Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Referendum geslaagd, politiek gezakt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Referendum geslaagd, politiek gezakt

Raadsleden ChristenUnie staan niet meteen te springen bij volksraadpleging

7 minuten leestijd

Na de succesvolle campagne tegen de Europese grondwet gaat de ChristenUnie zich nog eens goed bezinnen op het referendum als instrument om de kloof tussen burger en politiek te dichten. Partijleden die er al ervaring mee hebben, zijn echter niet meteen enthousiast. "In de praktijk werkt het zo: is het referendum geslaagd, dan is de politiek gezakt."

Nu de stofwolken van het eerste landelijke referendum sinds 1815 zijn neergedaald, valt op dat de christelijke partijen het niet slecht hebben gedaan. De SGP was tegen de grondwet, en kreeg 98 procent van de achterban mee. CU-voorman Rouvoet groeide uit tot leider van het nee-kamp en kreeg 80 procent van zijn kiezers mee. Het CDA was voor, en wist als enige een stevige meerderheid (70 procent) van z'n kiezers daarvan te overtuigen.

Toch waren juist deze partijen tegen het houden van het referendum. Ze zijn ook alle drie traditioneel geen voorstander van het middel volksraadpleging. De christelijke politiek snijdt in het eigen vlees, zeggen ze wat verwonderd in het kamp van de conservatieven. Immers: referenda hebben een conserverende werking. Zo'n 115 keer werd er in Nederland een (lokaal) referendum gehouden, in bijna 90 procent blokkeerde de bevolking de plannen van de politiek.

De SGP blijft vast bij zijn afwijzing van referenda. Het CDA blijft binnen de huidige regeringscoalitie op de rem staan. De ChristenUnie lijkt echter in beweging te komen. Het initiatief daartoe ging vorige week uit van partijleider Rouvoet. "Stel dat er in de nabije toekomst meer referenda komen", zei hij, "dan kunnen we niet steeds én enthousiast meedoen in de campagnes én bij hoog en laag volhouden dat we eigenlijk tegen referenda zijn."

Directeur Henk van Rhee van het CU-partijbureau blijkt nauwelijks een week later al duidelijke ideeën te hebben over hoe de interne discussie vorm kan krijgen. Op verzoek van Rouvoet en senator Schuurman wordt reeds een commissie in het leven geroepen om na te denken over zaken als de provinciale indeling van het land en het direct verkiezen van de Eerste Kamer. Deze commissie zou in haar rapport ook het referendum kunnen meenemen.

Randvoorwaarden

Wethouder Frans de Lange uit Harderwijk, voorzitter van de CU-bestuurdersvereniging, toont zich enthousiast over het voorstel van Rouvoet. Een nieuwe bezinning op het referendum is wat hem betreft "op z'n minst" aan de orde. Hij wijst op het "plotselinge maatschappelijke debat over Europa, dat er zonder dit referendum nooit zou zijn geweest." Ook lokale referenda, zoals recent in Utrecht en Zwolle, geven volgens De Lange "toch een stukje duidelijkheid over hoe de mensen erover denken."

De Lange denkt niet dat er binnen de ChristenUnie nog veel mensen te vinden zullen zijn die zich principieel zullen keren tegen het referendum als politiek instrument. Wel geeft hij aan dat ook hij duidelijke randvoorwaarden bij het houden van referenda wil stellen. Zo moet de vraagstelling helder en eenduidig zijn en is lang niet ieder onderwerp geschikt, omdat de uitslag niet voor tweeërlei uitleg vatbaar mag zijn. Het grondwetsreferendum was wat dat betreft een slecht voorbeeld.

Ook raadslid Wim Rietkerk uit Utrecht juicht de bezinning op het referendum toe. Met plezier zag hij de Utrechtse bevolking vorige week tegen de uitbreiding van het aantal koopzondagen stemmen. Maar, geeft hij aan, dat plezier ging meer over de uitslag dan over het referendum zelf. "De uitslag was precies dezelfde als de stemming in de gemeenteraad zou hebben opgeleverd. Een hoop drukte en geld dus voor niets."

Rietkerk wil genuanceerd omgaan met het referendum als politiek instrument. Principieel verzet lijkt hem net zo min op z'n plaats als klakkeloze omhelzing. "In sommige gevallen lijkt het een goed instrument, als een verfijnde enquête, maar in de regel is de indirecte weg via de parlementaire democratie beter."

Belangenafweging

In Zwolle, waar de bevolking onlangs tegen de vestiging van een gokhal bij het nieuwe voetbalstadion stemde, is de ChristenUnie minder enthousiast. Raadslid Esmée Wiegman ziet wel positieve punten, bijvoorbeeld dat het "heel interessant is om te zien hoe de burger door zo'n referendum bij de politiek betrokken wordt", maar formuleert ook nadelen. Ze waarschuwt alvast dat haar fractievoorzitter er nog minder positief over is.

Inderdaad blijkt John van Boven sceptisch over het referendum. Hij hekelt de "draai" die verschillende landelijke politici vorige week gaven aan het grondwetsreferendum. Het zou allemaal fantastisch zijn verlopen en de politiek dichter bij de burger hebben gebracht. Maar, analyseert Van Boven, "in feite heeft de uitslag het falen van de politici blootgelegd. Dat is het punt bij een referendum: als het slaagt, is de politiek gezakt."

Om het tot principe te verheffen, vindt Van Boven wat zwaar, maar hij houdt toch stevig vast aan de representatieve democratie. Gekozen politici zijn aangesteld om brede belangenafwegingen te maken, die niet in eenvoudige ja/nee-vragen zijn te vangen. "Het aanleggen van een weg kan pure noodzaak zijn, terwijl de burger er, misschien om heel goede persoonlijke redenen, tegen is."

Graag zou Van Boven andere wegen bewandelen dan het houden van referenda, die vaak leiden tot multi-interpretabele uitslagen. De representativiteit van de democratie houdt een opdracht in die politici serieuzer moeten nemen, vindt hij. "Politici moeten de burger weten te vinden als partner en met mensen in gesprek gaan. Maar de eindafweging is de eigen verantwoordelijkheid die de je als politicus niet uit handen mag geven."

KADER 1

Mw. Spies,

kamerlid CDA:

"Het CDA is sinds jaar en dag aanhanger van de representatieve democratie. Gekozen volksvertegenwoordigers krijgen voor vier jaar het vertrouwen, en leggen permanent -maar in het bijzonder bij verkiezingen- verantwoording af. Het referendum als instrument past tot op heden niet bij onze visie op het functioneren van de representatieve democratie.

Dat neemt niet weg dat ook het CDA nadenkt over staatkundige ontwikkelingen. Ons wetenschappelijk bureau neemt daarbij het voortouw. Gekeken wordt hoe onze democratie in elkaar zit en of er nieuwe instrumenten nodig zijn. Ik sluit niet uit dat daarbij ook het referendum op de een of andere manier om de hoek komt kijken. Maar het is zeker niet zo dat we na vorige week het referendum juichend omarmen.

Natuurlijk is het zonder meer positief dat het referendum heeft geleid tot intensief maatschappelijk debat over Europa en het grondwettelijk verdrag. En inderdaad hebben we als CDA met enig genoegen geconstateerd dat we onze kiezers in belangrijke mate hebben weten te overtuigen. Maar ik herken me niet in de haast euforische verhalen die je meteen op de avond van de uitslag hoorde, van Van Aartsen, van Bos, van Halsema.

De politiek heeft in dit referendum vreselijk klop gekregen. Wie denkt dat het referendum de ultieme oplossing is voor het onderliggende probleem, gaat veel te kort door de bocht. Dat is te makkelijk, het is een miskenning van het probleem. Op deze manier maak je geen einde aan de kloof tussen burger en politiek."

KADER 2

Van der Staaij,

kamerlid SGP:

"De SGP voelt er niets voor om mee te gaan in de euforie die na het referendum over de Europese grondwet de kop heeft opgestoken. Zeker, ook wij zijn blij met de uitslag. Maar dat is geen reden om nu ineens anders te gaan denken over het instrument.

We moeten er in onze meningsvorming rekening mee houden, dat referenda even gemakkelijk kan leiden tot besluiten die haaks op onze principes staan. Aan kansberekening of het goed of verkeerd kan uitpakken, waag ik me niet. Naar zijn aard kan het referendum zowel een rem op verkeerde besluiten als een versnelling ervan betekenen.

Wat hebben wij tegen referenda? Referenda staan haaks op onze visie op de volksvertegenwoordiging, de vertegenwoordigende democratie. Volksvertegenwoordigers zijn ertoe geroepen om in vele, vaak ingewikkelde kwesties een weloverwogen keuze te maken. Zij doen er wijs aan goed te luisteren naar wat er onder de bevolking leeft. Maar zij moeten hun taak niet afschuiven.

Daar komt nog iets bij. Een belangrijke drijfveer voor veel pleitbezorgers van referenda is de volkssoevereiniteit. Hoe directer de democratie, hoe beter, en hoe 'wettiger' de besluiten, is de achterliggende gedachte. Daar zijn wij het als SGP principieel mee oneens."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 11 juni 2005

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Referendum geslaagd, politiek gezakt

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 11 juni 2005

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken