Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tertullianus: Christenen krijgen altijd de schuld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tertullianus: Christenen krijgen altijd de schuld

In Carthago, ooit bolwerk van christendom, is kerk alleen nog gebouw

9 minuten leestijd

"Als de Tiber tegen de wallen oprijst, als de Nijl de velden niet onder water zet, als de hemel gesloten is, als de aarde beeft, als er hongersnood heerst, als er ziekte woedt, dadelijk hoort men schreeuwen: De christenen voor de leeuwen." Tertullianus, de apologeet, heeft wellicht de martelaren Perpetua en Felicitas -als het zaad van de kerk- in het amfitheater van Carthago zien sterven. Ooit was de stad een bolwerk van, een kweekplaats voor het christendom. Maar ik heb in Tunesië niet één christen meer ontmoet.

Zou er in het christelijk museum aan de Avenue Habib Bourguiba nog iets over Tertullianus te vinden zijn? Het terrein heeft een hek. Gelukkig staat het open. Direct achter de ingang staat een gebouw. Het telt nauwelijks 10 vierkante meter. Een bordje vertelt dat er toegangsbewijzen te koop te zijn.

Op het eerste gezicht ontbreekt de bemanning. Maar als ik wat herrie maak, komt een deken op een bankje tot leven. Met slaperige ogen kruipt er iemand onderuit. De taalbarrière blijkt overkomelijk.

Verder naar achteren op het terrein staat een groter gebouw. Dat zal het museum zijn. Maar er lopen geen toeristen in en uit. De deur is gesloten. Voorzien van hekwerk. "Nee, u kunt er niet in. Het is wegens werkzaamheden gesloten." Waaruit mogen die activiteiten dan wel bestaan? Dat blijft een raadsel. Toch toont Daffer -zo heet de ontwaakte Tunesiër- zich van lieverlee toeschietelijker.

Hij neemt me mee naar een ander stuk van het domein. Daar liggen de sporen van een grote kerk. De Basilica Carthagenna stamt uit de zesde eeuw. Driebeukig. Geschikt voor veel mensen. De fundamenten vallen nog te volgen. Verder liggen er mozaïeken zomaar in de open lucht te verweren. En Daffer is moslim. "Natuurlijk."

Latijn

In Carthago zag tweeënhalve eeuw voor Christus de beroemde heidense veldheer Hannibal het levenslicht. Hier werd net na het jaar 200 de kerkvader Cyprianus geboren. In Carthago was Augustinus voor zijn bekering in Milaan hoogleraar in de retorica. En rond het jaar 155 -kenners verschillen van mening over het juiste jaar- schonk in Carthago de vrouw van een Romeinse centurio het leven aan een zoon. Hij heette Quintus Septimius Florens en kreeg van lieverlee de naam Tertullianus.

Als jongeman van een jaar of dertig moet Tertullianus zijn toegetreden tot het christelijk geloof. Misschien door de moed die christenen toonden bij de marteldood. Ook hun strenge zedelijke moraal maakte indruk op hem. De hemelse toekomst sprak hem aan. Hij vertrok na zijn bekering naar Rome. Daar studeerde hij grammatica, recht en welsprekendheid en werkte hij als advocaat.

Rond het jaar 195 keerde hij terug naar Carthago. Fel van karakter, vurig, hartstochtelijk, schreef hij tal van apologetische, dogmatische en ethische traktaten. En hij deed dat, als eerste christen, in het Latijn. Het vormde de basis voor het latere kerklatijn van de rooms-katholieken. Omstreeks 207 ging Tertullianus over tot het montanisme. Hij overleed rond het jaar 223.

Islam

Na in Carthago op mijn zoektocht naar Tertullianus bij vier ruïnes van monumentale kerken te hebben stilgestaan, vraag ik aan Zohra, de reception iste van het hotel, of er een christelijke kerk is die nog functioneert. "Ja hoor, die is er. En ook in Tunis."

Is ze moslim? "Ja, natuurlijk." Na enig zoekwerk blijkt dat de dame onder een kerk alleen het gebouw verstaat. En niet een functionerende gemeente.

Boven op de acropolis, het hoogste punt van de stad, bevindt zich het Nationaal Museum van Carthago. En pal daarnaast schijnt, recht overeind, een grote christelijke kerk te gloriëren. Dat is precies op de plaats waar in de voorchristelijke tijd de Carthaagse heidenen hun offers brachten. Het moet ooit een poging zijn geweest tot christianisering van de cultuur.

Maar de kerk blijkt nagenoeg leeg. Er staan geen banken meer in. De preekstoel is weg. Aan de wanden prijken metershoge foto's uit de een of andere opera. Er ligt een moderne vloer in. Drie altaren zijn afgetuigd. Twee fraaie vleugels doen vermoeden dat het gebedshuis is omgetoverd in een concertzaal. Achterin vertelt een ingemetselde steen dat het gebouw daar in de negentiende eeuw is neergezet ter ere van bisschop Cyprianus. Bordjes op de oude banken -mgr. Zimmer, Notre Dame du Sacré Coeur, mgr. Narcisse Cayes, mgr. Felix Charmetant en anderen- noemen de namen van donateurs voor de kerkbouw.

Ik leg mijn blocnote op een voormalig altaar. Om een paar aantekeningen te maken. Hier is de mis bediend. Een vervloekte afgoderij, belijdt de Heidelbergse Catechismus. Maar ook dat is verleden tijd. Na allerlei oorlogen hebben de Arabieren onder Hassan in 697 de eertijds heldhaftige stad Carthago veroverd. De islam zwiepte alle andere religie het land uit.

Perpetua

Tertullianus schrijft ergens dat keizer Septimius Severus (hij regeerde van 193 tot 211) op het gebed van en via de zalving met olie door een christen van een gevaarlijke ziekte zou zijn genezen. Die christen zou Proculus hebben geheten. Desondanks nam de ondankbare keizer in 202 een besluit tegen het christendom. Elke overgang naar die religie was voortaan streng verboden. Rampen troffen zijn rijk: een overstroming van de Tiber, een mislukte oogst enzovoorts. De christenen kregen de schuld. En zo stierven ook Perpetua en Felicitas de marteldood in het amfitheater te Carthago.

Is Jemaa, de bewaker van de overblijfselen van het amfitheater, ook moslim? "Ja, natuurlijk." Hij loopt slecht. Dat blijkt een gevolg van polio. Ik zeg: "Maar misschien was uw betovergrootvader wel christen." Zó'n veronderstelling dringt niet door de taalbarrière heen.

Jemaa weet zich op het met ruïnes en steenklompen bedekte terrein redelijk snel voort te bewegen. "Daar zaten Perpetua en Felicitas gevangen", vertelt hij. Er is een kapelletje overheen gebouwd. "En dat is het hok voor de leeuwen." Volgens Jemaa was dit amfitheater het derde in grootte van het Romeinse Rijk. Het kon inderdaad 40.000 mensen bevatten.

De vader van Perpetua smeekte zijn 22-jarige dochter het christelijk geloof prijs te geven. "Heb medelijden, mijn dochter, met mijn grijze haren. Heb medelijden met uw vader, indien ik ooit die naam waardig was"

Maar Perpetua bleef standvastig. De manier waarop die vader zich uit liefde vernederde, kan een bezoeker na zo veel eeuwen nog aangrijpen.

Apologieën

Tertullianus bezat een bijzondere gave voor formuleren. Hij bleef jurist, ook in zijn dogmatiek, maar zonder de verzoening, het Evangelie als genade prijs te geven. Toch kon de aanwezigheid van een gedreven vertegenwoordiger en verdediger de christenvervolging in Carthago -zoals van Perpetua en Felicitas- niet verhoeden.

Tertullianus verdedigde als apologeet het christelijk geloof. Maar hij hield zich ook bezig met polemiek. Tegen de Joden. En tegen ketters als Marcion, Valentinus, Hermogenes en Praxeas. Hij blijkt een onschatbare bron voor kennis over hun opvattingen. Hoewel sommige historici menen dat hij bijvoorbeeld de visie van Marcion tendentieus weergaf.

Verder publiceerde Tertullianus dogmatische geschriften. De apologeet zocht of maakte goede Latijnse woorden voor kernbegrippen zoals voldoening en erfzonde. En hij verwoordde bondig de inhoud daarvan. Zoals betreffende de Drie-eenheid: drie Personen, één in Wezen, tres personae, una substantia.

Tertullianus publiceerde ook over ethische onderwerpen. Zo veroordeelde hij christelijke vrouwen die met heidenen trouwden. Ook wilde hij niet dat christenvrouwen make-up gebruikten, hun haar verfden en opvallende kleren en juwelen droegen. Hij had dat waarschijnlijk niet gedaan als het niet een frequent voorkomend fenomeen geweest zou zijn. Is het geen les voor de eenentwintigste eeuw?

Tertullianus bepleitte ook het stichten van christelijke gezinnen en laakte het plegen van abortus. Hij gaf een redelijk nauwgezette beschrijving van het abortusinstrumentarium uit die tijd. Hij verdedigde ook het gul geven aan de kerk. "Want deze schenkingen worden niet verkwist aan feesten, drankgelagen en in eethuizen. Ze worden gebruikt om arme mensen te helpen en te begraven, om jongens en meisjes te ondersteunen die geen geld en geen ouders hebben en om oude mensen te helpen die aan huis zijn gekluisterd."

Omstreden

Calvijn citeerde Tertullianus met instemming. W. C. van Unnik noemde hem "ongetwijfeld de grootste theoloog in het Westen voor Augustinus." O. J. de Jong zette hem als apologeet op de tweede plaats, na Justinus Martyr. En toch is hij enigermate omstreden. Want omstreeks het jaar 207 trad hij toe tot de sekte van de montanisten. Zelfs kwam hij daar ook weer tot een eigen groep.

Montanus wilde de verdorven kerk zuiveren van zonden. Hij bepleitte een uiterst strenge ascese en kerkelijke tucht. Tertullianus' sympathie voor de montanisten vloeide niet voort uit liefde voor hun leer, maar uit eerbied voor hun streng zedelijk leven. Van Montanus' idee dat er geen sprake is van een afgesloten canon van Gods Woord, bijvoorbeeld, moest hij niets hebben. Tertullianus vond dat de christenheid tot elke prijs zuiver moest blijven. Zijn overgaan tot de montanisten was een gevolg van zijn wereldmijding.

Verwoest

In Rome leefde in de tweede eeuw voor Christus een senator met de naam Cato. Hij had een hekel aan de zijn stad toen nog bedreigende macht van Carthago. Iedere redevoering die hij over welk onderwerp dan ook in de Senaat hield, placht hij te besluiten met de woorden: "Ceterum censeo Carthaginem esse delendam" (Overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden).

Die verwoesting heeft lang geleden plaatsgehad. Maar de stad is weer opgebouwd. En op dit ogenblik zijn er aardige buitenhuizen gesitueerd voor mensen die in Tunis hun werk hebben. Maar het christendom is wel verwoest in Carthago. En het is nooit gerestaureerd. Is ook dat geen les?

Dit is het vierde deel van een zesdelige serie over het leven en sterven van christenen uit de Vroege Kerk. Volgende week donderdag deel 5: Origenes.


"Wij allen bidden te allen tijde voor alle keizers om een lang leven, een rustige regering, de veiligheid van hun huis, krachtige legers, een getrouwe Senaat, een deugdzaam volk, vrede over de gehele aarde, in één woord om alles wat hij als mens en keizer maar wensen kan.

Terwijl wij zo met uitgestrekte handen tot God bidden, mag u ons met ijzeren nagels verscheuren, ons aan kruisen uitspannen, ons in de vlammen werpen, ons met uw zwaarden de hals doorsteken, ons voor de wilde beesten werpen: de houding van het gebed maakt de christenen bekwaam om alles te lijden.

Volbreng uw werk, volijverige bestuurders, haast u het leven te benemen van hen die het gebruiken om voor de keizer te bidden. Daar is de misdaad, waar waarheid en trouwe toewijding aan God worden gevonden."

Tertullianus

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 2006

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Tertullianus: Christenen krijgen altijd de schuld

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 2006

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken