Bekijk het origineel

Een eeuw vogelbescherming: van gruwelmode tot olieramp

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een eeuw vogelbescherming: van gruwelmode tot olieramp

4 minuten leestijd

Ze zaten opgezet op de hoedjes van chique dames. Vergiftigd door pesticiden vielen ze dood uit de lucht. Onze wilde vogels hebben de afgelopen honderd jaar bepaald geen luxeleventje kunnen leiden. Een groot deel van het standaardwerk "Een eeuw vogels beschermen" leest dan ook als een deprimerend relaas. Gelukkig maar dat de vogels zelf voor tegengas zorgen. Op de vele foto's in het boek schitteren ze dat het een lieve lust is.

"Een eeuw vogels beschermen", een uitgave van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV) begint met een paginagroot afgedrukt gedicht van Koos Dijksterhuis. "Goede sier" heet het, en gaat over het gebruik van vogels als tooi op dameshoedjes. De dameshoedenmode van eind 19e eeuw was inderdaad de eerste aanzet in Nederland voor een georganiseerde vorm van vogels beschermen. De mode schreef voor dat sierveren, vleugels en zelfs complete vogels op dameshoedjes werden geplakt. Vooral zilverreigers en sterns werden hiervan de dupe.

Als reactie hierop werd in 1892 door een aantal "dames van stand" de Bond ter Bestrijding eener Gruwelmode opgericht. De sterntjesmoord bereikte in Nederland in de jaren 1906 en 1907 zijn hoogtepunt. In 1908 kregen de grote stern en de visdief de status van beschermde vogel en was het gevaar geweken.

Maar er zouden nog heel wat bedreigingen volgen, en daarover gaat het lijvige boekwerk. De hoofdstukken spreken wat dat betreft voor zich. Zo is er speciale aandacht voor de vergiftiging van vogels in de jaren '50, '60 en '70 , er zijn hoofdstukken over de jacht en over meeuwenbestrijding.

Mede omdat de dameshoedjeskwestie speelde, was de oprichting van de Vogelbescherming op 1 januari 1899 een feit. Ook dat was een initiatief van adellijke, vaak Haagse dames, schrijft Frank Saris in zijn bijdrage over de vereniging. Hoe serieus die waren (en hoe nodig hun werk) blijkt uit de toelatingseis die werd gesteld: iemand kon alleen lid worden als hij of zij beloofde geen leeuweriken meer op het menu te zetten.

Verzakelijking

Al gauw raakten de vrouwen wat op de achtergrond en kwamen de mannen naar voren, en wel in de hoedanigheid van wetenschapper en natuurbeschermer. De eerste stap naar een verzakelijking van het beleid was gezet. Niet meer de verontwaardiging over "de gruwelmode", maar het behoud van natuur en vogels in het algemeen kwam voorop te staan. Daar was zeker reden toe, want in de jaren twintig en dertig spoelde een ware ontginningsgolf over Nederland, met voor natuur en landschap dramatische gevolgen.

Binnen de Nederlandsche Vereeniging voor de Bescherming van Vogels had men andere zaken aan het hoofd. Vogels beschermen betekende namelijk niet voor iedereen hetzelfde. Zo wilde een groep alleen die vogels beschermen die voor landbouw en houtteelt nuttig waren.

Na de Tweede Wereldoorlog ging de kaalslag in het Nederlandse landschap verder. Saris typeert ze als "deprimerende jaren." Een dramatisch dieptepunt was het verlies van het natuurgebied De Beer ten behoeve van de aanleg van de eerste Maasvlakte. Op 28 november 1957 nam de Rotterdamse gemeenteraad unaniem het plan Europoort aan en dat was het einde van dit prachtige natuurreservaat voor de kust van Voorne.

Verder is er in de jaren vijftig en zestig sprake van het grootschalig gebruik van bestrijdingsmiddelen, met de massale dood van vogels als gevolg. In het hoofdstuk dat hierover gaat wordt 1960 genoemd als het zwarte jaar. Verspreid over Nederland werden toen 27.000 vogels dood aangetroffen, verdeeld over 55 soorten.

Internationaal

Ook de ruilverkaveling nam na de oorlog een hoge vlucht. Per jaar ging zo'n 10.000 hectare op de schop.

Kenmerkend voor de jaren '80 was de grotere betrokkenheid van Vogelbescherming bij internationale kwesties. Dat heeft de vereniging erbovenop geholpen, doordat allerlei beleidsmodellen uit het buitenland werden overgenomen. Zo was er tot 1985 nooit een strategisch plan gemaakt. "Men ging altijd tamelijk willekeurig en reactief te werk", schrijft Saris. "Daardoor kon het voorkomen dat de hele organisatie lange tijd door een enkele olieramp gedomineerd werd." BirdLife International -de internationale vogelbeschermingsorganisatie- kwam tot stand op basis van heldere strategische documenten. Door bij deze club aan te haken, kon Vogelbescherming veel leren, vooral toen ook nog eens "strategisch denkende medewerkers" werden aangetrokken.

De internationalisering van Vogelbescherming is daarna alleen maar verder gegaan. Zo gebruikt de vereniging de Europese Vogel- en habitatrichtlijn als nuttig gereedschap om dingen in eigen land gedaan te krijgen. De MacSharrybraakleggingsregeling -ook uit Brussel afkomstig- bood nieuwe kansen voor een bedreigde soort als de grauwe kiekendief. De tijd van de pioniers -adellijke dames of mannen als Heimans en Thijsse- lijkt daarmee definitief voorbij. Maar het sterntje is gebleven. In de begintijd zat hij op de hoed van adellijke dames, nu siert hij het logo van BirdLife International. Het ranke vogeltje herinnert eraan dat de bescherming van vogels nooit een modegril mag zijn. Want voor je het weet is de bedreiging van vogels mode geworden.

N.a.v. "Een eeuw vogels beschermen", door Frank Saris (ed.); uitg. KNNV, Zeist; 2007; ISBN 978 90 5011 237 6; 352 pag. en cd-rom; 49,95.

Sterns werden vroeger gedood en opgezet ter versiering van dameshoedjes. Foto's uit besproken boek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 6 november 2007

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Een eeuw vogelbescherming: van gruwelmode tot olieramp

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 6 november 2007

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken