twee jaar van voorbereiding aan de Cito-toets vooraf, dus de toetsenmakers zijn al voor de leerlingen van groep 8 bezig als die nog in groep 6 zitten. Er zijn zo'n veertig mensen met de toets bezig: methodologen, constructeurs, specialisten logistiek, vormgevers, drukwerkvoorbereiders, it'ers en multimedialisten.

Het maken van opgaven vergt ongeveer een jaar. De toetsconstructeurs selecteren vervolgens de beste opgaven. Ruim 5000 leerlingen maken een proeftoets.

Een paar dagen voordat de echte toets wordt afgenomen, verlaten containers vol met opgavenboekjes, antwoordbladen en handleidingen het Cito-magazijn: 8000 pakketten, bestemd voor 6000 scholen.

Hoe komen ze terug? Meestal zien de antwoordbladen er prima uit. Maar een deel ervan bezorgt de personeelsleden van het instituut heel wat werk, want beschadigde, verkreukte, slecht leesbare of niet-compleet ingevulde formulieren worden door de inleesmachine weer uitgespuugd en moeten eerst worden gerepareerd.

Het inlezen of scannen van de meer dan 500.000 antwoordbladen vraagt, als het een beetje meezit, vier dagen. Dan worden de leerlingrapporten gedrukt en naar de scholen verzonden. Op school wordt de uitslag van de Cito-toets naast het advies van de leerkracht gehouden, in sommige gevallen wordt er nog wat overlegd en vervolgens kan de directeur het definitieve onderwijskundig rapport opstellen. Dan is bekend in welk schooltype voor voortgezet onderwijs de leerlingen het meest op hun plaats zijn.

Kritiek

Kritiek op de Cito-toets is er genoeg. De inspectie zou te veel waarde hechten aan de toetsresultaten en basisscholen daarop beoordelen. Daarom zouden scholen bang zijn voor een lage score als zwakke leerlingen meedoen. Begin 2000 stelde de Algemene Vereniging van Schoolleiders (AVS) zelfs dat sommige scholen bewust zwakke leerlingen niet laten deelnemen aan de toets.

Volgens mediaberichten besloten alle basisscholen in Zoetermeer, Almere en Zaandam het afgelopen jaar om geen gebruik meer te maken van de Cito-toets, omdat het slechts een momentopname is. Voortaan zou alleen het schoolrapport worden gebruikt om het schooltype te kiezen. Het Cito presenteerde vervolgens echter cijfers die aantonen dat er van massaal afhaken van de scholen in deze gemeenten geen sprake is.

Het toetsinstituut verbaast zich over de opmerking dat de toets slechts een momentopname is. "In de eerste plaats zeggen we zelf al jaren dat de toets sámen met het advies van de school moet worden gebruikt en dus niet als enig instrument de toelating tot het voortgezet onderwijs mag bepalen. In verreweg de meeste gevallen bevestigt de toets het oordeel dat de leerkracht zich vooraf heeft gevormd. Bovendien weten alle gebruikers van de Cito-toets dat de voorspellende waarde zeer hoog is. Geen wonder, want de voorspelling van de toets is gebaseerd op gedegen onderzoek. Dat onderzoek wijst uit dat de toets voor de meeste leerlingen geen momentopname is."

Volgens onderzoek menen ouders dat de Cito-score in 24 procent van de gevallen tot een verkeerd advies leidt. Dit is veel vaker een te laag (18 procent) dan een te hoog advies (6 procent). Dat kan te maken hebben met nervositeit van de leerlingen, veronderstellen de onderzoekers. Ruim de helft van de kinderen (52 procent) is een beetje zenuwachtig voor de toets, en een op de tien is zelfs zeer nerveus.

"Leerkrachten zien bij extreem faalangstige leerlingen meteen dat de Cito-toets ernaast zit", reageert het Cito echter. Voor kinderen bij wie het tijdens de toets echt misgaat, door ziekte of faalangst, is er sinds 2003 de Inhaaltoets. Daarvan maakten vorig jaar ongeveer 250 van de 167.000 deelnemende leerlingen gebruik.

Zwaarwegend

Om ouders te informeren over de inhoud van de Cito-toets, is er een Eindtoets voor Ouders gemaakt. Deze bestaat uit twintig opgaven uit de toets van een vorig jaar.

Voor de meeste ouders weegt niet de toetsuitslag, maar het advies van de leerkracht het zwaarst, zo bleek vorig jaar uit onderzoek. Zij vinden ook dat de middelbare scholen te veel waarde aan de Cito-scores hechten. Juist daardoor zou de toets een examen worden en stress oproepen.

Ook de basisscholen zijn hierover ontevreden. In 2002 stelden de samenwerkende organisaties voor vernieuwing van het onderwijs (SOVO) dat veel basisscholen ontstemd zijn, omdat volgens hen het voortgezet onderwijs vaak alleen acht slaat op het resultaat van de Cito-toets, waardoor het advies van de basisschool nauwelijks meer een rol zou spelen.

Het toetsinstituut wijst erop dat ouders niet met hun kinderen moeten gaan trainen voor de toets. Dat bederft het eerlijke beeld dat de test moet opleveren. "De opgaven in de toets vragen geen feitjes, maar vooral inzicht en toepassing van kennis. Dat leren kinderen niet door eindeloos opgaven te maken. Het uit het hoofd leren van opgaven uit oude toetsen helpt al helemaal niet, want er is ieder jaar een spiksplinternieuwe toets."

KADER 1

Toets uit Amsterdam

De eindtoets dankt zijn bestaan aan een Koninklijk Besluit van 22 juli 1965. Volgens dit KB moest voor alle leerlingen die werden aangemeld voor het voorbereidend hoger en middelbaar onderwijs (vhmo) behalve een geschiktheidsverklaring van het hoofd van de lagere school ook het resulta at van een toelatingsonderzoek beschikbaar zijn. Tot die tijd was zo'n onderzoek alleen vereist voor de toelating tot het middelbaar onderwijs: de hogere burgerschool (hbs) en de middelbare meisjesschool (mms).

De gemeente Amsterdam vroeg het Research Instituut voor Toegepaste Psychologie onder leiding van prof. A. de Groot een onderzoek naar schoolvorderingen op te zetten. Het resultaat was de Amsterdamse Schooltoets, die in 1966 met name op de openbare scholen werd afgenomen. Dat gebeurde door de eigen leerkracht, onder toezicht van vertegenwoordigers van het voortgezet onderwijs.

Sinds 1968 bestaat de toets geheel uit meerkeuzeopgaven. In 1969 werd de toets bij ongeveer 35.000 leerlingen afgenomen, zowel in als buiten Amsterdam. Het jaar daarna nam het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling (Cito) de toets over. Dit instituut was door prof. De Groot opgericht. De Amsterdamse Schooltoets heette voortaan Schooltoetsen Basisonderwijs en sinds 1976 is het: Eindtoets Basisonderwijs.

Het aantal deelnemers steeg gestaag: in 1976 40.000, vier jaar later 90.000, rond 1990 100.000 en in 2003 169.000. De laatste twee jaar is een lichte daling te zien.

KADER 2

Op de drempel

Een aanvulling op de Cito-toets vormt het Drempelonderzoek van Onderwijs Advisering uit Ridderkerk. Dit instrument uit het vso-lom-onderwijs is vooral geschikt voor de groep die naar het praktijkonderwijs en het vmbo gaat.

"De toets is ontstaan in het lom, waar ik zelf werkte", zegt initiatiefnemer T. Kapinga. "Vervolgens nam het voortgezet onderwijs het onderzoek in gebruik als begintoets. Daarna ontdekte het basisonderwijs het." Scholen in onder meer Zwijndrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Wolvega en een groot deel van Brabant nemen nu eerst het Drempelonderzoek af en vervolgens laten ze alleen de leerlingen met een theoretisch advies of hoger aan de Cito-toets meedoen.

"Leerlingen die minder kunnen, hoeven dan die moeilijke toets niet te maken", zegt Kapinga. "De Cito-toets is gebaseerd op de leerstof van groep 8, het Drempelonderzoek op de stof van de groepen 5 tot en met 8. Dat is goed voor de motivatie van de leerling, het is kostenbesparend en het haalt de Cito-score van de school omhoog, zodat de inspecteur niet meer komt zeuren."

Het aantal deelnemers aan het Drempelonderzoek, dat het hele jaar door afgenomen kan worden, steeg van 5000 in het cursusjaar 2001-2002 via 25.000 naar 34.000 vorig schooljaar.

KADER 3

Andere vergelijking, betere score

Een groot deel van het orthodox-christelijk basisonderwijs is van de Cito-toets overgestapt op het Schooleindonderzoek (SEO). Dit werd in 1987 ontwikkeld door de gereformeerd vrijgemaakte begeleidingsdienst GPC. In 1999 haakten de reformatorische begeleidingsdiensten BGS en KOC en het protestants-christelijke Centraal Nederland bij dit initiatief aan.

De christelijke scholen stuitten in de Cito-toetsen voortdurend op teksten en afbeeldingen die ze hun leerlingen liever niet voorlegden. Er kwamen occulte elementen in voor en soms werden de testen ontsierd door bastaardvloeken. Het is altijd afwachten wat de inhoud zal zijn, want de enveloppen mogen pas op de morgen van de toetsdag worden geopend.

Naast principiële redenen speelden ook bezwaren tegen de eenzijdige nadruk op de schoolvorderingsscores een rol. Het SEO is dan ook breder. Naast het schoolvorderingenonderzoek, zoals het Cito dat ook heeft, bevat het een intelligentietest. Op een deel van de scholen wordt ook een sociaal-emotionele test afgenomen.

Deze bredere aanpak levert soms opmerkelijke resultaten op, aldus directielid J. F. Voorthuyzen van Driestar Educatief, waarin het BGS inmiddels opging. "Het Cito heeft scholen op grond van de samenstelling van hun leerlingenpopulatie ingedeeld in zeven klassen. Als school word je dan voortdurend vergeleken met het gemiddelde van die klasse. Als je daar drie jaar lang onder zit, trekt de inspectie aan de bel.

Wij kiezen voor een andere aanpak: we vergelijken de uitslag van de intell igentietest met de toets voor de schoolprestaties. Als die uitslagen bij veel leerlingen met elkaar overeenkomen, doe je het als school goed, want je haalt er blijkbaar uit wat erin zit. Wij vergelijken dus niet met andere scholen, maar leggen interne factoren van een school naast elkaar. Er zijn al meerdere scholen geweest die volgens de Cito-vergelijking steeds onder de maat waren en daar ook problemen mee kregen, en die volgens de SEO-methode goed of zelfs boven het gemiddelde bleken te scoren."

Het Schooleindonderzoek wordt door een constant aandeel van de achterban gebruikt: 100 procent van de KOC-scholen, 80 procent van de GPC-achterban en 50 procent van de BGS-scholen. Groei is er de afgelopen jaar geweest in het aantal scholen van Centraal Nederland dat de test gebruikt. Er zijn nu zo'n 200 scholen, met in totaal 5000 leerlingen, die de toets afnemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 januari 2005

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Krachtproef op het kruispunt

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 januari 2005

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken