Bekijk het origineel

Natuur getuigt van schepping

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Natuur getuigt van schepping

5 minuten leestijd

De vogels in de lucht, de leliën op het veld, het sterrenstelsel, de DNA-structuur en de roofdieren. Ze vertellen allemaal iets over God, aldus Het boek van de natuur.

Een gewoon musje siert de voorkant van het boek, dat is verschenen onder redactie van wetenschapsjournalist dr. René Fransen en schrijver-theoloog Reinier Sonneveld. En dat musje is natuurlijk niet toevallig. Want al valt zo’n vederlicht beestje van het dak, dan is dat niet aan de aandacht van God ontsnapt, staat er in de Bijbel.

Het boek staat vol met wetenswaardigheden over de natuur, God en de Bijbel. Elf mannen (onder wie weerman Reinier van den Berg en de schrijvers Hilbrand Rozema en Kees de Heer) en één vrouw (milieukundige Martine Vonk) hebben hun geloof in God en de daarmee samenhangende ervaringen en gedachten over de natuur gedeeld in een spiritueel boek. Aan de hand van details, foto’s, gedichten, mijmeringen en via gespreksmodules en enkele fietsroutes wordt de lezer uitgedaagd anders dan anders naar de natuur te kijken.

Als een belijdenis staat op de achterkant van het boek de stelling ”De natuur is gemaakt door God en bevat overal sporen van hem”. Bij zo’n vertrekpunt zou je verwachten dat Hem met een hoofdletter staat geschreven, maar daarin heeft de redactie kennelijk de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) gevolgd.

De wereld, het heelal is ontstaan door God, aldus ”Het boek van de natuur”. Volgens Sonneveld wordt de natuur vaak gezien als een strijdtoneel. Dat heeft volgens hem deels te maken met de interpretatie van de evolutietheorie, die te veel nadruk legt op het onderlinge gevecht om te overleven.

Het houdt ook verband met een liberaal wereldbeeld waarin alle individuen concurrenten van elkaar zouden zijn. De bekende term van Charles Darwin, ”survival of the fittest”, betekent echter ”het overleven van de best passende”, en níét ”van de sterkste”, zoals het meestal wordt vertaald. Dat opent andere perspectieven, aldus Sonneveld. Hij geeft vervolgens enkele voorbeelden van hoe er veelal ook sprake is van samenwerking in de natuur. „Zo maakt de garnaal de grond schoon voor de grondel (een vissoort, red.), terwijl die grondel met een tikje van zijn staart de garnaal waarschuwt voor gevaar. De krokodil is zo ongeveer de bodyguard van een bepaald soort plevier, die op zijn beurt zijn tanden schoonmaakt. De bijen verspreiden voor de bloemen het stuifmeel en in ruil krijgen ze er honing voor terug. Geen enkel dier kan zonder andere dieren. Geen enkele plant kan zonder andere planten. Alles hangt met elkaar samen. Hier reflecteert het leven de Drie-eenheid, die ook een symbiose (vorm van samen leven, red.) is, en het is een uitnodiging aan de mens om mee te doen.”

Vormen van evolutie komen ook in de Bijbel voor, zo blijkt uit de bijdrage van Pieter Gorissen onder het kopje ”Een bijbels bestiarium”. Hij gaat onder andere in op de vraag of de basilisk, feniks en vurige vliegende draak (Jeremia 8:17; Job 29:18; Jesaja 30:6) echt hebben bestaan. De voedsellijst van Leviticus 11 is in de loop van de Bijbelvertalingen vaak gewijzigd. Zo veranderde de nachtuil van de Statenvertaling (SV) in een katuil in de weergave van het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG), en werd het in de NBV-vertaling een velduil. Soms waren de veranderingen nog heftiger. Zo werd een koekoek (SV) een meeuw (NBG) en later een bosuil (NBV).

Ook het zeemonster dat Jona opslokte en uitspuugde, komt aan de orde. Hier wordt de ervaring van leerling-matroos James Bartley genoemd, die in 1891 door de bemanning van walvisjager Star of the East uit de buik van een potvis zou zijn gesneden. Bartley was buiten bewustzijn en blind en zijn huid bleek aangetast door de maagsappen van het zeedier, maar hij overleefde. In de Bijbel wordt het woord walvis overigens niet genoemd, wel „grote vis.”

Een aardig hoofdstukje heeft als titel ”De huisdieren van Jezus”. Hier wordt uitgelegd hoe het komt dat er zo weinig vegetariërs zijn onder christenen, en er nagedacht over de vraag of Jezus op de Partij voor de Dieren zou hebben gestemd. Verder gaat de schrijver in op de vraag of er dieren zullen zijn op de nieuwe aarde en waarom Jezus na Zijn opstanding opdracht geeft om aan elk schepsel het goede nieuws bekend te maken (Markus 16:15).

In ”Sluipwespen, tsunami’s en virussen” bespreekt Bert van Veluw de ontaarding van de schepping na de zondeval en bespreekt hij het kwaad. Volgens hem is het kwaad voor atheïsten een groter probleem dan voor christenen. „De gelovige heeft weet van Gods wetten en normen en weet dat overtreding daarvan kwaad is. De niet-gelovige mist die norm en heeft zo een groter probleem met het kwaad.”

De bijdragen in ”Het boek van de natuur” zijn toegankelijk geschreven en veelal gelardeerd met aansprekende voorbeelden, illustraties en beeldmateriaal.

”Het boek van de natuur”, dr. René Fransen en Reinier Sonneveld (eindred).; uitg. Buijten & Schipperheijn Motief, Amsterdam, 2011; ISBN 9058815757; 256 blz.; € 18,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 14 april 2012

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Natuur getuigt van schepping

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 14 april 2012

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken