Bekijk het origineel

Spaceshuttles krijgen plaats in museum

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Spaceshuttles krijgen plaats in museum

3 minuten leestijd

Morgen is het een jaar geleden dat spaceshuttle Atlantis terugkeerde van zijn allerlaatste vlucht. Het betekende het einde van een tijdperk voor de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA, die dertig jaar met de shuttles vloog. Sinds vorig jaar staan de drie orbiters die de eindstreep haalden –Discovery, Endeavour en Atlantis– aan de grond. Rijp voor het museum.

De Atlantis blijft dicht bij huis. Hij zal worden tentoongesteld in het bezoekerscentrum van het Kennedy Space Center in Florida. Vanaf deze lanceerbasis vertrokken alle spaceshuttles naar de ruimte. Menig bezoeker zag de toestellen in een pluim van vuur en rook opstijgen. Hoger en hoger, totdat de raket achter de wolken verdween of als een lichtgevend stipje in de blauwe hemel oploste.

De hal waarin de Atlantis zal komen te staan, is op dit moment nog in aanbouw. NASA verwacht het ruimteveer in november naar het bezoekerscentrum over te kunnen brengen. Een grootse opening staat gepland voor juli 2013.

Spaceshuttle Endeavour krijgt vanaf oktober een plaats in het California Science Center in Los Angeles. Eén onderdeel is hij dan kwijt: de robotarm die in zijn laadruim was bevestigd. Die zal een plaats krijgen in een Canadees museum.

Met deze zogeheten Canadarm –van Canadese makelij– konden de shuttles vracht vanuit het laadruim overbrengen naar het internationaal ruimtestation. Ook werd de robotarm op de verschillende servicemissies naar de ruimtetelescoop Hubble gebruikt om de telescoop vast te grijpen en in het laadruim te plaatsen voor reparaties en onderhoud.

Het transport van de Endeavour naar Californië staat gepland voor half september, meldt NASA. Zo’n transport is altijd spectaculair: de orbiter wordt op de rug van een Boeing 747 getakeld en vliegt zo naar de plaats van bestemming, of in ieder geval de dichtstbijzijnde luchthaven.

Dat gebeurde ook met de derde spaceshuttle, de Discovery. Die vloog op 17 april op de rug van een Boeing 747 naar zijn eindbestemming: het Smithsonian National Air and Space Museum bij Washington. Jarenlang huisvestte het museum de Enterprise, een prototype van de spaceshuttle. In 1977 voerde NASA vlieg- en landingstesten uit met het toestel, ter voorbereiding op de eerste ruimtevlucht van de Discovery in 1981.

De Enterprise werd eind april per Boeing overgebracht van Washington naar JFK International Airport in New York. Hij maakte daarbij een rondvlucht over het centrum van de stad, wat veel bekijks trok. Nog meer aandacht kreeg het toestel begin deze maand, toen hij op een ponton over de rivier de Hudson naar zijn eindbestemming voer: het Intrepid Sea, Air and Space Museum dat is gehuisvest in een vliegdekschip dat dateert uit de Tweede Wereldoorlog.

Van twee andere spaceshuttles resten alleen brokstukken: de Challenger explodeerde in 1986, 73 seconden na de start. In 2003 verging het ruimteveer Columbia bij terugkeer in de dampkring. Beide keren overleefde de zevenkoppige bemanning het niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 juni 2012

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Spaceshuttles krijgen plaats in museum

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 juni 2012

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken