Bekijk het origineel

Afscheid nemen van een kinderwens

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Afscheid nemen van een kinderwens

Psycholoog De Jong-Kalkman wil rouwproces bij onvruchtbaarheid bespreekbaar maken

11 minuten leestijd

Via haar hulpverleningspraktijk en een reformatorische lotgenotenvereniging kwam ze in contact met tientallen kinderloze echtparen. Ze raakte onder de indruk van hun verdriet én de wijze waarop ze daarmee probeerden om te gaan. Psycholoog drs. Arja de Jong-Kalkman wijdde er samen met drie medeauteurs een boek aan: "Het gaat nooit over". "Het is van belang dat kinderloze echtparen zelf het initiatief nemen om het taboe te doorbreken en te laten zien wat het gemis voor hen betekent."

Tijdens haar opleiding tot psycholoog specialiseerde Arja de Jong zich in huwelijks- en gezinsproblematiek. Na een aantal jaren bij Eleos te hebben gewerkt, heeft ze nu een praktijk in Gouda, die voornamelijk door cliënten uit de gereformeerde gezindte wordt bezocht. Regelmatig krijgt ze echtparen met relatieproblemen op het spreekuur. In een aantal gevallen is er sprake van kinderloosheid. "Vaak komt een echtpaar met een andere klacht binnen, maar blijkt het gemis van kinderen een van de dieperliggende oorzaken te zijn."

Kinderloosheid komt ook meer dan eens ter sprake in gesprekken met ongehuwden. "Vooral vrouwen tussen de 35 en 45 jaar hebben nogal eens een hulpvraag die te maken heeft met het ongewenst ongehuwd en dus ook kinderloos zijn. Zij hebben lange tijd de hoop gehad te trouwen, maar hebben geen levenspartner gevonden. Sommigen lopen daarin vast. Het niet krijgen van kinderen wordt door hen soms nog meer als een kruis ervaren dan het missen van een man. Dit is vaak een onzichtbaar verdriet."

Medische behandeling

Een echtpaar dat bij haar in de praktijk kwam, bracht de psycholoog in contact met Revoke, de reformatorische vereniging van ongewild kinderloze echtparen. Sindsdien verzorgde ze enkele keren een lezing voor de organisatie. De ontmoetingen tijdens deze bijeenkomsten leidden er mede toe dat ze het initiatief nam voor de uitgave van een boek. Zelf schreef de psychologe vijf hoofdstukken, terwijl de arts drs. Alie Hoek-van Kooten en de predikanten J. J. Verhaar en W. van den Born elk één hoofdstuk voor hun rekening namen. In de uitgave zijn uitspraken opgenomen van leden van Revoke, over de ervaring en verwerking van hun kinderloosheid.

Wat valt u op in uw contacten met kinderloze echtparen?

"Echtparen beleven hun kinderloosheid heel verschillend. Voor een groot aantal is het een allesomvattend verdriet. Ze beschouwen een deel van hun leven als mislukt. Anderen ervaren het als een blijvend gemis, dat echter niet overheersend is in hun leven. Een derde groep heeft de kinderloosheid leren aanvaarden en probeert het leven opnieuw vorm te geven. Vaak probeert die laatste categorie op een andere manier juist iets voor kinderen te betekenen."

U schrijft dat het voor veel echtparen een vraag is of ze een medische behandeling mogen beginnen of dat ze hun kinderloosheid moeten dragen als een kruis dat de Heere hun heeft opgelegd. Welk handvat biedt u hun om die vraag te beantwoorden?

"Het is een vraag die iedereen persoonlijk zal moeten beantwoorden. Zelf denk ik dat je de middelen die de Heere geeft binnen bepaalde grenzen mag gebruiken. Alie Hoek-van Kooten schrijft daar in haar hoofdstuk uitvoeriger over. Uiteindelijk zal een echtpaar hierin zelf de keuze moeten maken. Ik benadruk daarbij altijd dat het een zaak van gebed is om de weg van de Heere te willen gaan. Op die manier maken man en vrouw samen de afweging of ze tot een medische behandeling overgaan."

Welke verschillen signaleert u in de verwerking van kinderloosheid bij mannen en vrouwen?

"Vrouwen reageren over het algemeen emotioneler op onvruchtbaarheid. Dat is logisch, want hun maandelijkse cyclus confronteert hen er steeds mee dat hun lichaam zich voorbereidt op een zwangerschap. Vrouwen identificeren zich ook meer met het moederschap dan mannen met het vaderschap. Een man kan ook naar kinderen verlangen, maar richt zich vaak meer op zijn werk buitenhuis dan dat hij zich met zorg- en opvoedtaken vereenzelvigt."

Verwijdering

"Als het krijgen van kinderen medisch gezien uitgesloten moet worden, heeft een vrouw vaak meer behoefte daarover te praten dan een man. Een man heeft het gevoel dat hij daar niets mee opschiet. Hij zoekt liever naar praktische oplossingen om het verdriet van zijn vrouw te verzachten en heeft de neiging zijn eigen verdriet meer innerlijk te verwerken. Je ziet vaak dat de vrouw haar emoties toont en de man meer de troostende figuur is."

Als ieder met zijn eigen gedachten bezig is, liggen eenzaamheid en verwijdering op de loer, schrijft u. Hoe kunnen mensen in zo'n situatie voorkomen dat ze uit elkaar groeien?

"Het is een reëel gevaar, vooral als beiden er het zwijgen toe doen om elkaar te ontzien. Dan zit ieder op zijn eigen spoor en kennen man en vrouw elkaars gedachten niet, terwijl vanbinnen nog alles op de verwerking is gericht. Als dat langere tijd duurt, kunnen er behoorlijk ernstige relatieproblemen ontstaan. Communicatie is in een huwelijk altijd van belang, maar zeker als er moeiten en zorgen zijn."

U spreekt van een rouwproces, terwijl er niet, zoals in andere situaties van rouw, sprake is van het verlies van een geliefde. Wat betekent dat voor de verwerking?

"In beide gevallen is er sprake van een verlies. In dit geval van het verlies van de hoop om kinderen te krijgen, of zoals iemand het zei: het verlies van een kind waarnaar je intens en soms jarenlang hebt verlangd, maar dat nooit is geboren. Er komt een moment van afscheid nemen van de kinderwens. Als het medisch gezien uitgesloten is dat je kinderen zult krijgen, kan het goed zijn om het ook je naaste omgeving te laten weten, bijvoorbeeld in een bijeenkomst met ouders, broers en zussen en intieme vrienden. Dan is er gelegenheid het verdriet daarover met elkaar te delen."

Taboe doorbreken

Haar contacten met kinderloze echtparen maakten De Jong duidelijk dat er sprake is van "een opvallend gebrek aan openheid over dit onderwerp. De omgeving vindt het vaak moeilijk erover te beginnen, wil het echtpaar niet kwetsen. Het is van belang dat betrokken echtparen zelf het initiatief nemen om het taboe te doorbreken en te laten zien welke invloed de kinderloosheid op hun leven heeft. Voor familieleden is het soms een verademing als het ter sprake komt. Dan kunnen ze er voor hun gevoel eindelijk een keer over praten."

De Jong noemt het voorbeeld van een echtpaar dat twaalf en een half jaar getrouwd was en er enorm tegenop zag om dat te vieren. "Die man en vrouw hebben besloten deze dag voor een deel te gebruiken om te vertellen hoe ze het ervaren dat hun huwelijk helaas kinderloos is gebleven en uiting te geven aan hun teleurstelling daarover. Ook bedankten ze de familie dat er regelmatig neefjes en nichtjes bij hen over de vloer kwamen en vroegen ze nog meer bij het kroost van hun broers en zussen betrokken te mogen worden."

Welke taak ziet u in situaties van kinderloosheid voor het pastoraat?

"Ambtsdragers kunnen eraan bijdragen het onderwerp bespreekbaar te maken, bijvoorbeeld door eens een extra bezoekje te brengen. Niet om erachter te komen wat de oorzaak is, maar om de lasten samen te dragen."

Als valkuil voor onder anderen ambtsdragers noemt De Jong het sterk benadrukken van de mogelijkheid dat de Heere wonderen kan doen op het gebed. "Dat is zeker waar, maar je moet oppassen dat een echtpaar niet in de knel komt als dat toch niet gebeurt. Een andere valkuil is dat het gemis wordt gerelativeerd met opmerkingen als: Je hebt elkaar nog, of: In gezinnen met kinderen is ook veel ellende. De bedoeling zal goed zijn, maar mensen die dat zeggen realiseren zich niet hoe pijnlijk dat is."

Verscheidene keren komt aan de orde dat kinderloze echtparen een taak hebben ten aanzien van de kinderen in hun kerkelijke gemeente. Wat betekent dat concreet?

"In het dankgebed van het klassieke doopformulier wordt uitgesproken hoe de Heere Zijn vaderlijke goedheid en barmhartigheid heeft bewezen "aan hun en ons allen", dus zowel aan de gedoopte kinderen als aan de gemeente. De hele gemeente mag daarin delen. Ik ken kinderloze echtparen die vanuit deze gedachte veel vreugde beleven aan doopdiensten. Het zijn weliswaar geen kinderen van henzelf maar kinderen van de gemeente en ook zij kunnen iets voor hen betekenen, bijvoorbeeld door middel van het jeugdwerk."

Behalve voor kinderloze echtparen vraagt u aandacht voor ouders die tevergeefs wachten op een verdere uitbreiding van hun gezin. Is dat een vergeten groep?

"Als een gezin klein blijft, wordt er niet zo snel aan onvruchtbaarheid gedacht, maar meer aan een keuze. Sommigen redeneren: Waar één kind is, kunnen meer kinderen zijn. Dat is niet zonder meer waar. Er is ook vaak weinig begrip voor secundaire kinderloosheid. Je bent weliswaar vader en moeder, maar je mag ook verdriet hebben als je geen verdere gezinsuitbreiding krijgt. Het is van een andere orde dan het verdriet van kinderloze echtparen, maar het is zeker van belang ook hiervoor aandacht te hebben."

"Het gaat nooit over": een weinig bemoedigende titel voor mensen die ongewenst kinderloos zijn?

"We hebben met alle auteurs lang over de titel nagedacht. Een aantal uitspraken van echtparen uit ervaringsverhalen hebben we op een rij gezet. Dit is een gedachte die meer dan eens terugkwam. Het is een blijvend gemis. Ook bij het ouder worden, als er geen kleinkinderen zijn. Het gaat nooit over, maar voor veel echtparen volgt daarna een komma. Maar je kunt er wel beter mee leren omgaan.

Ik vind het mooi dat ds. Van den Born in zijn hoofdstuk aan "het gaat nooit over" een andere, veel rijkere betekenis geeft. Hij verwijst naar de belijdenis van een kind van God dat er in Christus een blijvende hoop en verwachting is. Uiteindelijk zullen kinderloze echtparen bij de Heere hun troost en steun moeten zoeken. Dan zal het mogelijk zijn te aanvaarden dat Hij hun leven leidt, ook als niet al hun vragen worden beantwoord."

N.a.v. "Het gaat nooit over. Over de verwerking van ongewenste kinderloosheid", door Alie Hoek-van Kooten, Arja de Jong-Kalkman e.a.; uitg. Boekencentrum, Zoetermeer, 2006; 127 blz.; ISBN 90 239 0977 1; 13,5 0.

Zoeken naar nieuwe levensinvulling

Verdriet, schuldgevoelens en minderwaardigheidsgevoelens. Die aspecten komen meer dan eens terug in de gesprekken die Fidessa Docters van Leeuwen voerde met ruim twintig ongewenst kinderloze vrouwen en mannen. Maar ook het op een positieve manier zoeken van een nieuwe levensinvulling loopt als een rode draad door haar boek "Het gezicht van kinderloosheid".

De auteur wil door middel van de interviews en foto's ongewenste kinderloosheid uit de anonimiteit halen. In de gesprekken valt op dat velen kiezen voor het benutten van (vergaande) mogelijkheden die de medische wereld biedt, in de hoop de kinderloosheid te kunnen opheffen. Meer dan eens ervaren mensen daarbij dat ook medici uiteindelijk voor grenzen staan. Lang niet altijd leveren behandelingen het door de geïnterviewden gehoopte resultaat op.

In de zoektocht naar een nieuwe invulling van hun leven overweegt ongeveer de helft van de stellen de mogelijkheid van adoptie. "Ons kind komt via een andere weg. Net zo gewenst, net zo geliefd", zegt de een. Een ander kiest er bewust níét voor: "Een adoptiekind kan ik geen roots geven. () Het wordt nooit mijn kind."

De interviews weerspiegelen de opvattingen die in grote delen van de samenleving gemeengoed zijn. In de gesprekken komen zaken als pilgebruik, ongehuwd samenwonen, het noodlot en crematie naar voren op een manier die geen aansluiting vindt bij de levensstijl van de orthodox-christelijke lezer. Een gesprek met een christelijk echtpaar dat er duidelijk blijk van geeft zich in afhankelijkheid van de Schepper bezig te houden met vragen rond onvruchtbaarheid en kinderloosheid ontbreekt.

Wel klinkt in een van de gesprekken met een echtpaar kritiek door op een kerkelijk milieu waaruit de man of vrouw blijkbaar afkomstig is. "Er rust nog steeds een taboe op ongewenste kinderloosheid, zeker in strenggelovige kringen. Op die manier compliceert het de relatie. Wij worden niet gezien met ons verdriet. Het blijft een onzichtbaar verlies wat het moeilijker maakt om te delen met je omgeving."

De auteur, zelf ongewenst kinderloos, vult de gesprekken aan met onder meer een medische paragraaf en een nabeschouwing. Haar conclusie: "Ik zie de ongewenste kinderloosheid als een omvangrijk probleem dat je in kleine stukjes te ervaren hebt, opdat je er uiteindelijk mee leert omgaan en mee leert leven."

N.a.v. "Het gezicht van kinderloosheid", door Fidessa Docters van Leeuwen; uitg. van Brug, Nijkerk, 2006; ISBN 90 6523 146 3; 170 blz.; 19,95.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 juni 2006

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Afscheid nemen van een kinderwens

Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 juni 2006

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken