Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Realistisch rekenen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Realistisch rekenen

4 minuten leestijd

Het Centraal Planbureau bracht maandag een publicatie naar buiten waarin het zich beklaagt over de achteruitgang van het niveau van het onderwijs. Op ministerieel niveau wordt beleid gemaakt om dit tij te keren. Enkele jaren terug werd een collega-columnist en predikant door een meester teruggestuurd in zijn hok, nadat hij in een column kritische noten over het realistische rekenonderwijs had geuit. Predikanten hebben geen verstand van rekenonderwijs en moeten zich daarover dus stilhouden. Dat was het argument van de meester. Toch geloof ik dat er redenen zijn tot bezinning rond het realistisch rekenen.

Enkele feiten zijn van belang. Het realistische rekenen is ontwikkeld in het Freudenthal Instituut te Utrecht, vanuit de gedachte dat er aan het traditionele rekenen "iets" verbeterd kon worden. Dat er "iets" verbeterd kan worden, geldt trouwens vrijwel voor de gehele wereld. Het traditionele rekenen, door sommigen "opa-rekenen" genoemd, met rijtjes en staartdelingen, leert geen begrip van getallen aan en wordt gemakshalve afgedaan als trucjesrekenen. Hoewel dit onderwijs door jarenlange ervaring tot stand was gekomen, ontbrak een stelselmatige didactische onderbouwing. Het realistisch rekenen werd daarentegen opgezet vanuit een bepaald didactisch stelsel en moest daarmee beter en vooral leuker zijn. Leerlingen worden geprikkeld tot nieuwsgierigheid, zelfwerkzaamheid en creativiteit door allerlei verhaaltjes waarin sommen verborgen zitten.

In enkele decennia tijd is het hele onderwijs overgegaan op realistisch rekenen. Helaas is de verwachte verbetering van de rekenvaardigheid dus niet opgetreden. Toen onze oudste dochter naar het voortgezet onderwijs ging, zei de wiskundeleraar zelfs: "Rekenen kunnen ze toch niet goed, dat moeten wij hen hier nog leren."

Vanwege grote zorgen over het rekenonderwijs publiceerde de Koninklijke Nederlands Academie van Wetenschappen, de hoogste wetenschappelijke instantie van ons land, al in 2009 een studie. Hieruit bleek dat de rekenvaardigheid inderdaad een dalende trend toonde. Uit het rapport bleek dat het realistisch rekenen soms tot iets betere resultaten leidde, maar over het algemeen hooguit even goed was. Vooral voor de wat zwakkere en ook taalzwakke kinderen leidt realistisch rekenonderwijs juist tot slechtere resultaten. We kunnen dus de daling van het onderwijsniveau niet volledig wijten aan het realistische rekenen, maar het heeft ook niet de verwachte verbetering gebracht. In die zin is er dus sprake van een mislukking. Een hele generatie leerlingen is eigenlijk blootgesteld aan een experimentele leermethode die weliswaar didactisch doordacht was, maar waarvan het te verwachten resultaat onbekend was. Wanneer er onder deze wankele condities een geneesmiddel op de markt zou worden gebracht, zou de wereld echter te klein zijn.

Het rapport vervolgt verder met de plaats en de taak van de leerkracht. Het niveau van de leerkracht is vaak te laag. De directe instructie aan leerlingen zou moeten worden verhoogd, terwijl de hoeveelheid zelfwerkzaamheid omlaag kan. Bovendien moeten leerkrachten meer aan nascholing doen. Het venijn zit dus in de staart. Tegen de verwachting in ligt het probleem niet zozeer bij de onderwijsmethode als wel bij de leerkracht zelf. Uit ervaring weet ik dat veel onderwijskundigen bij het ontwikkelen van methoden nogal eens uitgaan van de ideale wereld, met ideale leerlingen, ideale omstandigheden en natuurlijk ideale leraren. Ik vermoed dat dit ook ten grondslag ligt aan het debacle rond het realistisch rekenen. Leerlingen worden niet allemaal geprikkeld tot nieuwsgierigheid door een verhaaltje waarin een som verborgen zit. Zelfstandig werken is voor veel leerlingen niet effectief en instructie door eenleerkracht is blijkbaar erg zinvol.

Als ik het allemaal goed begrepen heb, moeten we in het onderwijs uitgaan van de minder ideale situatie. De methode is wellicht minder belangrijk, maar de rol van de bekwame leerkracht neemt juist toe. Een open deur? Ga er maar voor staan.

De auteur is als patholoog en universitair docent verbonden aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. Reageren aan scribent? gedachtegoed@refdag.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 juni 2011

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Realistisch rekenen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 juni 2011

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken