Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Predikend en bedelend door het land der katharen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Predikend en bedelend door het land der katharen

8 minuten leestijd

Ketters bestrijden met hun eigen wapens werkt het best, moet paus Innocentius III hebben gedacht. Hij stuurt in 1206 kanunnik Dominicus naar Zuid-Frankrijk om de katharen door prediking en een voorbeeldige levenswandel tot inkeer te brengen. Dominicus verliest de strijd.

De Kastiliaanse geestelijke Dominicus de Guzman (ca. 1170-1221) is niet de eerste prediker die naar kathaarse gebieden reist om daar het Evangelie te verkondigen. Eerder voert Bernardus van Clairvaux een campagne tegen de ketters, die de katholieke leer verwerpen en het gezag van Rome niet erkennen.

Dan neemt Dominicus het roer over van de cisterciënzers. Hij probeert de ketters te bekeren door een heel ander soort prediking: Gekleed in een simpel wit kleed trekt hij blootsvoets door het land, deelt aalmoezen uit en bedelt voor zijn bestaan. Om geloofwaardig te zijn, moet je zélf arm zijn, is de gedachte. Dominicus keert zich daarmee tegen het rijke en overdadige leven van veel geestelijken en cisterciënzer abten, dat grote weerstand oproept bij de Franse bevolking.

Dualisme

Dominicus wordt geboren in Caleruega in Kastilië omstreeks het jaar 1170. Hij studeert theologie en filosofie in het Spaanse Palencia en wordt omstreeks 1195 kanunnik aan de kathedraal van Osma. Van 1203 tot 1205 vergezelt hij zijn bisschop, Diego d'Osma, op een diplomatieke missie naar Scandinavië. Als ze door de Languedoc trekken, maken ze kennis met het katharisme. Rond en in de steden Toulouse, Carcassonne, Beziers en Albi (de katharen worden ook wel Albigenzen genoemd) wonen duizenden aanhangers van deze sekte.

De kathaarse leer is gnostisch van oorsprong. De aanhangers geloven in twee scheppingen: een slechte, stoffelijke schepping en een goede, geestelijke schepping. Ze kennen dan ook een goede en een slechte God. De slechte god is Jahweh, de god van het Oude Testament, die de wereld geschapen heeft en de geesten heeft gevangen in stoffelijke lichamen. De katharen verwerpen daarom de gedachte dat God zijn eigen Zoon naar de aarde stuurde om door Zijn dood de mensen te verlossen. De goede god is de God van het Nieuwe Testament.

Waar de katharen precies vandaan komen, is nog steeds niet helemaal duidelijk. Mogelijk brengen zogeheten Bogomielse missionarissen uit Bulgarije in de elfde eeuw hun dualistische leer, die sterk lijkt op die van de katharen, via de Donau naar het westen.

Perfecti

Het katharisme kent drie groepen aanhangers: toehoorders, gelovigen en "perfecti". De toehoorders vormen de grootste groep. Voor hen gelden geen speciale verplichtingen; ze moeten alleen onderdak verlenen aan rondreizende perfecti. De gelovigen onderschrijven de kathaarse leerstellingen, maar ze hoeven niet volgens de gevraagde strenge ascese te leven. Zij ontvangen de kathaarse doop op hun sterfbed, voor zover zij op dat moment helder van geest waren.

De derde categorie katharen zijn de perfecti. Na een scholing van enige jaren aan een van de kathaarse opleidingsinstituten, verbinden ze zich aan strenge wetten. De perfecti leiden een celibatair bestaan, eten geen vlees en vasten regelmatig. Geweld is uit den boze. Uit hun midden kiezen ze eigen bisschoppen.

Op het hoogtepunt van het katharisme in de dertiende eeuw behoort ongeveer de helft van de Zuid-Franse bevolking tot de groep van de gelovigen. Er zijn dan zo'n 3000 tot 5000 perfecti, gelijk verdeeld over mannen en vrouwen. Ze hullen zich in lange donkerblauwe gewaden en een deel van hen trekt predikend door het land. De perfecti bezoeken ernstig zieken en ster venden om hun de doop of het "consolamentum" (vertroosting) toe te dienen. Na de ceremonie volgt de "endura": een zelf gekozen dood door verhongering.

Predikheren

De prediking van de perfecti is een groot succes. Door hun levenswijze van armoede, kuisheid, vasten en hard werken, krijgen ze een grote aanhang onder alle lagen van de bevolking. Benedictus overtuigt zijn collega's in de Languedoc dat ze de katharen "met hun eigen wapens" moeten bestrijden. Ook zij trekken predikend en bedelend door de streek.

Enig succes hebben ze wel. Benedictus richt eind 1206 in het plaatsje Prouille een eerste gemeenschap op voor bekeerde kathaarse vrouwen. Ook neemt hij onder meer in Montreal en Pamiers deel aan enkele openbare debatten met katharen en waldenzen. De volgelingen van Petrus Waldus verwerpen eveneens de kathaarse leer, maar ze uiten ook kritiek op de kerk van Rome.

Na de dood van bisschop Diego in 1207 zet Benedictus zijn missie voort, eerst vanuit Prouille en Fanjeaux en later vanuit Toulouse. In deze stad wordt in 1215 de orde van de predikheren, de latere dominicanen, opgericht.

Strijd

De prediking van de dominicanen leidt niet tot het herstel van de orthodoxie in Zuid-Frankrijk. In hun pogingen de kathaarse bevolking te bekeren, boeken ze per saldo niet veel meer succes dan de cisterciënzers eerder. Nu de vredelievende strijd tegen de ketters is mislukt, besluit paus Innocentius III krachtig tegen de Albigenzen op te treden. In 1209 brengt hij een leger op de been voor een kruistocht tegen de "ketters in het zuiden."

Het kruisvaardersleger staat onder bevel van Arnaud-Amaury, abt van de abdij van Citeaux. Later neemt Simon de Montfort, een lage edelman uit Noord-Frankrijk, de militaire leiding van hem over. Het leger treedt keihard op. In juli 1209 moorden soldaten de volledige bevolking van Beziers uit, terwijl ze een jaar later in Minerve 140 katharen levend verbranden. Op de vraag: "Hoe kunnen wij onderscheiden wie de ketters zijn?", moet Arnaud-Amaury hebben geantwoord: "Dood hen allen. God zal de Zijnen herkennen."

Na een tweede kruistochten tegen de katharen in 1226 krijgen de Dominicanen het zogenoemde recht op het inquisiteurschap. De inquisitie probeert tot in de veertiende eeuw de restanten van de ketterse sekte uit te roeien. Katharen die zich onder druk bekeren, moeten de namen van medebroeders opgeven en krijgen boetedoening opgelegd. Tijdens de verhoren mogen de verdachten geen getuigen oproepen.

Misschien wel de bekendste inquisiteur is een zekere Jacques Fournier, bisschop van Pamiers. Hij brengt het later, als Benedictus XII, nog tot paus. Zijn nauwkeurige aantekeningen van verhoren en getuigenverklaringen geven een goed beeld van het middeleeuwse plattelandsleven in de Franse Pyreneeën. De hedendaagse historicus Emmanuel Le Roy Ladurie gebruikt deze gegevens voor zijn beroemde beschrijving van het kathaarse dorpje Montaillou.

Montsegur

Een derde en laatste kruistocht tegen de Albigenzen start in 1243. Een jaar later nemen de Franse troepen het bolwerk Montsegur in en verbranden de ruim 200 nog aanwezige ketters. Queribus, de laatste vesting, begeeft het in 1255 - nu 750 jaar geleden. De overgebleven katharen gaan ondergronds verder en houden geheime bijeenkomsten in het bos, in bergen en in grotten. Een zekere Belibaste is in 1321 de laatste ketter die wordt verbrand. Een gebeurtenis, die de inwoners van het Franse dorpje Villerouge-Termenes nog jaarlijks herdenken.

KADER

"Verleiders van

simpele zielen"

In de strijd tegen de katharen maakt paus Innocentius III gebruik van de invloedrijke kloosterorde van Citeaux. Abt Arnaud-Amaury krijgt zelfs de militaire leiding van de eerste kruistocht tegen de katharen (1209-1218). Hij laat zich vergezellen door een aantal monniken en abten van andere cisterciënzerabdijen. Een van hen is een zekere Pierre, een monnik uit het klooster Les Vaux-de-Cernay. Hij schrijft in zijn kroniek "Hystoria Albigensis" over de denkbeelden van katharen:

"Gezien de gelegenheid zich aandient, voel ik mij ertoe genoopt om mij ietwat uit te laten over de ketterijen en ketterse sekten. Men wete vooraf dat de ketters geloofden in twee scheppers: de ene onzichtbaar, die zij de goede God noemden; de andere zichtbaar, die zij de slechte God noemden. Zij schreven het Nieuwe Testament toe aan de goede God en aan de slechte God het Oude Testament; bijgevolg verwierpen ze het helemaal, op uitzondering van enkele teksten in het Nieuwe Testament die ze om die redenen waardig vonden om behouden te worden. De auteur van het Oude Testament bestempelden ze als leugenachtig.

Zij zeiden in hun geheime bijeenkomsten dat Christus, Die in het aardse Bethlehem geboren werd en Die gekruisigd stierf te Jeruzalem, de slechte Christus was en dat Maria Magdalena zijn bijzit was. Zij was het, de vrouw die op overspel betrapt werd, waarover men spreekt in de Evangeliën. De goede Christus, zeiden zij, heeft inderdaad nooit gegeten noch gedronken, noch een echt vleselijk omhulsel gehad.

Allen -leden van de Antichrist, eerstgeborenen van Satan, bedorven graan, misdadigers, hypocriete leugenaars, verleiders van de simpele zielen- hadden met het venijn van de trouweloosheid bijna de hele provincie Narbonne besmet. Van de Roomse Kerk zeiden ze dat zij een hol van rovers was en ook dat zij de bekende hoer was waarvan in de Apocalyps gesproken wordt.

De sacramenten van de kerk beschouwden zij als niet-bestaande, in zoverre dat zij in het openbaar onderwezen dat het water van het heilig doopsel in niets verschilde van lopend water, noch de eucharistie van een gewoon brood voor profaan gebruik. In het oor van de eenvoudigen goten ze, druppel voor druppel, de volgende vloek: dat het lichaam van Christus, zelfs al zou het de omvang van de Alpen gehad hebben, sinds langs geconsumeerd zou zijn en tot niets herleid."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 2005

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Predikend en bedelend door het land der katharen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 2005

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken