Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Drievoudig snoer meer streefdoel dan feit

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Drievoudig snoer meer streefdoel dan feit

5 minuten leestijd

Feit of een ideaal dat moet worden nagestreefd. Daar draait het uiteindelijk om als binnen de gereformeerde gezindte gesproken wordt over een drievoudig snoer tussen God, Nederland en Oranje. Gemakkelijk wordt deze gedachte een alibi om alle discussie over de functie, handel en wandel van ons vorstenhuis uit de weg te gaan. Met als gevolg dat van de koninklijke familie wordt goedgepraat wat men van elke andere willekeurige burger zou afkeuren.

Het is opvallend dat de Reveil-apologeet Isaac da Costa aan het begin van de negentiende eeuw de gedachte van een drievoudig snoer zo nadrukkelijk onderstreepte. Terwijl zijn voorgangers zich ondanks hun soms wereldse levensstijl gebonden wisten aan de gereformeerde belijdenis was koning Willem I de eerste die deze losliet. Hij voerde een herziene kerkorde in die ruimte bood aan allerlei wind van leer. En in dat tijdsgewricht benadrukte Da Costa dat er een hechte band bestaat tussen God, Nederland en Oranje. Zo hoopte de Reveil-man een dam op te werpen tegen het revolutionaire denken van de Franse Revolutie. Dat wilde niet weten van een erfelijk koningschap.

Dezelfde gedachte van een bijzondere band tussen de Heere, ons koningshuis en ons land is terug te vinden in het werk van Groen van Prinsterer. De oorsprong hiervan ziet hij in het werk van prins Willem van Oranje, die "als een Mozes" de hervormden uit het slavenhuis heeft geleid. Nederland noemde Groen een tweede Israƫl. Niet bij gelijkstelling maar bij vergelijking.

De uitspraken van Da Costa en van Groen hebben een groot stempel gezet op het denken van orthodoxe protestanten over het Oranjehuis. Verschillende verzoekschriften om meer vrijheid die de Afgescheidenen aan koning Willem I en zijn opvolger Willem II zonden, getuigen daarvan. Daaruit blijkt dat de vervolgde gereformeerden de repressie toeschreven aan de slechte raadgevers van de vorsten. Het kon in hun beleving niet zo zijn dat de koning zelf de aanstichter was van het kwaad.

Hoewel de Oranjes zich altijd protestants hebben gevoeld, was er zeker sinds koning Willem I geen sprake meer van exclusieve binding aan de gereformeerde belijdenis. Willem I had een afkeer van "Dordtse scherpslijpers", zijn zoon Willem II sympathiseerde met het rooms-katholicisme en zijn kleinzoon Willem III koos bij zijn inhuldiging er welbewust voor om de remonstrantse predikant Des Amorie van der Hoeven te vragen voor een gelegenheidspreek.

Ook de drie vorstinnen van de twintigste eeuw hebben weinig band met de klassiek gereformeerde confessie. Koningin Wilhelmina misschien nog wel het meest. Zij zocht haar hofpredikers vooral in de kringen van de Ethische richting binnen de hervormde kerk. Deze vorstin wist ook heel goed dat ons land ontstaan was uit de strijd tussen Rome en de Reformatie.

Haar dochter, koningin Juliana, daarentegen zocht het vooral in het vaag spirituele. Van dogmatische belijndheid was ze wars. Koningin Juliana was ontvankelijk voor bijvoorbeeld het new-agedenken. Ze aarzelde niet in een klooster in retraite te gaan en nam in 1998 openlijk deel aan de roomse communie.

Toen koningin Beatrix in 1980 bij haar ambtsaanvaarding nadrukkelijk zei haar regering te willen uitoefenen met het gebed "Mijn schild ende betrouwen, zijt Gij o God Mijn Heer", was de gereformeerde gezindte aangenaam getroffen. De wens leek een belofte voor de toekomst.

Ongetwijfeld zullen de aangehaalde woorden uit ons volkslied voor onze Koningin betekenis hebben; haar inspiratie bieden. Maar daarmee is niet gezegd dat er sprake is van een terugkeer tot de God van haar vaderen. Integendeel. Weliswaar kiezen de Oranjes er nog steeds voor zich protestants te noemen, maar dat heeft weinig van doen met orthodox-gereformeerd belijden. De boodschap die ds. C. A. ter Linden brengt, de predikant die op bijzondere momenten door de koninklijke familie gevraagd wordt te preken, is vooral horizontalistisch en rept niet over de ernst van de zonde en de rijkdom van de genade in Christus.

Ook als het gaat om de levensstijl van de leden van het Huis van Oranje is er sprake van een kloof met gereformeerde belijders. De zondagsviering, de invulling van feesten en de aanwezigheid bij festiviteiten die haaks staan op een bijbels beginsel, maken dat overduidelijk.

In de achterliggende eeuwen is het steeds moeilijk gebleken voor orthodox-protestanten om dit punt aan de orde te stellen. Ook al was van sommige Oranjes bekend dat zij buitenechtelijke kinderen hadden, predikanten zwegen over deze misstappen. Die tweeslachtigheid is er tot op de dag vandaag. Terwijl van kerkleden -terecht- niet wordt geaccepteerd dat deze hun leven naar eigen inzicht inrichten en weinig rekening houden met Gods geboden, lijkt men een wereldse levensstijl van de Oranjes gemakkelijk door de vingers te zien.

Onmiskenbaar is het Oranjehuis van grote betekenis geweest voor de geschiedenis van ons land. Daarvoor is waardering op haar plaats. En dat vanuit de gereformeerde gezindte de band met het Oranjehuis wordt benadrukt, is als tegenwicht tegen opkomend republikeins denken te begrijpen. Maar meten met twee maten -wat een kerklid niet mag, mag een Oranje wel- is misplaatst.

Da Costa heeft met zijn beeld van een drievoudig snoer zeker niet bedoeld een vrijbrief te geven aan het Oranjehuis om het minder nauw met bijbelse leefregels te nemen. Dat is het in de praktijk wel geworden. De Reveil-man heeft met zijn beeld willen aangeven dat het bestaan van een koningshuis voor ons land een bijzonder voorrecht is. Dat is het tot op de dag van vandaag.

Ondanks alle vragen die gesteld kunnen worden bij aspecten van de levenswandel van de Oranjes is een pleidooi voor afschaffing van het Koningshuis niet te verdedigen. Het Oranjehuis heeft veel betekend voor de geschiedenis van ons land. Daar bovenuit gaat het bijbels belijden dat God in Zijn wijsheid volkeren vorsten schenkt. Daarbij eist Gods Woord van de onderdanen gehoorzaamheid aan en gebed voor de koningen, zowel voor de goede als voor de slechte.

De praktische invulling die koningin Beatrix geeft aan haar taak, verdient respect. Zij wordt door vriend en vijand geroemd vanwege haar deskundigheid en betrokkenheid. En terecht. De Koningin geeft blijk van een hoge taakopvatting die ze met al haar gaven en krachten vervult. Een felicitatie bij haar jubileum is daarom zeer terecht. En daarbij dient ons gebed te zijn dat de Koningin leve, in de diepste zin van het woord.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 12 april 2005

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

Drievoudig snoer meer streefdoel dan feit

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 12 april 2005

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken