Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

"Iran moet graf Esther en Mordechai beschermen"

Minister antwoordt op Kamervragen PVV, CU, CDA, SGP

3 minuten leestijd

DEN HAAG - Nederland zal er bij Iran op blijven aandringen om de voor Joden en christenen heilige plaatsen in Iran -waaronder de vermeende graftombe van Esther en Mordechai- te beschermen.

Dat heeft minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken gisteren geantwoord op Kamervragen van PVV, ChristenUnie, CDA en SGP. Het streven is, aldus de minister, om maandag tijdens de vergadering van de Europese Raad Buitenlandse Zaken meer duidelijkheid te verkrijgen over "de vraag wat de Europese Unie concreet kan doen om de positie van religieuze minderheden beter te beschermen en hun vrijheid van godsdienst en levensovertuiging te bevorderen."

Aanleiding tot de Kamervragen waren berichten over de dreigende vernieling van het "Graf van Esther en Mordechai de Joden" in de Centraal-Iraanse stad Hamadan. Ook zouden de autoriteiten van Iran hebben besloten het mausoleum de status van pelgrimsoord te ontnemen, aldus onder andere de nieuwsdienst Israel Today.

Volgens minister Rosenthal is van dit laatste echter geen sprake. "De tombes zijn geregistreerd als cultureel erfgoed bij de Iraanse Organisatie voor Cultureel Erfgoed en Toerisme. De tombe wordt beheerd door Joden.

Naar verluidt hebben studenten van Basiji (een paramilitaire militie) in december gedreigd vernielingen aan te richten bij de tombe. Volgens hen behoort het mausoleum geen pelgrimsstatus te hebben en dient het management onder de verantwoordelijkheid van de Iraanse regering te vallen. Als reactie op deze intimidatie zou het Joodse management zelf de aanduiding "pelgrimsplaats" hebben verwijderd."

Begin januari heeft dr. Shimon Samuels, directeur van de afdeling Internationale Betrekkingen van het Simon Wiesenthal Centrum in New York, al een brandbrief over deze kwestie gestuurd naar Irina Bokova, directeur-generaal van Unesco. Hij schrijft dat het de Iraanse Basijimilitie van de Bu-Ali Sina/Avicenna Universiteit in Hamadan is geweest die het naambord van het mausoleum van koningin Esther en Mordechai heeft verwijderd. "Dit gebeurde tijdens een door hen georganiseerde antisemitische demonstratie."

Volgens verschillende rapporten betekent de verwijdering van het naambord de degradatie van de status van het mausoleum als officieel pelgrimsoord.

Verwijzend naar een publicatie van persbureau Fars News stelt dr. Samuels verder dat de Basiji onder meer hebben verklaard dat de verwijdering van het naambord van het mausoleum de uitwissing betekent van het Joodse karakter ervan en dat koningin Esther en Mordechai verantwoordelijk waren voor de moord op 75.000 Iraniërs op één dag. Deze "holocaust" zou de "mythe van de nazi-Holocaust " vervangen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 2011

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 2011

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken