Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Stalen monster met karakter

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Stalen monster met karakter

4 minuten leestijd

Grijze rookwolken uitbrakend en met meer dan 8000 kilo kolen en 31.000 liter water aan boord stoomt de "23 071" richting Apeldoorn. Mensen staan langs de route om het zwarte stalen monster te bekijken. Stoker en machinist zwaaien, maar veel tijd is er niet. "Het is hard werken en schoon blijf je niet."

Stoker Matthijs Kiezebrink gooit nog een flinke schep kolen in de vuurkist. Ondertussen gaan zijn ogen over de tientallen meters die in het machinistenhuis hangen. "Het ziet er ingewikkeld uit, maar eigenlijk is het gewoon een grote fluitketel op wielen", aldus de bijna zwarte stoker. "Bij een fluitketel ontsnapt de stoom via een fluitje, wij vangen die stoom op om erop te kunnen rijden."

In de vuurkist, waar per dag zo'n 10.000 kilo kolen in verdwijnen, laait het vuur hoog op. De gloeiende en brandende kolen verwarmen het water in de bovenliggende ketel, dat boven de 100 graden Celsius begint te koken. De opgevangen stoom zorgt voor druk. De hoogte daarvan is af te lezen op een manometer in de cabine. Een buizensysteem voert de stoom richting de cilinders. Zuigerstangen en aandrijfassen zorgen uiteindelijk voor het ronddraaien van de wielen.

De wijzer van de manometer staat op 15 atmosfeer, gelijk aan een kracht van 15 kilogram op elke vierkante centimeter van de ketelwand. "Genoeg om te vertrekken", stelt stoker Kiezebrink. "Rijden kan bij minimaal 12 atmosfeer, maar een beetje extra kan geen kwaad."

Zeker niet gezien het imposante gewicht van alleen al de stoomlocomotief. Het stalen voertuig weegt niet minder dan 148 ton. Niet alleen het eigen gewicht moet in beweging worden gebracht; er hangen ook nog eens twaalf vooroorlogse wagons achter. Met zo'n 900 pk tot zijn beschikking is de stoomloc goed op deze taak berekend.

Schmink

Vorige week donderdag was het Nationale Stoomtreindag. Reden voor de Veluwse Stoomtrein Maatschappij (VSM) om drie van de achttien locomotieven op te stoken en daarmee nostalgische treinreisjes aan te bieden tussen Beekbergen, Apeldoorn en Dieren.

Stoker Kiezebrink en machinist Patrick Meiland genieten volop van zo'n dag. Kiezebrink: "Mensen vragen me regelmatig of ik het niet vervelend vind om de hele dag met schmink op te lopen. Ook vragen ze soms waar de motor zit, omdat ze niet willen of kunnen geloven dat onze locs echt op stoom rijden."

Machinist Meiland controleert zijn meters. Zijn hand ligt op de regulateur. "Hiermee regel ik de hoeveelheid stoom die naar de cilinders gaat. Hoe meer stoom, hoe hoger de snelheid." Naast dit 'gaspedaal' heeft Meiland de beschikking over een groot wiel, de ganghendel. Draait de machinist het wiel helemaal naar rechts, dan gaat de locomotief vooruit. Andersom rijdt hij achteruit.

"Het is een soort versnellingsbak", legt Meiland uit. "Maar het regelt ook de hoeveelheid stoom die beschikbaar is voor de cilinders. We kunnen op 100 procent rijden, dan heeft de loc vol vermogen tot zijn beschikking. Maar als we eenmaal op gang zijn, heeft het geen zin om zo veel stoom te gebruiken en draai ik de hendel terug naar bijvoorbeeld 40 procent."

De 23 071 heeft een tweecilindermachine. Dat is goed te horen aan het karakteristieke dubbele gepuf van het gevaarte als het bij station Beekbergen wegrijdt. Elke cilinderslag gaat gepaard met een flinke wolk stoom en rook, die via de schoorsteen naar buiten wordt gestuwd. De trein is van ver te zien in het hier vlakke Veluwse landschap.

Vernietigd

Van de achttien locomotieven die de VSM heeft, komen er zestien uit Duitsland. De andere twee zijn van Poolse afkomst. Een Nederlands exemplaar is nergens te bekennen. In korte tijd zijn de vaderlandse locs vernietigd, aldus de stationschef van Beekbergen. "Ze werden zo de hoogovens ingereden. Allemaal weg, stuk voor stuk. Echt jammer, want het waren heel goede machines. En waarom? Geen idee. Waarschijnlijk stonden ze in de weg en was er behoefte aan staal."

De geschiedenis van de stoomlocomotief begint in 1830, als de eerste loc in Engeland het spoor op gaat. In 1839 krijgt Nederland zijn eerste exemplaar, dat rijdt tussen Amsterdam en Haarlem. Meer dan een eeuw lang beheersen de voertuigen het spoor. De NS doet pas in 1958 afstand van de laatste stoomlocomotief.

Het is opvallend dat elke locomotief er anders uitziet. Volgens Kiezebrink komt dat door de verschillende taken die ze hebben. "De 23 071 is een personenloc. Dat zie je aan de drie grote wielen in het midden. Hoe groter de wielen, hoe hoger de topsnelheid. Bij een goederenloc zijn de aandrijfwielen veel kleiner. Die is gebaad bij veel kracht op lagere snelheid."

Niet alleen uiterlijk zijn er veel verschillen, aldus de stoker. "Ze hebben allemaal een eigen karakter. Een schep kolen in de vuurkist heeft bij elke loc een andere uitwerking. Natuurlijk zijn er basisprincipes, maar het gaat vooral om gevoel. De materialen kunnen net iets verschillen en daardoor rijdt de locomotief direct anders."

De machinist trekt een hendel naar voren. Een hoge toon van de stoomfluit kondigt de komst van de trein aan. Kiezebrink lacht. "Ik zei het toch? Net een fluitketel."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 mei 2006

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Stalen monster met karakter

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 mei 2006

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken