Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Debat over doodstraf leeft weer op in Verenigde Staten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Debat over doodstraf leeft weer op in Verenigde Staten

4 minuten leestijd

NEW YORK - De 42-jarige Robin Lovitt zou vandaag de 1000e kandidaat worden voor executie in de Verenigde Staten. Gouverneur Mark Warner van Virginia schonk hem echter gratie, onder meer omdat bewijsmateriaal dat Lovitt had kunnen vrijpleiten door Justitie was "weggegooid."

De twijfelachtige eer van de duizendste executie gaat nu naar Kenneth Boyd in North Carolina of naar Shawn Humphries in South Carolina, nadat Arkansas en Ohio begin deze week respectievelijk Eric Nance en John Hicks executeerden. Boyd en Humphries worden vrijdag terechtgesteld. Alle veroordeelden kregen de doodstraf wegens moord.

Hun executies stimuleren in de VS opnieuw het debat over de doodstraf. Volgens een recente opiniepeiling van Gallup staat 64 procent van de bevolking achter de doodstraf. Dat is een solide meerderheid, maar het is wel het laagste percentage dat zich uitspreekt voor de doodstraf in de laatste 27 jaar.

"Ik denk dat Amerika rijp is voor een serieuze discussie over de doodstraf", aldus David Elliot, woordvoerder van de Landelijke Coalitie voor de Afschaffing van de Doodstraf, waarin een aantal organisaties hun krachten hebben gebundeld.

Overigens kennen van de 50 Amerikaanse staten er slechts 32 de doodstraf. In de meeste staten is er brede steun voor de doodstraf, maar er zijn wel groeiende twijfels over de manier waarop het Amerikaanse rechtssysteem werkt. "Uit de statistieken blijkt dat er meer zwarten ter dood worden veroordeeld -en ook daadwerkelijk worden geëxecuteerd- dan blanken. Bovendien heeft ook de invoering van de DNA-test onzekerheid veroorzaakt over de nauwkeurigheid waarmee politie en justitie tot de conclusie komen dat iemand boven elke twijfel verheven schuldig is", aldus Elliot.

Sinds de DNA-test algemene ingang vond, zijn er in Amerika 122 veroordeelden vrijgelaten omdat onomstotelijk is gebleken dat zij onschuldig waren. "De DNA-test maakt de grote verantwoordelijkheid duidelijk die politie en justitie hebben om in dit soort zaken niet te falen", aldus Jennifer Joyce, officier van justitie in St. Louis (Missouri).

Zij heeft onlangs het onderzoek heropend naar de moord destijds op drugsdealer Quintin Moss. Larry Griffin werd schuldig bevonden aan die moord en werd tien jaar geleden geëxecuteerd. De conclusies van recent onderzoek door de burgerrechtenorganisatie NAACP deden echter ernstige vragen rijzen over de schuld van Griffin. Genoeg vraagtekens voor Jennifer Joyce om het onderzoek naar de moord op Moss formeel te heropenen.

"Als zij tot de conclusie komt dat Griffin niet de dader is, zou dit voor het eerst zijn dat ons juridische systeem toegeeft dat er een onschuldige is geëxecuteerd", aldus Elliot.

De lacunes en zwaktes in het Amerikaanse rechtssysteem waren in 1967 voor het Amerikaanse hooggerechtshof reden om een tienjarig moratorium in te stellen op de doodstraf in de VS.

In 1976 beslisten de hoge rechters echter dat de doodstraf toch toegestaan was, zij het dat zij strikte nieuwe regels uitvaardigden voor de zorgvuldigheid die is vereist voordat men de doodstraf oplegt.

Die regels hebben gefaald volgens John Stevens, een van de rechters van het huidige hooggerechtshof. Tijdens een toespraak tot de orde van advocaten in Chicago (Ohio) eerder dit jaar zei Stevens dat de DNA-test heeft aangetoond "dat er onaanvaardbare zwakke plekken zijn in ons rechtssysteem, en dat heeft er in het verleden ongetwijfeld toe geleid dat onschuldigen zijn geëxecuteerd."

"De discussie over de doodstraf, het nut ervan, en over het recht van de overheid om te doden wordt al sinds jaar en dag in ons land gevoerd", zegt David Schizer, hoogleraar strafrecht aan de Columbia-universiteit in New York.

Er zijn in Amerika uiteraard ook uitgesproken voorstanders van de doodstraf te vinden. Een van hen is Steven Stewart, officier van justitie in Clark County, Indiana. "Ik beschouw het leven als heilig, maar ik ben ervan overtuigd dat er daden zijn die zo wreed en onmenselijk zijn dat het goed is dat de maatschappij de dader figuurlijk maar ook letterlijk verwijdert om ook maar de geringste kans op herhaling te voorkomen", aldus Stewart. Hij heeft in zijn carrière viermaal gepleit voor de doodstraf bij ernstige misdaden.

"Twee keer kreeg ik de jury niet mee omdat die verdeeld was en dat betekent in onze staat dat de rechter dan automatisch kiest voor levenslang", zegt Stewart. "Eenmaal stond de jury achter mij, maar de rechter besliste toen anders. En eenmaal werd een verdachte daadwerkelijk ter dood veroordeeld, maar die veroordeling werd in hoger beroep vernietigd."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 november 2005

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Debat over doodstraf leeft weer op in Verenigde Staten

Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 november 2005

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken