Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Niet meer dan een tussenstap

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Niet meer dan een tussenstap

"Met alleen een centrum voor jeugd en gezin is een gemeente er nog niet"

7 minuten leestijd

De plannen van minister Rouvoet om verder te gaan met het vormen van centra voor jeugd en gezin zijn gunstig ontvangen. Toch slaat her en der de twijfel toe. "Deze sector is erg geneigd almaar te stapelen. Het gevaar is goed denkbaar dat de centra straks naast of boven op alle instanties komen die de jeugdzorg al heeft."

Het leek Oude IJsselstreek wel wat; meedoen met de gemeenten die als eerste een centrum voor jeugd en gezin (CJG) zouden openen. Enthousiast sloten ambtenaren van de vijftien dorpen tellende gemeente zich in 2006 dan ook bij een kopgroep van zo'n tien overwegend grote gemeenten aan. De vlag hangt er een jaar na dato heel anders bij; er is nog helemaal geen centrum. Wel een projectplan, dat de opening van een centrum op zijn vroegst in 2010 voorziet.

De eis dat elke gemeente uiterlijk in 2011 een centrum moet hebben, is het speerpunt van het nieuwe programmaministerie voor Jeugd en Gezin van minister Rouvoet (ChristenUnie). Hij borduurt voort op het beleid van diverse van zijn voorgangers, met name op dat van staatssecretaris Ross. De centra moeten voorkomen dat ouders met opvoedingsproblemen, tijdens de zoektocht naar de juiste hulp langs de eindeloze rij van jeugdzorginstanties, met hun kind verdwalen. Duidelijk herkenbare, laagdrempelige centra waar ouders als het kan direct worden geholpen; dat is wat beleidsmakers voor ogen staat.

Stil

Met zeven grote gemeenten en de bijbehorende stadsregio's sloot Ross in oktober een bestuursakkoord over de vorming van de centra. De beoogde impulswerking van dat akkoord bleef echter uit. Vrijwel alle kleinere gemeenten zoals Oude IJsselstreek doen het nog zonder centrum en hebben slechts voornemens om mee te pronken. Ook in de zeven gemeenten waarmee Ross haar bestuursakkoord sloot, is de situatie nog weinig florissant, zo blijkt uit een eind juni verschenen onderzoek van de DSP Groep BV, een onderzoeks- en adviesbureau uit Amsterdam.

De ontwikkeling van de CJG's staat in deze gemeenten nog in de kinderschoenen, concluderen de onderzoekers. Weliswaar zitten schoolcoördinatoren voor zorgleerlingen en diverse instanties voor jeugdgezondheidszorg in de meeste van deze gemeenten inmiddels in één pand. Onduidelijk is echter of de broodnodige, onderlinge samenwerking daarmee op gang komt. "Gemeenten willen rust, ruimte en voldoende tijd om vernieuwingen en wijzigingen die gepaard gaan met de ontwikkeling van de CJG's door te voeren. Ondanks dat diverse gemeenten op termijn meer verantwoordelijkheid op het gebied van de jeugdzorg wensen, zijn ze het er allemaal over eens dat voldoende rust en tijd om de CJG's op te zetten belangrijk is", aldus het rapport.

Die houding blijft niet zonder consequenties. Alle partijen erkennen dat een leerling met gedragsproblemen die moet worden overgeplaatst naar het speciaal onderwijs, is gebaat bij snelle hulp. Bij de meeste gemeenten is echter onbekend of scholen en jeugdzorginstanties bereid zijn voor dergelijke leerlingen met een meervoudige problematiek gezamenlijk een plan van aanpak te ontwerpen. Scholen staan bovendien niet erg te trappelen om in de centra te participeren. Zij zijn over het algemeen tevreden over de lijnen die ze inmiddels zelf met jeugdzorginstanties hebben en zijn, zo blijkt het uit rapport, beducht dat deze centra straks alleen een extra schakel in de toch al lange keten van hulpverlening zullen zijn.

Complexe context

De inhoud van het rapport is Ton de Klerk, adviseur van de Rotterdamse wethouder Jeugdzorg Geluk (CDA), uit het hart gegrepen. Hij is als programmamanager van het project "Ieder kind wint" betrokken bij de jeugdzorg in de stadsregio Rotterdam. "Toen Geluk mij vroeg in november 2006 een conferentie voor te bereiden, besloot ik eerst de jeugdketen in kaart te brengen. Het verbaasde mij hoe versnipperd het aanbod in de jeugdhulpverlening is." (Zie infographic "Jeugdzorgketen".)

Ging De Klerk ervan uit dat hij met zijn overzicht niets nieuws bracht, inmiddels weet hij beter. "Ik denk dat elke partij in de keten zich vaag wel realiseert in welke complexe context hij werkt, maar eerst zo'n afbeelding moet zien voor hij goed beseft hoe ingewikkeld het systeem is. Er is sprake van een enorme veelheid aan instanties, die bovendien te maken hebben met verschillende bekostigingssystemen. Dat bevordert de onderlinge samenwerking op z'n zachtst gezegd niet."

Willen partijen de jeugdketenproblematiek kunnen behappen, dan is samenwerking volgens De Klerk broodnodig. Hij refereert aan zijn eerste bezoek aan een van de zogeheten Rotterdamse Jong-centra, alom beschouwd als voorloper van de centra voor jeugd en gezin. "Het beeld dat ik daar aantrof, kwam nog niet overeen met de tijdens de conferentie geuite ambities. De instanties die samen het centrum vormen, hadden er vooral voor gekozen die samenwerking stap voor stap uit te breiden. Van het integreren van processen of systemen was nog lang geen sprake. Daarmee kende hun concept vooral het karakter van een bedrijfsverzamelgebouw."

Gevaar

Vooralsnog geeft het ministerie voor Jeugd en Gezin gemeenten de ruimte centra naar eigen inzicht in te richten. "De discussie over de taken en verantwoordelijkheden van het centrum is daardoor in alle hevigheid losgebarsten", constateert senior medewerker Bert Prinsen van het Nederlands Jeugdinstituut. Het valt hem op dat meerdere partijen bepleiten dat de Bureaus Jeugdzorg hun belangrijkste taak, de toeleiding naar de geïndiceerde jeugdzorg, naar de centra voor jeugd en gezin moeten overhevelen. "Dat vergt echter verdergaande maatregelen, daarvoor zou een complete stelselherziening noodzakelijk zijn."

Prinsen betwijfelt of een discussie daarover de hoogste prioriteit moet krijgen. Dat Rouvoet gemeenten vooralsnog behoorlijk wat vrijheid gunt, vindt hij geen bezwaar. Wel vindt hij het belangrijk dat de minister en de centra tijdig een kwaliteitsdiscussie over heldere prestatienormen in de jeugdzorg voeren. "In het plaatje van nu ontbreken die."

Dat de beleidskeuze van Rouvoet inmiddels vragen oproept, ontdekte ook consultant De Klerk. "Het geluid dat hij de sector beter hard kan saneren in plaats van nieuwe centra op te richten, begrijp ik wel. Deze sector is erg geneigd almaar te stapelen. Het gevaar is goed denkbaar dat de centra straks naast of boven op alle instanties komen die de jeugdzorg al heeft."

Alleen met verregaande keuzes is de jeugdzorgproblematiek te doorbreken, antwoordt De Klerk op de vraag of hij een andere aanpak zou kiezen. "Rouvoet maakt een aantal van die keuzes, de ontwikkeling van een CJG is er een voorbeeld van. Het is ook een goed concept, alleen wordt het vanwege de budgettaire knel de komende tijd nog slechts voorzichtig uitgerold. Daarnaast blijft de vraag liggen hoe de werkwijze van de jeugdsector fundamenteel kan kantelen van genezen naar voorkomen. Terwijl die vraag nog spannender is."

Harde noten

Leek het kabinet met de keus voor centra voor jeugd en gezin voor een doorbraak te hebben gezorgd, inmiddels is duidelijk dat er in de sector nog tal van harde noten moeten worden gekraakt om aan de versnippering in de jeugdhulpverlening een eind te maken. De Klerk zit nu met acht belangrijke jeugdzorginstanties in Rotterdam om de tafel "voor het realiseren van de doelstelling van meer inhoudelijke samenhang en meer vraaggestuurde zorg." Een ombouwoperatie, zegt de consultant. "We vertrekken vanuit de vraag waar we over drie jaar willen staan."

Nieuwsgierig naar de inspanningen van de kopgroepgemeenten besloot onderzoeksbureau PJ Partners uit Rotterdam hun vorderingen te toetsen aan de belangrijkste beleidsuitgangspunten van het ministerie. Het bureau pleitte voor meer bezinning op manieren om de doelen van de organisaties ondergeschikt te maken aan de doelen van de hulpverlening. "De huidige situatie is niet meer dan een tussenstap", concludeerden de onderzoekers. En: "Met alleen een centrum voor jeugd en gezin is een gemeente er nog niet. Om te komen tot een sluitende aanpak voor alle jeugd en jongeren is er nog voldoende te doen."

Dit is het tweede deel van een tweeluik over de toekomstige centra voor jeugd en gezin. Het eerste deel verscheen gisteren in Mensen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 11 augustus 2007

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Niet meer dan een tussenstap

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 11 augustus 2007

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken