Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Manoeuvreren in de raad

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Manoeuvreren in de raad

Nieuwe lichting CU-raadsleden zorgt voor ander principieel geluid

8 minuten leestijd

In veel gemeenteraden zijn politici van ChristenUnie en SGP actief. Maar wat heeft dat de afgelopen vier jaar opgeleverd? In een enquête van het Reformatorisch Dagblad blikken raadsleden van beide partijen op hun ervaringen terug. De reacties zijn wisselend. Sommigen ervaren "dat je principiële stellingname hooguit getolereerd wordt." Anderen zijn enthousiaster: "Wij vormen de grootste fractie en zijn dus een machtsfactor."

Vorige maand stuurde deze krant alle 654 raadsleden van de ChristenUnie en de SGP een enquête om een beter beeld te krijgen van hun functioneren in gemeenteraden. In totaal deden er van de 654 raadsleden 351 mee. De respons bedroeg bij beide partijen ongeveer 54 procent. Van alle politieke partijen geven alleen ChristenUnie en SGP expliciet aan te staan voor Bijbelse politiek. Daarom zijn voor het onderzoek alleen deze partijen benaderd en bijvoorbeeld niet het CDA.

Met een totaalrespons van 54 procent is het mogelijk betrouwbare uitspraken toe doen over de standpunten van de raadsleden. Ook is het mogelijk inzicht te krijgen in hun ervaringen: hoe worden ze bejegend en voor welke plannen krijgen ze de handen op elkaar? Interessant is ook om na te gaan vanuit welke uitgangspunten zij de afgelopen raadsperiode politiek bedreven. En: koesteren ze nog hoop dat SGP en ChristenUnie ooit zullen opgaan in één partij?

Collegiaal

Wat opvalt in de personalia is de leeftijd van de raadsleden. Ruim 64 procent van de SGP'ers is ouder dan 45 jaar, bij de ChristenUnie geldt dit zelfs voor ruim 76 procent. Een opleiding van hbo of hoger is bij beide partijen gangbaar. Van de SGP-raadsleden heeft één op de zes alleen een lbo-opleiding afgerond; 15 procent van de CU'ers in de enquête is vrouw.

Over de houding van collega-raadsleden van andere fracties hebben SGP- en CU-politici weinig reden tot klagen. De manier waarop deze collega-raadsleden hen doorgaans bejegenen met het oog op hun opstelling in principiële kwesties ervaren zij als collegiaal. CU-raadsleden ervaren voor hun opstelling in principiële kwesties een iets collegialere bejegening dan hun SGP-collega's. Overige verschillen, bijvoorbeeld in de mate waarin collega-raadsleden zich lovend dan wel laatdunkend over het optreden van een SGP- of CU-raadslid uitlaten, doen zich niet voor.

Wel geeft de vraag naar deze bejegening de raadsleden van beide partijen veel stof tot aanvullende opmerkingen. In totaal 52 raadsleden gaven een korte schets van de sfeer in de raad. Zes van deze opmerkingen onderstrepen nog eens dat de bejegening met het oog op de principiële opstelling in een aantal gevallen inderdaad goed is, bijvoorbeeld: "Gewoon voor je principe uitkomen wordt gewaardeerd; ze verwachten niets anders", of: "Er zijn stevige politieke discussies, maar er wordt niet op de man gespeeld."

Vijf raadsleden plaatsen een nuancerende kanttekening, zoals: "Soms is er wel waardering voor je optreden, maar niet voor je standpunt", of: "Waardering is niet hetzelfde als ondersteuning." Zes raadsleden maken expliciet gewag van een vijandige bejegening, bijvoorbeeld: "Zodra mijn principiële opstelling consequenties heeft voor het beleid is de reactie vaak ronduit vijandig", of: "Je principiële stellingname wordt hooguit getolereerd." Een raadslid tekent met gepaste trots aan: "Wij vormen de grootste fractie en zijn dus een machtsfactor."

Getuigen

Zowel de politici van de ChristenUnie als die van de SGP vinden het belangrijk om in de raad behulpzaam te zijn bij het vinden van oplossingen voor knelpunten in het gemeentebeleid. Beide groepen hechten er verder in gelijke mate aan om te zorgen voor een bevlogen en waardig optreden en om de Bijbelse principes te vertalen naar de praktijk van alledag.

Anders wordt het wanneer bij beide partijen wordt geïnformeerd hoe belangrijk zij het vinden om te benadrukken dat iedereen zich aan Gods Woord moet houden: SGP-raadsleden vinden dat veel belangrijker dan hun collega's van de ChristenUnie. Hetzelfde geldt voor het geven van getuigenis van Gods straf en Gods genade en voor het als zonde benoemen van zaken die niet stroken met Gods Woord.

Moskee

Aan alle raadsleden is de stelling voorgelegd dat gemeenten de bouw van een moskee op hun grondgebied mogen tegenhouden; ook als daar alléén Bijbels-principiële argumenten voor zijn en geen sprake is van bezwaren rondom het bestemmingsplan of de bouwvergunning. Bijna 14 procent van de ondervraagde CU-raadsleden is het daarmee eens. Bij de SGP is dit percentage hoger (49 procent), tegelijkertijd wijst bijna een derde de stelling af.

Het kerkgenootschap van de raadsleden doet daarbij niet terzake; noch bij de ChristenUnie, noch bij de SGP. Bij raadsleden van de ChristenUnie speelt de woonplaats een rol; hoe groter de gemeente, des te minder instemming met de stelling dat een moskee op alleen principiële gronden kan worden geweerd.

Ruim vier van de tien CU-raadsleden scharen zich achter het subsidiëren door gemeenten van wedstrijdsporten op zondag. Het aantal SGP-raadsleden voor wie hetzelfde geldt, is beduidend kleiner: 3,5 procent. Gemeentelijke subsidie van culturele instellingen waarin aanstootgevende voorstellingen plaatsvinden, stuit zowel bij veel CU-leden (68 procent) als bij veel SGP-raadsleden (87 procent) op principiële bezwaren. Anders ligt het bij het subsidiëren van buurthuizen waar ook dans- en muziekavonden worden georganiseerd. Ruim 3 procent van de CU-raadsleden heeft hiertegen principieel bezwaar, tegenover 35 procent van de SGP-raadsleden.

Optimistisch

Als raadsleden van ChristenUnie en SGP het nieuws halen met een voorstel, een plan of een motie heeft dat in een kwart van de gevallen te maken met het thema normen en waarden. CU-raadsleden noemden in totaal 138 concrete plannen die media-aandacht kregen, waarvan er 112 (81 procent) werden omgezet in beleid. SGP-raadsleden noemden 81 concrete plannen die media-aandacht kregen, waarvan er 64 (79 procent) werden omgezet in beleid. Een verschil tussen beide partijen is dat de ChristenUnie vaker het nieuws haalt op het terrein minima en sociaal beleid.

Tegenover de voorstellen en moties die de media opmerkten, staan er uiteraard vele die het nieuws niet hebben gehaald. Welke plannen het betrof en of ze succesvol waren, valt met deze enquête niet te achterhalen. Wel is alle raadsleden gevraagd hoe optimistisch zij zijn over hun mogelijkheden om invloed uit te oefenen op onderwerpen die in hun gemeente spelen en hoe dit optimisme zich heeft ontwikkeld in vergelijking tot vier jaar terug. Onderwerpen als het voorkómen of verbieden van aanstootgevende reclame en het bevorderen van de zondagsrust zijn daarbij voor het gemak gerangschikt onder het thema "principiële onderwerpen". Onderwerpen op het terrein van wegenbouw of ruimtelijke ordening zijn als "zakelijke onderwerpen" aangemerkt.

Over hun invloed op zakelijke onderwerpen zijn zowel CU- als SGP-raadsleden enthousiast. Van de CU-raadsleden is 69 procent optimistisch tot zeer optimistisch, van de SGP-raadsleden 74 procent. Ten opzichte van vier jaar terug, het begin van de huidige raadsperiode, denken de raadsleden van beide partijen dat hun invloed op zakelijke onderwerpen hetzelfde is gebleven.

Het percentage CU-raadsleden dat optimistisch tot zeer optimistisch is over hun invloed op principiële onderwerpen is beduidend groter dan bij de SGP: 60 procent versus 31 procent. Over de invloed op principiële onderwerpen is ruim 32 procent van de SGP-raadsleden in de loop van deze raadsperiode somberder geworden, tegenover ruim 21 procent van de CU-raadsleden.

Nieuwe lichting

Zowel bij de ChristenUnie als bij de SGP behoort 40 procent van de raadsleden tot een 'nieuwe lichting', in de zin dat ze pas na de vorige gemeenteraadsverkiezingen van maart 2002 zijn aangetreden. Een interessante vraag daarbij is of en zo ja waarin deze nieuwe krachten verschillen van hun meer ervaren partijgenoten. Zorgen de nieuwe krachten ook voor een nieuw geluid?

Qua opleidingsniveau is er noch bij de ChristenUnie noch bij de SGP sprake van substantiële verschillen. Een opvallend verschil binnen de SGP is dat de raadsleden die na de vorige verkiezingen zijn aangetreden gemiddeld tien jaar jonger zijn dan hun meer ervaren partijgenoten: 44 versus 54 jaar. Ook bij de ChristenUnie gingen vernieuwing en verjonging hand in hand, maar wel in mindere mate. De nieuwkomers in die partij zijn gemiddeld 48, de oudgedienden 53.

Belangrijker nog dan de vraag of er sprake is van verjonging, is de vraag of er sprake is van inhoudelijke veranderingen. Bij de SGP blijkt daarvan nauwelijks sprake te zijn, bij de ChristenUnie wel. Zo is het percentage dat eraan hecht om in de gemeenteraad te benadrukken dat iedereen zich aan Gods Woord moet houden bij de ChristenUnie teruggelopen van 67,5 procent (oudgedienden) naar 37,8 procent (nieuwkomers): bijna een halvering. Het support voor gemeentelijke subsidie van zondagse wedstrijdsporten is gestegen van 33 procent naar 54 procent.

Niet uitgesloten is dat deze inhoudelijke verschuiving zich verder zal doorzetten; 20 procent van de zittende CU-raadsleden staat tijdens de komende verkiezingen niet op een verkiesbare plaats en moet bij een gelijkblijvend zetelaantal worden vervangen. Bij de SGP gaat het om 16 procent.

Eén partij

In het onderzoek is ook gevraagd hoe de raadsleden aankijken naar een samengaan van SGP en ChristenUnie. Van de SGP-raadsleden beschouwt 33 procent dit als wenselijk tot zeer wenselijk; van de CU-raadsleden 55 procent. Als het gaat om de haalbaarheid hiervan overheerst bij beiden de scepsis: 82 procent van de SGP-raadsleden acht een samengaan onwaarschijnlijk tot zeer onwaarschijnlijk, bij de ChristenUnie is dit 68 procent. Van het streven de ChristenUnie en de SGP te laten opgaan in één landelijke christelijke partij samen met bijvoorbeeld het CDA moeten zowel CU- als SGP-raadsleden weinig hebben. Bij beide partijen acht zo'n 8 procent dit wenselijk en zo'n 3 procent dit waarschijnlijk.

Manoeuvreren

Christenraadslid zijn in een gemeente is een kwestie van manoeuvreren, zo blijkt uit dit onderzoek. Een van de raadsleden die meededen aan de enquête protesteerde met succes tegen de komst van een nieuwe discotheek en merkt daarbij treffend op: "Soms is het verstandiger achter de schermen invloed uit te oefenen." Met betrekking tot hun openbare optreden blijkt nog steeds een duidelijke verwantschap tussen SGP en ChristenUnie, al leert dit onderzoek dat de afstand toeneemt. De instroom van nieuwe raadsleden in de ChristenUnie sinds 2002 speelt daarbij een belangrijke rol.

Tekst: Jakko Gunst,

Fotomontage: Henk Visscher

Graphics: Corné van der Horst

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 25 February 2006

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

Manoeuvreren in de raad

Bekijk de hele uitgave van Saturday 25 February 2006

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken