Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Profeten nodig

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Profeten nodig

Zieners doorschouwen de tijdgeest en voorzien wat komen gaat

10 minuten leestijd

Profeten zijn er altijd geweest. Ze werden en worden vaak niet begrepen. Zullen er Woordgetrouwe profeten zijn, die de tijd(geest) vermogen te doorschouwen tot op Gods toekomst?

"Niet van een ingreep der ordenende machten is het heil te verwachten. De grondslagen van cultuur zijn van andere aard, dan dat zij door gemeenschapsorganen als zodanig, hetzij volken, staten, kerken, scholen, partijen of genootschappen zouden kunnen worden gelegd of in stand gehouden. Wat daartoe nodig is, is een inwendige loutering, die de individuen aangrijpt. De geestelijke habitus van de mensen zelf moet veranderen." Aan het woord is hier de historicus Johan Huizinga (1872-1945) in zijn vermaarde boek uit 1935 "In de schaduwen van morgen". Hoewel Huizinga zelf niet tot een kerk behoorde, stelt hij nochtans de vraag of de kerken "de nieuwe geest", geboren uit innerlijke reiniging (catharsis), zouden kunnen brengen. De kerken kunnen, zegt hij, "als organisatie, slechts in zoverre zegevieren, als zij de harten van haar belijders hebben gezuiverd." Hij ziet alleen toekomst in een nieuwe "askese", overgave aan "het hoogste wat te denken valt" en noemt daarbij diegenen gelukkig voor wie dat nieuwe beginsel slechts de naam kan dragen van Hem die sprak: "Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven."

Huizinga's boek, geschreven toen het nazisme in Duitsland de kop opstak, werd in één klap wereldberoemd. In Duitsland beleefde het in 1936 al de vierde druk, in Nederland in 1938 de zevende, in 1939 was het in acht talen vertaald. Men kan dit boek als profetisch kenschetsen, omdat Huizinga de tijdgeest doorschouwde en voorzag wat komen ging door de opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland. Hij sprak over "barbarisering" van de cultuur en trok de kring dan wijd. Hij zag bijvoorbeeld ook "samenhang tussen de geestelijke crisis en de sociaaleconomische verhoudingen."

Profeten als zieners

Men mag niet uitsluiten dat seculiere denkers in zekere zin met de gave van profetie zijn bedeeld, in die zin dat ze hun tijd doorschouwen tot in de toekomst. Bij Huizinga, hoewel hij als buitenkerkelijke nochtans als 'religieus' wordt geduid, was dat het geval. Intussen zag hij de rol van de kerken scherp (en verlangend) voor zich. In de kerken komt profetie in zoverre anders te liggen dat de kerk voor profetie een Bron heeft. "We hebben het profetische Woord, dat zeer vast is", zegt de apostel Petrus (2 Petrus 1:19). In dat licht bezien heeft alle rechte prediking het element van profetie in zich, omdat ze verkondiging van dat profetische Woord is. In de prediking wordt ook het Woord, dat ooit oudtestamentische profeten van Godswege geroepen waren te spreken, verkondigd (en geactualiseerd), terwijl nieuwtestamentisch gezien het profetische ambt van Christus in de ambtelijke bediening aan het Licht komt.

De Schrift kent echter ook de profetie als bijzondere gave. In het Oude Testament heet de profeet ook ziener (1 Samuël 9:9). Hij kreeg gezichten van God, die hij aan het volk doorgaf. Nieuwtestamentisch spreken we zo ook over de ziener van Patmos, de apostel Johannes, die de toekomst tot op het einde mocht doorschouwen.

Die specifieke gave van profetie wordt niet direct gebonden aan de prediking, ze is ook niet allen in de gemeente gegeven. De een krijgt de gave van wijsheid, de ander van "gezondmakingen", weer een ander die van "profetie"; wel alles door dezelfde Geest (1 Korinthe 12:4 vv). Bij de gave der profetie wijzen de kanttekenaren van de Statenvertaling op A'gabus, die een naderende hongersnood voorspelde (Handelingen 11:27 en 28) en die Paulus zijn komende gevangenschap aankondigde (Handelingen 21:10). In het laatstgenoemde hoofdstuk worden bovendien in één adem met A'gabus de vier dochters van Filippus genoemd, die ook de gave van de profetie hadden.

Dringend verlegen

In het boek dat werd opgedragen aan ds. C. Blenk ter gelegenheid van zijn afscheid als dienstdoend predikant, en dat de titel "Profetisch geïnspireerd" meekreeg, vraagt dr. J. Hoek of we "onszelf en de gemeenten" niet tekortdoen wanneer we ons niet "onbevangen en ootmoedig" opstellen voor alle gaven van de Geest. Hij herinnert aan het woord van Paulus: "Jaagt de liefde na, en ijvert om de geestelijke gaven, maar meest dat gij moogt profeteren" (1 Korinthe 14:1).

Prof. dr. C. Graafland sprak als zijn overtuiging uit dat kerk en wereld dringend verlegen zijn om deze gave van de profetie: "Met de gave der profetie mag de christelijke gemeente overtuigend en onthullend de wil van God verkondigingen en de gangen van God aanwijzen in het gebeuren van heden en toekomst binnen de gemeente en in het geheel van het wereldgebeuren" ("De Geest en Zijn gaven", in Geijkte Woorden, Kampen 1979).

Weliswaar heeft God eens en voorgoed Zijn openbaring gegeven in Zijn profetische Woord, dat de kerk (actueel) moet naspreken, maar Hij gaat ook in de loop der geschiedenis door om binnen de christelijke gemeente profetische inspiratie te geven -te toetsen aan het alleen gezaghebbende Woord-, waardoor de tijdgeest tot in de toekomst mag worden geschouwd. Wie tot zulk een profetie verwaardigd wordt, zal zelf beseffen hoezeer er dan sprake is van gave, gave van de Geest, die Hij geeft waar Hij wil en wanneer Hij wil. Dit te beseffen zal enerzijds bewaren voor charismatisch activisme en wettische dwang, alsof wij de Geest zouden kunnen oproepen. Maar anderzijds geldt dat God niet alleen heeft gesproken, maar ook blijft spreken. Geldt hier ook niet het woord uit Spreuken (29:18), dat bij gebrek aan profetie het volk wordt ontbloot?

Inhoud

Hoe concreet is dan een profetische boodschap? Die volstaat niet met het geven van algemeenheden, betrekking hebbend op de wetteloosheid van de mens in het publieke leven. Mensen van vandaag zijn ten principale niet slechter of beter dan mensen ooit: "Geneigd tot alle kwaad." Het valt niet moeilijk een register van wetteloosheid, zedeloosheid, goddeloosheid op te stellen, dat van en voor alle eeuwen is. Het kwaad hult zich echter ook in elke tijd in niet vermoede of niet herkende verschijnselen, waardoor ook de gemeente van Christus wordt besmet. Wat dan nodig is, is catharsis, innerlijke reiniging van het actuele virus achter de besmetting, die niet alleen de geesten in de wereld verontreinigt maar ook de leden van het lichaam van Christus.

Het behoeft nog geen profetie te heten als eigentijdse bronnen of invalspoorten voor het besmettingsvirus worden opgesomd, bijvoorbeeld de media, de politiek, het onderwijs, de sport; zeker niet als daarbij 'de ander' als de (hoofd)schuldige wordt aangewezen. Men kan er zelfs eer mee inleggen, of de handen op elkaar krijgen als deze dingen publiekelijk worden gesignaleerd. Maar om de wortels van het actuele kwaad op te sporen moet worden doorgedrongen in de algemene geestesgesteldheid die onderhuids, en op den duur bovenhuids, het leven infecteert.

Echte profeten werden en worden om hun boodschap gestenigd, ze worden vaak niet begrepen. Dr. O. Noordmans schreef over zijn leermeester J. H. Gunning jr. dat die het lot onderging van "een profeet die toekomstige dingen ziet welke voor anderen verborgen blijven." De Heilige Geest gebruikt daarvoor mensen die niet wijzelf bedenken, maar die de Geest Zelf vrijmachtig uitkiest. Zo werd de barbarij, die zich in Europa in de jaren veertig aandiende, onderkend door zieners buiten de kerk zoals Huizinga maar ook door zieners binnen de kerk zoals K. H. Miskotte en K. Schilder.

Ds. G. Boer zag het Oranjehuis in ons bestel als vrucht van Gods verkiezing, die begon bij een "godvrezende moeder" Juliana van Stolberg. Hij bleef echter niet in het verleden steken, maar schreef over koningin Wilhelmina in oorlogstijd: "Deze verkiezing licht tenslotte in het bizonder op in het leven van koningin Wilhelmina. Het lijkt wel of heel haar leven stuwde naar de grote worsteling met het nationaalsocialistische Duitsland van Hitler. Toen deze zijn hand uitstrekte naar de Joden en naar de Kerk, stond zij als een rots. Zij bleef staan, toen mannen van naam en faam, ook onder ons bekend en geliefd, doorbogen en zich vergisten in de duiding van de geschiedenis. Zij waren blijkbaar in die hachelijke tijden niet de geroepenen en verkorenen om ons volk te leiden, maar wel deze vrouw uit het Huis van Oranje."

Actueel

Het trof mij, toen ik opnieuw Huizinga las, dat hij een verband legde tussen de geestelijke crisis en de sociaaleconomische verhoudingen. De geestelijke gesteldheid van mensen kan overwoekerd en verdrongen worden door "elementen van lager gehalte." De "barbarie" kan zich in de cultuur bedienen, zegt hij, van "het bolwerk van haar technische volmaking en haar economische en politische effectiviteit." Techniek, economie en politiek in één adem! Het moderne Babel! Zijn er we vandaag niet meer, veel meer nog dan in de dagen van Huizinga, mee besmet?

Maar, als met een schok, stuitte ik toen ook op een wat ingesloten zinnetje bij Huizinga. Als hij de vraag stelt of en hoe de kerken kunnen bijdragen aan "een nieuwe geest" en hij in dat verband pleit voor innerlijke reiniging, noemt hij het "waarschijnlijk" dat de kerken "uit de vervolgingen, die zij nu te lijden hebben" (1936), gesterkt en gelouterd tevoorschijn kunnen komen.

Gebeurde dat in oplevingen direct na de oorlog? Maar nu dan? Huizinga zegt: "Het is denkbaar, dat in een volgend tijdperk Latijnse, Germaanse, Angelsaksische en Slawische godsdienstzin" -internationaal de geestelijke, christelijke stromingen- elkaar zullen ontmoeten "op de rotsbodem van het christendom", in een wereld -en dan volgt dat zinnetje- "die ook de rechtheid van de Islam en de diepten van het Oosten begrijpt." Voor goed verstaan, Huizinga spreekt over de rotsbodem van het christendom (niet van islam) en stijgt uiteindelijk op tot de naam van Hem, die de Weg, de Waarheid en het Leven is. Nochtans moet men de islam "begrijpen."

Sinds 1935 is Europa, waar ooit het christendom op de Rotssteen Christus een rotsbodem had, in de greep gekomen van een snel terrein winnende islam. Onze samenleving is meer en meer multireligieus geworden, waarbij islam en christendom nu polen van religiositeit zijn geworden. Beide zitten intussen in de hoek waar vandaag de neoliberale klappen vallen. Onder 'ons' gaan derhalve ook reeds stemmen op die pleiten voor samenwerking, om zo aan een gemeenschappelijke vijand het hoofd te bieden.

Boekrol

Hoe zal de boekrol van de geschiedenis zich hier in het Westen ontrollen? Zullen er Woordgetrouwe profeten zijn die de tijd(geest) vermogen te doorschouwen tot op Gods toekomst? Over Israël spreekt de Bijbel zelf zijn profetische sprake. "Tien mannen uit de heidenen zullen grijpen de slip van een Joodse man", profeteert Zacharia (8:23).

Hoe zal dat gaan met de derde religie die -behalve jodendom en christendom- uit de tent van Abraham is voortgekomen? Bijbelse profetie houdt het op de Ene (en Enige) Naam die tot behoud gegeven is. In multireligieuze ideologieën van vandaag wordt ons zicht op de God en Vader van Jezus Christus verduisterd. Maar wat staat nog uit voor de religie, die behalve dat ze vanuit de Koran de jihad, de heilige oorlog kent, ook weet van Jezus (Isa) als een van de profeten? Zou Hij nog ooit voor moslims de Profeet (kunnen) worden? Geslachten na ons -als het zolang nog moet duren- zullen het weten. Als we ooit al behoefte hebben gehad aan profeten als zieners, dan wel vandaag op het punt van ons staan in de multireligieuze samenleving.

Profeet, sta op! Maar dat kan en mag alleen de Heilige Geest zeggen. Mensen kunnen slechts profeteren, zeg bidden tót de Geest: "Gij geest!, kom aan van de vier winden, en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden" (Ezechiël 37:9). Dat zal pas echt catharsis, innerlijke reiniging, als gevolg hebben, voor kerk, religie en wereld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 7 January 2006

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Profeten nodig

Bekijk de hele uitgave van Saturday 7 January 2006

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken