Bekijk het origineel

Nummer 14

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nummer 14

2 minuten leestijd

Soms kom je iemand tegen waarvan je denkt: hij komt me zo bekend voor. Wie is dat nou ook alweer? Als de discipelen een hele nacht gevist hebben, zien ze iemand aan de kant van het water staan. Johannes herkent Hem als eerste. Hij vertelt het aan Petrus. Hoe hij dat zegt, ontdek je als je de puzzel oplost. Zoek Johannes 21 op en kijk of onderstaande zinnen kloppen. De G van goed of de F van fout. Heb je dat goed gedaan, dan vormen de letters tussen () de oplossing.

01. Simon Petrus zei dat hij ging vissen. G(H) / F(K)

02. Het net moest aan de linkerkant uitgeworpen worden. G(I) / F(E)

03. De Heere Jezus vroeg aan Petrus of hij Hem wilde dienen. G(S) / F(T)

04. Petrus zei niets. G(U) F(I)

05. Petrus mag de lammeren van de kudde weiden. G(S) / F(V)

06. Hij vond het fijn dat hij nu drie keer mocht zeggen dat hij Jezus liefhad. G(H) / F(D)

07. Als Petrus oud geworden is, zal hij gebracht worden op plaatsen waar hij niet wil zijn. G(E) / F(Y)

08. Met zijn dood zal hij God verheerlijken. G(H) / F(L)

09. Petrus mocht weten wat er met een andere discipel zal gebeuren. G(A) / F(E)

10. Hij moet Jezus volgen. G(E) / F(U)

11. De Heere Jezus zei dat die andere discipel niet zou sterven. G(W) / F(R)

12. Er is weinig te schrijven over wat Jezus gedaan heeft. G(O) / F(E)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 april 2008

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

Nummer 14

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 april 2008

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken