Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

"Vrijheid van onderwijs is een liberaal beginsel"

Staatssecretaris Rutte van Onderwijs optimistisch over toekomst artikel 23, ChristenUnie-Kamerlid Slob maakt zich zorgen

11 minuten leestijd

De vrijheid van onderwijs in ons land staat onder druk. Steeds vaker pleiten politici en opiniemakers voor inperking van de onderwijsvrijheid. Hoe lang zullen christelijke scholen nog overheidssubsidie krijgen?

In vergelijking met andere Europese landen heeft het christelijk onderwijs in Nederland een bevoorrechte positie. Sinds 1917 is er sprake van volledige financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs. In veel andere Europese landen krijgen christelijke scholen slechts een deel van de gemaakte kosten terug.

Een van de landen waar het christelijk onderwijs moeilijk van de grond komt, is Frankrijk. De Fransen voeren de scheiding van kerk en staat tot in haar uiterste consequenties door. Daarom een hoofddoekverbod voor islamitische vrouwen in overheidsdienst en geen subsidiëring van onderwijs op levensbeschouwelijke grondslag.

Een aantal Nederlandse politici en opiniemakers, veelal zonder christelijke achtergrond, vindt dat het in ons land ook die kant op moet. Volgens hen is de verlichting in Nederland niet ver genoeg doorgevoerd. Tweehonderd jaar na dato proberen ze dat alsnog te realiseren. Weg met het bijzonder onderwijs.

D66-kamerlid Van der Laan is zo'n fan van Frankrijk. "Een strikte scheiding tussen kerk en staat waarborgt in een democratie het best de gelijke behandeling van burgers. Als geloof en politiek niet zijn gescheiden, loop je het risico dat bepaalde groepen een voorkeursbehandeling krijgen. Kijk maar naar artikel 23. Dit artikel betekent geen vrijheid van schoolkeuze voor ouders, maar alleen vrijheid voor het stichten van religieuze scholen. Als een groep ouders een school wil stichten, bijvoorbeeld omdat ze veel wiskunde aan hun kinderen willen geven of veel aandacht willen schenken aan dierenbescherming, dan kan dat niet in de huidige situatie", aldus Van der Laan.

Criticasters ziet in de opkomst van de islam een extra argument om artikel 23 te schrappen. Het bijzonder onderwijs werkt belemmerend als het gaat om de integratie en daarom moet het verdwijnen. Patrick van Schie, directeur van de Teldersstichting, het wetenschappelijk instituut voor de VVD, is zo iemand. "Bij moslims uit gezinnen met een niet-westerse achtergrond is de afstand tot de cultuur van de andere Nederlanders groot. Als zij dan ook nog fundamentalistisch onderwijs volgen, duren hun integratie en emancipatie nóg langer, als die op deze manier al tot stand komen. Kinderen van islamitischen huize hebben echter recht op dezelfde ontplooiingsmogelijkheden als andere Nederlandse kinderen. Voor zover artikel 23 dit vrijheidsstreven in de weg staat, kunnen liberalen op grond van hun traditie én hun beginselen de belemmerende bepalingen gerust overboord gooien", schreef Van Schie.

ChristenUnie-kamerlid Slob veegt de vloer aan met deze redeneringen. "Scheiding van kerk en staat betekent niet dat er een scheiding tussen geloof en politiek moet zijn. Nederland is een land van minderheden. Liberalen uit de negentiende eeuw wilden één natie en één school. De eenheidsgedachte uit de negentiende eeuw spreekt mij niet aan en doet ook geen recht aan de Nederlandse situatie. Dat moeten sociaalliberalen en liberalen na 150 jaar maar eens ruimhartig erkennen. De grote liberale voorman Thorbecke gunde in de Grondwet van 1848 ouders de ruimte om scholen op te richten die bij hun levensovertuiging paste. Laten ze bij hem in de leer gaan."

Ook verwerpt Slob de stelling dat het bijzonder onderwijs integratie van allochtonen in de samenleving belemmert. "Het bijzonder onderwijs in de grote steden neemt net zo veel allochtone leerlingen op als openbare scholen. De christelijke school heeft in de meeste gevallen ook de kleur van de wijk. Een klein aantal orthodoxe scholen heeft een strikt toelatingsbeleid. Maar iedereen weet dat als je deze scholen zou verplichten alle leerlingen op te nemen, je niets wint. Dat gaat om zulke kleine aantallen."

Ondanks de sterke argumenten die er zijn voor instandhouding van het bijzonder onderwijs, maakt Slob zich wel zorgen. "Ik kijk dan met name naar de VVD. Deze partij stond twintig jaar geleden pal voor de vrijheid van onderwijs. Nu hoor ik steeds meer en steeds vaker kritiek. Het valt mij ook tegen dat aspirant-politicus en misdaadjournalist Peter R. de Vries, die altijd op zoek is naar bewijzen, zo uit de losse pols schiet op het artikel 23."

Staatssecretaris Rutte van Onderwijs, die ook lid is van de VVD, stelt dat de voorstanders van de vrijheid van onderwijs zich geen zorgen hoeven te maken. "Nederland is een land van verschillende tradities. Juist door het onderwijs krijgen verschillende stromingen een plek in onze pluriforme samenleving. Zo is het in Nederland gegroeid. Dat bevalt me. Het is goed uitgebalanceerd. Neutraliteit bestaat niet. Het Franse model, waarbij een strikte scheiding bestaat tussen geloof en politiek, zou bij ons niet werken."

Binnen uw eigen partij, de VVD, is er een stroming die wel een strikte scheiding wenst.

"Dat klopt. Die is er altijd geweest en zal er altijd wel blijven. Maar gelukkig kiest de overgrote meerderheid voor handhaving van artikel 23."

Dat betekent dat u niet erg gelukkig bent met het rapport van het wetenschappelijk bureau van uw partij waarin staat dat het bijzonder onderwijs moet verdwijnen.

"Ik vind het erg leuk als in mijn partij de discussie hierover opnieuw begint. Zo'n discussie is een spiegel. Je kijkt waar je staat en waar je naartoe wilt. Zo'n debat is prima, maar ik hoop dat een grote meerderheid mijn standpunt volgt. Ik ben ervan overtuigd dat dat het geval zal zijn.

Vergeet niet dat een liberale premier, Cort van der Linden, heeft gezorgd voor de financiële gelijkstelling van het openbaar en bijzonder onderwijs. Dat u en ik een school kunnen stichten die, bij voldoende draagvlak van ouders, bekostiging kan krijgen van de overheid, is zeer waardevol. Het eigen initiatief wordt beloond. Zo bezien is de vrijheid van onderwijs helemaal geen christelijk principe, maar een liberaal beginsel.

Christelijke partijen moeten echter niet denken dat gewetensvorming en bestrijding van cultuurrelativisme niet plaatsvinden in het openbaar onderwijs. Ieder doet het vanuit zijn eigen invalshoek. Ik heb zelf op het Maerlant College in Den Haag gezeten. Daar hield de rector zelfs toespraken over de christelijke tradities van de school."

In reformatorische kring bestaat de vrees dat de overheid op enig moment de onderwijsvrijheid gaat inperken. Is dat een reële gedachte?

"Dat zie ik niet gebeuren."

En Hirsi Ali dan?

"Dat is het debat."

Ook D66-Kamerlid Van der Laan zit op die lijn.

"Die is lid van een andere partij. Hoeveel zetels heeft die partij?"

Paul Scheffer, PvdA-sympathisant, roept het ook.

"Tja, dat is ook wat. De PvdA-fractie is het niet met hem eens."

Peter R. de Vries heeft het in zijn proclamatie staan.

"Nou, dan kun je wel inpakken. Dan is het niet meer te houen. Grapje Nee hoor, de meerderheid van de ouders kiest voor bijzonder onderwijs. De vrijheid van onderwijs is stevig verankerd in onze samenleving. Dat mag zo blijven. Ik voel niets voor afschaffing van het bijzonder onderwijs."

Dit is het slotartikel in een serie over de wettelijke positie van het christelijk onderwijs in Europa. Zie voor eerdere afleveringen: www.refdag.nl.


Welke ruimte biedt de Nederlandse wet voor christelijk onderwijs?
Nederland kent twee soorten onderwijs. Openbaar onderwijs en bijzonder onderwijs. Openbaar onderwijs gaat uit van de overheid, is algemeen toegankelijk en niet gebonden aan een bepaalde levensbeschouwing. Als voldoende ouders belangstelling hebben, mogen kerken of andere levensbeschouwelijke organisaties wel godsdienstlessen of lessen over levensbeschouwing verzorgen.

Daarnaast zijn er bijzondere scholen. Die gaan uit van particuliere organisaties, van een vereniging of een stichting en zijn meestal gebaseerd op een godsdienstige overtuiging. Bijzondere scholen hebben het recht bepaalde kinderen en ouders te weren. In de praktijk maken daar alleen orthodoxe scholen gebruik van.

De vrijheid om bijzondere scholen te stichten bestaat sinds 1848. Na een jarenlange schoolstrijd besloten kabinet en Staten-Generaal in 1917 het bijzonder onderwijs financieel gelijk te behandelen als openbare scholen. De vrijheid van onderwijs en de financiële gelijkstelling liggen vast in artikel 23 van de Grondwet.

Hoeveel scholen maken daar gebruik van?
In Nederland bestaat ruim 60 procent van het scholenbestand uit bijzondere scholen. Nederland telt ongeveer 8000 scholen voor basisonderwijs en 650 scholen voor voortgezet onderwijs. Grosso modo is een derde van de scholen rooms-katholiek, een derde protestants-christelijk en een derde openbaar.

De belangrijkste richtingen in het bijzonder onderwijs zijn: rooms-katholiek, protestants-christelijk, reformatorisch, gereformeerd (vr ijgemaakt), evangelisch, islamitisch en bijzonder neutraal. Onder de laatste vorm vallen de scholen die uitgaan van een bepaald pedagogisch concept, bijvoorbeeld Dalton, Jenaplan of Montessori. Er zijn ook enkele scholen op Joodse en hindoegrondslag.

Groeit het bijzonder onderwijs?
Ja. Eerder dit jaar kwam het ministerie van Onderwijs met cijfers over de aantallen kinderen die naar de verschillende scholen gaan. In de afgelopen vijf jaar verloor het openbaar onderwijs bijna 2 procent van het aantal leerlingen. Dat zijn 12.000 leerlingen. Het bijzonder onderwijs groeide navenant. Dat heeft deels te maken met de totstandkoming van islamitische scholen, maar daarmee is de groei niet helemaal verklaard. Het aantal Nederlandse ouders dat een bijzondere school kiest, neemt dus toe.

Over welke punten vindt debat plaats:
Politici en opiniemakers bekritiseren geregeld de vrijheid van onderwijs.Hieronder de meest spraakmakende sinds van de afgelopen twaalf maanden.

- 30 december 2004: VVD-fractievoorzitter Van Aartsen "sluit niet uit" dat zijn partij in het verkiezingsprogamma van 2007 afschaffing van het bijzonder onderwijs zal opnemen. VVD-Kamerlid Hirsi Ali ging hem hierin voor. Van Aartsen heeft zich ondertussen neergelegd bij het Liberaal Manifest. In dit beginseldocument dat de partij in mei vaststelde, staat dat artikel 23 van de Grondwet moet blijven. Hirsi Ali heeft geen afstand gedaan van haar standpunt.

- 3 oktober 2005: Het wetenschappelijk bureau van de VVD, de Teldersstichting, schrijft een nota over integratie waarin staat dat het bijzonder onderwijs geen subsidie meer moet ontvangen. De partij gaat nog over dit document debatteren.

- 31 oktober 2005: Peter R. de Vries presenteert zijn partijprogramma. Daarin pleit hij voor afschaffing van artikel 23 van de Grondwet, waarin de onderwijsvrijheid is vastgelegd.

- 1 november 2005: Publicist Paul Scheffer, PvdA-sympathisant, vindt dat het onderwijs moet seculariseren en dat er dus geen ruimte meer moet zijn voor onderwijs op levensbeschouwelijke grondslag.


Artikel 23 van de Grondwet

1. Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.

2. Het geven van onderwijs is vrij, behoudens het toezicht van de overheid en, voor wat bij de wet aangewezen vormen van onderwijs betreft, het onderzoek naar de bekwaamheid en de zedelijkheid van hen die onderwijs geven, een en ander bij de wet te regelen.

3. Het openbaar onderwijs wordt, met eerbiediging van ieders godsdienst of levensovertuiging, bij de wet geregeld.

4. In elke gemeente wordt van overheidswege voldoende openbaar algemeen vormend lager onderwijs gegeven in een genoegzaam aantal scholen. Volgens bij de wet te stellen regels kan afwijking van deze bepaling worden toegelaten, mits tot het ontvangen van zodanig onderwijs gelegenheid wordt gegeven.

5. De eisen van deugdelijkheid, aan het geheel of ten dele uit de openbare kas te bekostigen onderwijs te stellen, worden bij de wet geregeld, met inachtneming, voor zover het bijzonder onderwijs betreft, van de vrijheid van richting.

6. Deze eisen worden voor het algemeen vormend lager onderwijs zodanig geregeld, dat de deugdelijkheid van het geheel uit de openbare kas bekostigd bijzonder onderwijs en van het openbaar onderwijs even afdoende wordt gewaarborgd. Bij die regeling wordt met name de vrijheid van het bijzonder onderwijs betreffende de keuze der leermiddelen en de aanstelling der onderwijzers geëerbiedigd.

7. Het bijzonder algemeen vormend lager onderwijs, dat aan de bij de wet te stellen voorwaarden voldoet, wordt naar dezelfde maatstaf als het openbaar onderwijs uit de openbare kas bekostigd. De wet stelt de voorwaarden vast, waarop voor het bijzonder algemeen vormend middelbaar en voorbereidend hoger onderwijs bijdragen uit de openbaar kas worden verleend.

8. De regering doet jaarlijks van de staat van het onderwijs verslag aan de Staten-Generaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 november 2005

Reformatorisch Dagblad | 39 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 november 2005

Reformatorisch Dagblad | 39 Pagina's

PDF Bekijken