Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boek zaait twijfel over cholesterol

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Boek zaait twijfel over cholesterol

12 minuten leestijd

Slik geen cholesterolverlagers. Het nut daarvan staat allerminst vast, zeker bij vrouwen en 70-plussers. Ze leven er geen dag langer door. Bovendien zou je er wel eens kanker van kunnen krijgen, of hartfalen. Eet gerust verzadigd vet. Het is onzin dat je cholesterolgehalte daarvan stijgt. Bovendien is cholesterol helemaal niet slecht. Stress is slecht.

Dat is in het kort de controversiële boodschap die Malcolm Kendrick uitdraagt in zijn net verschenen boek "De Cholesterolhype". De Britse huisarts, lid van een netwerk van cholesterolcritici, zet vraagtekens waar verreweg de meeste collega-artsen uitroeptekens plaatsen.

Dat doet hij op een vlotte manier, al is zijn taalgebruik geregeld grof en soms puur profaan. Met zijn typische grapjes kweekt hij ook een sfeer van wantrouwen jegens de overgrote meerderheid van wetenschappers die anders denken dan hijzelf: "Alle experts zijn onbetrouwbaar, behalve ik, uiteraard."

Volgens de Britse huisarts is verzadigd vet niet de massamoordenaar waarvoor hij wordt gehouden. De argumentatie is soms kolderiek: "Dan had de natuur er niet voor gezorgd dat ze zo goed smaken. Bovendien maakt de lever zelf verzadigd vet en niet die supergezonde meervoudig onverzadigde vetzuren." Overigens, op pagina 93 geeft Kendrick toe dat onverzadigde vetzuren van het type omega-3 waarschijnlijk beschermen tegen hart- en vaatziekten, "hoewel ik het wat lastig uit mijn strot krijg." Hetzelfde geldt voor een matige alcoholconsumptie, aldus Kendrick.

Om aan te tonen dat verzadigd vet niet belangrijk is als risicofactor, presenteert hij de "dr. Kendricks 14 landenstudie." In landen met een hoge consumptie aan verzadigd vet is de sterfte aan hart- en vaatziekten soms (veel) lager dan in landen met een lage consumptie en ook het omgekeerde komt voor. "Kortom, er is totaal geen verband."

Het idee dat het eten van verzadigd vet het cholesterolgehalte verhoogt, is uitgegroeid tot hoofdleerstelling van het medisch geloof, aldus Kendrick. Het is volgens hem echter een onbewezen stelling. "Geen biochemicus is er tot op heden in geslaagd deze slimme truc te beschrijven."

De gedachte dat een te hoog cholesterolgehalte op zijn beurt de kans op hart- en vaatziekten vergroot, is volgens Kendrick ook onzin. Die theorie krijgt volgens hem pas goed voet aan de grond als farmaceutische bedrijven medicijnen, de zogeheten statines, hebben ontwikkeld die het cholesterolgehalte verlagen. Zij hebben er dan belang bij de theorie te pushen.

Vervolgens plaatst hij vraagtekens bij de effecten van deze middelen. Die zijn volgens hem slechts marginaal. "Alleen bij mannen met vastgestelde hart- en vaatziekten verlagen ze de totale sterfte." Dat geeft hij uiteindelijk op pagina 203 van zijn boek "knarsetandend toe." De rest van de mensen die statines slikken "zullen er geen dag langer door leven" en hebben ondertussen wel last van de bijwerkingen. De effecten van statines hebben volgens Kendrick niets te maken met hun cholesterolverlagende werking. Die doet er volgens hem niet toe. Het gaat vooral om de invloed van deze middelen op de vaatwand.

Het boek eindigt met een beschrijving van wat volgens Kendrick de werkelijke oorzaak is van hart- en vaatziekten: psychosociale stress. Stress leidt onder meer tot een verhoogd gehalte aan het hormoon cortisol in het bloed. Dat resulteert uiteindelijk in insulineresistentie (het niet optimaal benutten van het hormoon insuline door weefsels met als gevolg een te hoog bloedsuikergehalte), vetopslag in de buik, verhoogde niveaus van bloedvetten en hoge bloeddruk. Deze toestand, die bekend staat als het zogeheten Metabole Syndroom X, leidt vervolgens tot hart- en vaatziekten. De onderzoeker die dit mechanisme beschrijft, de in 2003 overleden prof. dr. Per Björntorp, verbonden aan de universiteit van Gotenburg in Zweden, had volgens Kendrick de Nobelprijs voor geneeskunde moeten krijgen.

Onrust

"Ik heb in tijden niet zo gelachen als bij het lezen van dit boek", schrijft wetenschapsjournalist Marcel Crok in een voorwoord in Kendricks boek. Zelf schrijft hij in het februarinummer van het tijdschrift Natuurwetenschap & Techniek een omvangrijk artikel onder de kop "De zaak statines, waarom 1 miljoen Nederlanders en Belgen tevergeefs hun cholesterol verlagen."

Maar niet iedereen lacht. Cardiologen en internisten zijn niet blij met de beweringen van Kendrick. Internist prof. dr. Yvo Smulders, werkzaam in het VU medisch centrum in Amsterdam: "De discussie die hierdoor is ontstaan, leidt tot veel verwarring en onrust bij patiënten. En als mensen onoordeelkundig besluiten te stoppen met het slikken van hun cholesterolverlager, dan zou dat wel eens tot onnodige sterfgevallen kunnen leiden."


"Minder hartinfarcten, dan ook minder sterfte"

Hoe steekhoudend zijn de stellingen van Kendrick in zijn boek? Voordat de medische aspecten aan de orde komen, is het goed te beginnen bij het begin, de voeding.

Volgens voedingswetenschapper prof. dr. Martijn Katan (Vrije Universiteit) is het onzin dat het eten van verzadigd vet niet leidt tot een verhoging van het cholesterolgehalte. "Verzadigd vet leidt wel tot een verhoging van het cholesterolgehalte in het bloed. Dat is onomstreden en al honderden malen in de praktijk bewezen. De bewijsvoering is heel simpel. Geef mensen een paar weken lang roomboter en je ziet dat hun cholesterolgehalte na die tijd is gestegen. Dat is gewoon een feit. Iets anders is dat we niet precies weten hoe het komt. Maar de praktijk is duidelijk."

Is een verhoogd cholesterolgehalte nu wel of geen risicofactor voor het ontstaan van hart- en vaatziekten?

Internist Smulders: "Tal van onderzoeken wijzen uit dat een verhoogd cholesterolgehalte het risico op hartinfarcten en beroertes verhoogt. De vergelijkingen van Kendrick tussen verschillende landen is het vergelijken van appels en peren. Japanners en Amerikanen leven en eten anders, ze verschillen ook genetisch van elkaar. Je kunt inwoners van landen alleen met elkaar vergelijken door onderzoeksuitkomsten op dat soort factoren te corrigeren. Beter is het om vergelijkingen binnen landen te maken.

Kijk naar de Fransen. Als je hun cholesterolniveaus onderling vergelijkt, dan zie je dat een hoger gehalte leidt tot meer hart- en vaatziekten. En dat geldt ook voor Nederlanders. In december 2007 publiceerde The Lancet een onderzoek met gegevens van 900.000 mensen. Daaruit komt hetzelfde beeld: hoe hoger het cholesterol, des te hoger de sterfte aan hart- en vaatziekten. Bij ouderen is het verband iets minder sterk dan bij jongeren, maar nog steeds duidelijk aanwezig. Daar kan echt geen discussie meer over zijn."

Kendrick stelt dat de effecten van cholesterolverlagers meer te danken zijn aan hun invloed op de vaatwand dan op hun cholesterolverlagende eigenschappen.

"Er is een rechtstreeks verband tussen een daling van het cholesterolgehalte en een vermindering van het aantal hartinfarcten en beroertes. Dat blijkt uit tal van onderzoeken. Inderdaad lijkt het er ook op dat statines een gunstige invloed hebben op de functie van de vaatwand, het endotheel. De gedachte is dat dit effect op de vaatwand mede komt door verlaging van het 'slechte' cholesterol, het zogeheten LDL, de afkorting van Low Density Lipoproteïne. Mogelijk zijn er ook rechtstreekse effecten. Maar wat maakt het eigenlijk uit? Statines helpen, daar gaat het om."

Boven welk cholesterolniveau krijgen patiënten statines?

"Het gaat niet zozeer om een getal. In een rekenmodel kijk je als arts naar het risicoprofiel. Dat wordt onder meer bepaald door verschillende factoren: geslacht, leeftijd, gewicht, roken en het cholesterolniveau. Als het 10 jaarsrisico op een hart- en vaatziekte meer is dan 20 procent, dat komt overeen met 10 procent sterfterisico, dan kom je in aanmerking voor medicamenteuze behandeling. Daaronder heeft het slikken van een statine geen zin. Als risicodaling gemakkelijker is te bereiken met lifestylemaatregelen zoals stoppen met roken, meer bewegen, het juiste gewicht en gezonde voeding, dan heeft dat natuurlijk de voorkeur. Zo staat het ook in de richtlijn van het Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg, CBO. Als mensen heel gezond gaan leven, kan dat zelfs effectiever zijn dan het innemen van een statine. Dat zeggen we ook tegen hen. In de praktijk lukt dat helaas lang niet altijd. Bij mensen met een heel hoog cholesterolgehalte is het effect van lifestylemaatregelen wel minder.

Statines verminderen het risico zeker als het LDL-cholesterol hoger is dan 2,5 mmol/liter, daaronder waarschijnlijk ook, maar dat is nog niet voldoende bewezen. Maar iemand met een LDL van 5 of 6 mmol/liter die verder gezond leeft, heeft geen statine nodig om het risico te verlagen. Bij mensen met een LDL vanaf 7 of 8 mmol/liter, moet je uitzoeken of ze een erfelijk verhoogd cholesterolgehalte hebben. Als dat het geval is, behandel je ze, ook al leven ze gezond."

Hoe groot is de daling van het risico op hart- en vaatziekten die je met statines kunt bereiken?

"Bij mensen met een verhoogd risico, ongeacht of ze nu wel of geen hartinfarct hebben gehad, schommelt de risicovermindering tussen de 20 en de 30 procent. Dat is dan het zogeheten relatieve risico: de vermindering van de kans op ziekte door het slikken van een cholesterolverlager, uitgedrukt als percentage van het totaal aantal ziektegevallen dat je zónder het medicijn zou verwachten. Absoluut gezien ligt dat percentage lager.

Iemand die al een hartinfarct heeft gehad, heeft een absolute kans van ongeveer 30 procent dat hij er in een periode van tien jaar nog een krijgt. Dat absolute risico kun je met een statine met 10 procent verlagen. De relatieve reductie is 30 procent. Dat laatste percentage komt in onderzoeksuitkomsten gunstiger over, maar je moet die twee percentages altijd in elkaars verband bekijken."

Nog een voorbeeld. Neem een roker met hoge bloeddruk en een cholesterol van 5 mmol/liter. Stel dat zijn absolute risico op een hartaanval 24 procent is. Dan kom je met een statine uit op 16 procent, een daling van 8 procent; de relatieve reductie bedraagt ook hier 30 procent. Die daling kom je in vrijwel alle onderzoeken tegen. Het is een bijna in beton gegoten wetmatigheid."

Is zo'n absolute risicodaling niet wat mager?

"Dat is mede aan de patiënt ter beoordeling. Het is in ieder geval een risicodaling waarvan we als artsen vinden dat daarbij de patiënt het recht moet hebben zijn of haar keuze voor een cholesterolverlager te maken. Een deel doet dat, een ander deel niet. Het is belangrijk patiënten goed te informeren over risico's en risicovermindering."

Kendrick betoogt dat er mogelijk wel minder mensen hartinfarcten en beroertes krijgen door cholesterolverlagers, maar dat er niet minder mensen door sterven. Met andere woorden, wat is de zin van het geven van deze medicijnen?

"Neem als voorbeeld een proef met een zebrapad. Je wilt weten of dat de veiligheid bevordert. Op de plaats zonder zebrapad worden in een bepaalde periode honderd mensen aangereden, op de plek met zebrapad zeventig. Er zijn veel gewonden, maar het aantal doden ontloopt elkaar niet veel: het is daardoor niet statistisch significant. Dan roept iemand als Kendrick dat er geen bewijs is dat zebrapaden de sterfte terugdringen en dat het daarom zinloos is ze aan te leggen.

Hij ziet bovendien over het hoofd dat de impact van een hart- of herseninfarct heel groot is. Het kan een rolstoel of een verpleeghuis schelen. Omdat niet iedereen met een hart- of vaatziekte daaraan direct overlijdt, zijn er altijd meer ziektegevallen dan sterfgevallen, waardoor de reductie van ziektegevallen eerder statistisch significant wordt. Minder ziekte betekent ook minder sterfte, al zie je dat niet direct. De onderzoeksgroep moet echter wel een bepaalde omvang hebben om dat te kunnen aantonen. Dat is vaak niet het geval, omdat de studies niet worden opgezet om sterftereductie te meten, maar om te kijken naar het aantal hartinfarcten en beroertes dat je kunt voorkomen. En de kwaliteit van de behandelingen in de acute fase is tegenwoordig zo gestegen, dat er minder mensen sterven. Dat maskeert het effect van statines op dit punt ook."

Volgens de Britse huisarts is het gunstige effect van statines bij vrouwen en 70-plussers niet bewezen.

"In grote studies waarin de uitkomsten van diverse onderzoeken worden gecombineerd, zogeheten meta-analyses, zijn de effecten in beide groepen ongeveer gelijk. De jongste, van de Canadese arts-onderzoeker dr. Jonathan Afilalo, is in januari verschenen in The Journal of the American College of Cardiology. Hij vond 25 tot 30 procent relatieve risicodaling op hartinfarcten en beroertes en 22 procent relatieve reductie van de totale sterfte door statines bij ouderen. Waarom zou je trouwens verschil maken tussen mannen, vrouwen en 70-plussers als het telkens om dezelfde ziekte gaat? We doen dat toch ook niet bij mensen met blond en bruin haar? En waarom zou bij iemand boven de 70 jaar een statine ineens niet meer werken?"

Hoe veilig zijn cholesterolverlagers?

"Zo'n 10 tot 15 procent van de mensen die ze slikken, heeft last van lichte spierpijn, is mijn ervaring, mede afhankelijk van de dosering. Dat zeg ik ook altijd tegen de patiënten. In de onderzoekspublicaties staan lagere percentages. In de studies zie je overigens weinig verschil tussen de groepen die statines krijgen en die een nepmiddel slikken. Kendrick betoogt dat de deelnemers zijn voorgeselecteerd door middel van een proefbehandeling, maar dat is lang niet bij alle onderzoeken het geval.

Overigens heb ik patiënten met klachten, die al verschillende statines hebben geprobeerd, wel eens co-enzym Q10 gegeven omdat cholesterolverlagers het gehalte daaraan in het lichaam wat verlagen. Ik heb daar enkele goede ervaringen mee opgedaan, al is dat natuurlijk geen bewijs."

Kendrick noemt kanker en hartfalen als mogelijk gevolg van het slikken van statines.

"Hij mag zoiets blijkbaar roepen met het woordje "mogelijk" erbij. Wij moeten op onze beurt van hem alles waterdicht bewijzen. Maar dat even terzijde. Van een verhoogd risico op kanker bij ouderen is tot op heden niets gebleken uit meta-analyses van onderzoeken die inmiddels twee tot tien jaar lopen. Dat schrijven de cholesterolcritici zelf op hun eigen website. In de grote onderzoeken wordt geen toename van hartfalen gezien, al valt dit nog niet voor 100 procent uit te sluiten. Die onzekerheidsmarge wil ik nog wel aanhouden."

En hoe zit het met stress? "Stress is een factor, maar of stress de plaats van cholesterol kan innemen, dat zou ik niet voor mijn rekening willen nemen. Probleem is ook dat er vaak weinig aan is te doen, het zit in iemands persoonlijkheid. Je kunt wel proberen stressvolle omstandigheden te veranderen."

Mede n.a.v. "De Cholesterolhype", door Malcolm Kendrick; uitg. Veen magazines, Diemen, 2008; ISBN 9789085711711; 282 blz.; 15,95.

www.cbo.nl (kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO, overzicht richtlijnen, kies cardiovasculair risicomanagement) en www.thincs.org (internationaal netwerk van cholesterolsceptici) voor meer informatie over cholesterol en statines.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 februari 2008

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Boek zaait twijfel over cholesterol

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 februari 2008

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken