Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Veranderende verf

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Veranderende verf

8 minuten leestijd

Verven is leuk. De boel fleurt ervan op en het geschilderde hout kan er weer even tegen. Stinken doet het wel. Hopen dat die deur een beetje snel droogt. Maar laat nu net het middel dat daarvoor zorgt -kobalt- kankerverwekkend zijn. Een vervanger is gevonden. En de schilder? Die wordt niet vrolijk van al die veranderingen.


Mangaan als droogmiddel

Verf die langzaam droogt, zorgt voor frustraties. Daarom zit in de meeste verfsoorten de droogstof kobalt, een chemische stof die verantwoordelijk is voor een snelle droogtijd. Dierproeven wijzen echter uit dat kobalt schadelijk is voor de gezondheid en zelfs kankerverwekkende eigenschappen heeft.

Reden voor chemicus Remy van Gorkum om promotieonderzoek te doen naar een waardige vervanger van kobalt: mangaan. Hij zocht en vond. Vorige maand promoveerde hij aan de Universiteit Leiden. "Mangaanverbindingen zijn, net als kobalt, prima verfdrogers", aldus Van Gorkum. "Tijdens mijn onderzoek ontdekte ik dat de mangaanverbinding dezelfde werking heeft als een kobaltverbinding, alleen werkte mangaan aanvankelijk iets minder goed. Na wat verbeteringen in de verbinding lukte het de stof precies hetzelfde te laten doen als kobalt." De officiële naam van de metaalverbinding is overigens mangaanacetylacetonaat.

Een verfdroger moet aan drie belangrijke eisen voldoen: hij is goed oplosbaar, makkelijk te verkrijgen en goedkoop, legt Van Gorkum uit. "Mangaan voldoet hieraan, plus dat er geen schadelijke stoffen in zitten. Want daar gaat het uiteindelijk om."

Vooral in de vorm van stof kan kobalt schadelijk zijn. Het schuren van een verflaag met deze stof is dus gevaarlijk. Van Gorkum: "Hoewel het nog niet aangetoond is dat kobalt negatieve gevolgen kan hebben voor mensen, zal de Europese Unie niet lang nadenken over het verbieden van de stof. Ik heb gehoord dat het al over twee jaar zover kan zijn. Risico's neemt doet de EU niet. Daarom heb ik alle mogelijke steun gekregen tijdens mijn onderzoek."

Van Gorkum kreeg de onderzoeksopdracht van het ministerie van Economische Zaken. De verffabrikanten Akzo-Nobel, Sigma Coatings en DSM Coatings maakten deel uit van de begeleidingscommissie. Of de industrie de bevindingen van Van Gorkum ook daadwerkelijk gaat toepassen, is nog maar de vraag. "De bedrijven zullen, als het niet strikt noodzakelijk is, zeker geen veranderingen doorvoeren. Maar op het moment dat de EU kobalt verbiedt, zullen ze wel moeten. De industrie heeft veel belangstelling getoond."

Samenwerkingspartners probeerden de nieuwe samenstelling uit met verschillende soorten verf. De hardheid, de helderheid van de kleur en de droogtijd werden gemeten. Alleen op het gebied van kleur heeft mangaan een minpuntje. Van Gorkum: "De stof is van nature bruin. Bij verven met een lichte kleur komt het bruin er een beetje doorheen. Maar dat is niet mijn probleem. Ik doe onderzoek, geen productontwikkeling."

Van Gorkum deed proeven met de teststof ethyllinoleaat, een derivaat van lijnolie. Deze stof reageert precies hetzelfde als echte verf, met dit verschil dat hij niet hard wordt. Alle eigenschappen waren zo voor de onderzoeker zichtbaar, dus kon hij naar hartelust metingen doen. In de vijf jaar dat hij onderzoek deed, hanteerde Van Gorkum niet één keer de kwast. Van echte verf bleef hij af. Dat zou zijn opstelling maar vervuilen.


Acht grondstoffen

De meeste verfproducten bestaan uit acht grondstoffen. Er zijn echter maar weinig verven die alle stoffen in zich hebben. De belangrijkste stoffen zijn het bindmiddel en het oplosmiddel. Het bindmiddel zorgt ervoor dat de verf uiteindelijk de gewenste hardheid krijgt, het oplosmiddel is nodig om de verf in een dunne laag aan te kunnen brengen.

Op het moment dat een lik verf op een deur of kozijn is gesmeerd, begint een klein chemisch proces. Zuurstof reageert met de verschillende stoffen die in de verf zitten, met name met het oplosmiddel. Deze stof verdampt. Dat is de reden waarom er altijd een verflucht in huis hangt tijdens en na het schilderwerk. Nadat het oplosmiddel uit de verf is verdwenen, ontstaat uit het bindmiddel een vaste structuur. Dit is de uiteindelijke verflaag.

Behalve uit bindmiddelen en oplosmiddelen bestaat verf vaak uit prepolymeren. Dit zijn aantrekkelijke grondstoffen, omdat de dampspanning -de mate van vluchtigheid van het product- lager is dan van oorspronkelijke grondstoffen, zoals oplosmiddelen. Dit leidt niet alleen tot geringere verdampingsverliezen, maar ook tot kleinere gezondheidsrisico's. Daarnaast hebben deze stoffen een lage viscositeit. Ze zijn dus minder vloeibaar.

Het gebruik van de ene grondstof betekent noodzakelijkerwijs het gebruik van de andere. Wanneer een bepaald bindmiddel van nature bros is, bijvoorbeeld chloorrubber, moet de verf behalve dat bindmiddel ook een weekmaker bevatten, zoals chloorparaffine.

Verf verschilt in soort, kleur en kwaliteit. Deze eigenschappen zitten verborgen in een ander belangrijk onderdeel in verf: pigmenten. Deze poedervormige vaste stoffen zijn onoplosbaar. Er zijn twee soorten: de corrosiewerende pigmenten en de pigmenten met optische eigenschappen, zoals kleur en glans.

Om de technische eigenschappen van verf te verbeteren -bijvoorbeeld de hechting, waterdampdoorlatendheid of schuurbaarheid- zijn vulstoffen nodig. Vroeger gebruikten fabrikanten deze stoffen vaak om de kostprijs van een bus verf te verlagen, maar dat gebeurt niet meer. Grove vulstoffen zoals zilverzand en gebroken gekleurde gesteenten komen voor in sierpleister en antislipverven.

Verven kunnen bovendien hulpstoffen bevatten. De naam zegt het al: ze kunnen tal van functies hebben. Ter voorkoming van velvorming, voor een betere en diepere glans of voor het weren van schimmels.


Onmisbaar oplosmiddel

De fervente doe-het-zelver zal het ongetwijfeld kennen; duizeligheid en zelfs misselijkheid na een dagje verven in huis. De typische verflucht dringt overal doorheen. De veroorzakers van deze geuren zijn oplosmiddelen. Deze stoffen zorgen voor de vloeibaarheid van de verf en zijn daarom onmisbaar.

De bekendste oplosmiddelen zijn aceton, terpentine, butylacetaat, tolueen en xyleen. Deze stoffen verdampen op het moment dat de verf is aangebracht. Een chemische reactie in combinatie met zuurstof gaat hieraan vooraf. Nadat het oplosmiddel is verdwenen, hardt de verf uit. Het bindmiddel vormt dan een harde laag.

Voor doe-het-zelvers is er geen direct gevaar voor de gezondheid bij het werken met verf op bijvoorbeeld terpentinebasis. Maar professionals kunnen wel degelijk te maken krijgen met gezondheidsklachten. Het gevreesde organisch psychosyndroom (OPS) ligt op de loer. Symptomen hiervan zijn onder meer concentratieproblemen, vergeetachtigheid, geïrriteerdheid, ouderdomsverschijnselen op jongere leeftijd, ernstige vermoeidheid, zware hoofdpijn, duizelingen, slaapstoornissen en gebrek aan eetlust. De acute verschijnselen van OPS zijn bijvoorbeeld een dronken gevoel, misselijkheid, hartkloppingen of een pathologisch diepe slaap.


"Schilderen op waterbasis niet geweldig"

Met ruim 44 jaar ervaring heeft schilder Aard van Looijengoed (59) uit Voorthuizen al heel wat potten verf weggewerkt. De ene verf is de andere niet; dat ondervindt hij dagelijks. "Laat mij maar verven met een goede alkydharsverf. Die stinkt misschien wel, maar dan zet ik wel een raampje open. Op watergedragen verf heb ik het niet zo."

In het begin van zijn carrière maakte Van Looijengoed zelf verf. "We hadden loodwit voor buiten, zinkwit voor binnen. Als je binnen moest zijn, gooide je een schep zinkwit in een blik, gooide er gekookte lijnolie bij en een verfdroger, meestal kobalt. Even roeren, en verven maar. Het was wel dikke prut, maar het werd zo hard als steen. Dat waren de oude technieken."

Na niet al te lange tijd kwamen de synthetische verven op de markt, waar volgens de schilder veel beter mee te werken was. "Veel beter te smeren. Ja, dat was een vooruitgang, al was de kwaliteit in het begin niet altijd even geweldig. Hét voordeel van deze verf was de snelheid van drogen en uitharden. De ouderwetse verf was taai, maar het duurde ook nog eens een paar dagen voordat hij echt uitgehard was."

Een kozijn schilderen ging opeens een stuk makkelijker en sneller. Was Van Looijengoed vroeger vijf dagen bezig voordat een kozijn kant-en-klaar afgeleverd was, dezelfde bewerking gebeurt nu op één dag.

Van watergedragen verf moet Van Looijengoed niet zo veel hebben. "De kwaliteit is niet geweldig, het schildert niet fijn en het duurt langer voor hij uitgehard is. Het lijkt allemaal heel mooi, maar schijn bedriegt. Als ik een trap in de verf op waterbasis moet zetten, kan ik de laag nog zo dik opzetten, maar de verf zakt in. De glans wordt niet mooi, het heeft weinig body. Daarnaast denken mensen al snel dat de verf droog is. Dat ís ook zo; verf op waterbasis droogt heel snel op. Maar wat mensen niet weten is dat het uithardingproces heel lang duurt. Zo'n veertien dagen, terwijl een traditionele verf met twee dagen keihard is. De verf lijkt dus droog, waardoor mensen naar boven lopen met harde schoenen. Die krassen en vegen krijg je er nooit meer uit."

Hoewel de schilder bekend is met de gezondheidsrisico's bij alkydharsverven, blijven dat toch zijn favoriete soorten. "Risico's blijven er altijd. Vroeger kregen collega's nogal eens loodwitvergiftiging. Met schuren -en dan vooral binnen- deden we een vochtige doek voor onze mond. Toen waren er nog geen mooie mondkapjes zoals nu. Ik vind het een goede zaak dat de overheid streng is, maar de werknemer is zelf verantwoordelijk. Ventileren tijdens het schilderen is bijvoorbeeld uitermate belangrijk. Doe je dat niet, dan helpen andere maatregelen ook maar half."

Onderzoeken naar vervangers voor schadelijke stoffen juicht Van Looijengoed toe. "Al moeten ze wel de kwaliteit van de verf in de gaten houden. Als die eronder lijdt, is het niet best. Gelukkig krijgen we steeds betere verven, die ook op onze maatschappij zijn toegesneden. Wat te denken van een expresverf, die tot 5 graden onder nul aangebracht kan worden? Vroeger zat je met die temperatuur thuis. Nu kun je doorwerken."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 24 mei 2005

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Veranderende verf

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 24 mei 2005

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken