Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zittenblijven (de)motiveert

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zittenblijven (de)motiveert

7 minuten leestijd

Is zittenblijven zinvol? Over het nut van doubleren wordt in het onderwijs al decennia gediscussieerd.

Zittenblijven doen Nederlanders bovengemiddeld vaak: uit onderzoek in 2009 onder 15-jarige scholieren bleek dat 22 procent op de basisschool wel eens had gedoubleerd. Dat is ruimschoots boven het gemiddelde van de 34 OESO-landen: 14,3 procent. In Engeland is het bijvoorbeeld slechts 1,6 procent.

In het Nederlandse voortgezet onderwijs moet elk jaar 5 procent van de leerlingen een jaartje overdoen. Dat zijn bijna 50.000 zittenblijvers op een totaal van 925.000 leerlingen. Daarnaast is er nog een verkapte vorm van zittenblijven: leerlingen die wel naar een volgend jaar gaan, maar teruggaan in schoolniveau. Dat gebeurt met name in de onderbouw. Gevreesd wordt dat het aantal zittenblijvers toeneemt doordat de exameneisen recent zijn verscherpt.

Bijspijkeren

In mei pleitte CNV Onderwijsbond ervoor leerlingen niet langer te laten doubleren. „Stel”, schreef voorzitter M. Rog –nu CDA-Tweede Kamerlid–, „een leerling heeft een bijbaan in de supermarkt als vakkenvuller. Hij vult een paar schappen en dan blijkt dat borrelnootjes en chips niet netjes zijn uitgestald. Het moet over. Wat te doen? Alle schappen leeghalen en helemaal opnieuw beginnen, of op naar het vak waar het knabbelwerk ligt en voldoen aan het gevraagde? Ik denk het laatste.”

Dus leerlingen niet alles laten overdoen, maar ontbrekende kennis bijspijkeren, bijvoorbeeld op een zomerschool. „Het kost een paar weken vakantie, maar het scheelt een heel studiejaar. Ontbreekt voldoende kennis of motivatie, dan lijkt een lagere onderwijssoort een verstandige optie.”

Leerlingen kunnen zo onvertraagd naar de eindstreep. „In een land dat een toonaangevende kenniseconomie wil zijn, moeten werknemers een leven lang leren. Het zou zonde zijn om in de beginjaren de schooltijd onnodig te rekken”, stelde Rog. Afschaffing van het zittenblijven doet de leerlingen volgens hem meer recht en het scheelt alleen al het voortgezet onderwijs jaarlijks zo’n 350 miljoen euro.

Persoonlijke aanpak

Rog kreeg bijval, maar sceptici waren er ook. Bijspijkeren zou alleen een optie zijn voor leerlingen met een geringe achterstand. „Een verloren jaar wordt niet met wat bijlessen tot een succes gemaakt”, mailde een docent naar CNV Onderwijsbond. Problemen moeten volgens hem vanaf het begin van het schooljaar worden aangepakt –bijvoorbeeld met een persoonlijk studieplan en een studiecoach– en niet via een noodoplossing als de zomerschool worden opgelost.

Zo’n persoonlijke aanpak zou het zittenblijven moeten vervangen, stelde de Belgische hoogleraar J. Van Damme vorig jaar echter. In zijn land doubleren nog meer kinderen dan in Nederland. En als ze dan een klas hebben overgedaan, doen ze het aan het eind van dat tweede jaar gemiddeld slechter dan hun nieuwe klasgenoten die dat jaar voor het eerst hebben gedaan, aldus Van Damme. Kortom: eerder aanpakken die problemen; doubleren is de oplossing niet.

Uit Van Dammes onderzoek aan de Katholieke Universiteit van Leuven blijkt dat er zich onder voortijdige schoolverlaters relatief veel vroege zittenblijvers bevinden. Wie twee keer blijft zitten, is maar liefst twee jaar ouder dan zijn klasgenoten; geen aantrekkelijke situatie, en dat bevordert de uitval. De negatieve effecten van het doubleren zijn op deze wijze groter dan eventuele positieve gevolgen.

Niet pappen en nathouden

Nieuw is de discussie niet. Reeds in 1969 publiceerde orthopedagoog Doornbos het boek ”Opstaan tegen het zittenblijven”. Dat heeft weinig resultaat gehad. Scholen voor voortgezet onderwijs krijgen soms het verwijt dat ze zelfs strengere overgangscriteria toepassen om ervan verzekerd te zijn dat het slagingspercentage in het examenjaar niet daalt, wat de goede naam van de school afbreuk zou doen.

Voorstanders van de mogelijkheid tot doubleren wijzen erop dat een jaartje zittenblijven soms nodig is om groei van de achterstand te voorkomen. Het kan ook een pedagogisch effect hebben: het is een goed middel om luie leerlingen wakker te schudden. Het is zelfs vormend: omgaan met teleurstellingen is een belangrijke vaardigheid, die je niet leert met pappen en nathouden. Zwakke leerlingen krijgen meer zelfvertrouwen als ze een jaar dat ze voor de tweede keer doen met een forse kennisvoorsprong beginnen, terwijl ze soms ook meer status hebben doordat ze ouder zijn.

Zittenblijven en een persoonlijk bijspijkertraject behoeven elkaar volgens de voorstanders niet uit te sluiten; juist een combinatie daarvan zou de gewenste resultaten kunnen opleveren. Ook voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand of met persoonlijke problemen wordt doubleren een nuttige oplossing genoemd.

Dat laatste ontkent de CNV-bond niet: „Leerlingen die er echt niet aan toe zijn of in de verste verte niet zullen voldoen aan de eindtermen, zullen ook in de nieuwe situatie een jaartje mogen overdoen.” Wanneer er bij minder ernstige gevallen voor een andere aanpak wordt gekozen, zou het aantal zittenblijvers echter drastisch kunnen afnemen. Het zou niet zo moeten zijn dat leerlingen een jaar langer op school zitten en veel leerstof dubbel moeten doen omdat ze één of twee puntjes tekortkwamen. Dat is eerder demotiverend dan motiverend.

Als zittenblijvers heel veel horen wat ze al weten en er onvoldoende nieuwe intellectuele uitdaging is, werkt dat gedragsproblemen in de hand, stellen tegenstanders van het doubleren. Die gedragsproblemen versterken de extra kritische houding die leerkrachten soms toch al tegenover zittenblijvers innemen. En hoe verhoudt zittenblijven zich eigenlijk tot de stelling in de Wet op het basisonderwijs dat alle leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces moeten doorlopen?

Scholen zouden geld moeten krijgen voor experimenten met inhaalprogramma’s en extra huiswerkbegeleiding. Sommigen bepleiten een rigoureuzere oplossing dan het geven van bijles: zij willen van het leerstofjaarklassensysteem af, omdat daarin standaardleerstof centraal staat die alle leerlingen, ongeacht niveau, zich eigen moeten maken. Een leerling hoeft dan dus niet meer aan de gemiddelde norm van zijn klas te voldoen. Een voorbeeld bieden de Scandinavische landen. Daar blijft niemand zitten en wordt meer gedifferentieerd.

Dit is het eerste deel van een tweeluik. Volgende week: de voors en tegens van het overslaan van een groep. Reageren? wijs@refdag.nl


De 1 oktobergrens

De meeste kinderen die op de basisschool blijven zitten, doen dat bij de overgang van groep 2 naar groep 3. Een jaartje langer ”kleuteren” wordt soms als ei van Columbus gezien voor vroege leerlingen, die jong aan de kleuterschool begonnen omdat hun geboortedatum net aan de goede kant valt van de grens die de school trekt.

Vanouds was 1 oktober die grens. Dat is in 1986 al afgeschaft, maar een deel van de scholen hanteert de lijn nog steeds, stelt 5010, de landelijke informatie- en adviesdienst van ouderorganisaties over onderwijs. Kleuters die na 1 oktober vier jaar worden en dus na die datum op school begonnen, blijven dan na de zomervakantie automatisch in groep 1.

Op deze wijze mag de grens echter niet meer worden gehanteerd, stelt 5010. „De leerlingen moeten nu beoordeeld worden op hun cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling, op basis van door de school opgestelde criteria. Als een leerling groep 1 moet overdoen, dan moet de school aantonen op basis van welke criteria de leerling niet voldoet aan de overgangsnormen en moet voor deze leerling een handelingsplan worden opgesteld.”

Langer kleuteren kan voordelen hebben, maar zich ook jaren later nog tegen je keren: sommige scholen voor voortgezet onderwijs hanteren als toelatingseis dat leerlingen in het basisonderwijs niet zijn blijven zitten.

ouders-5010.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 6 november 2012

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Zittenblijven (de)motiveert

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 6 november 2012

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken