Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kenmerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kenmerk

5 minuten leestijd

„Dominee, preekt u nog kenmerken?” Heel wat wensen ontvingen mijn vrouw en ik rond Kerst en jaarwisseling. Uit eigen en andere gemeente(n), en van veel andere kanten. Een van die kleurige kaarten bevatte deze cryptische vraag. Over het preken van ”kenmerken” dus. Als een ontroerend blijk van meeleven, zo heb ik deze onderzoekende vraag maar opgevat. Zij mogen immers vrienden heten, die je bij tijden een spiegel voorhouden.

Inmiddels heeft mijn geliefde broeder er zich van kunnen vergewissen dat hij niet ongerust hoeft te zijn. Aandacht voor ”kenmerken”, ik wil en kan niet anders. In de lijn van Jean Taffin, die eeuwen geleden al schreef over ”De merktekenen der kinderen Gods”, en niet minder in het spoor van Guido de Bres in zijn belijdenis (artikel 29). Op de vraag welke functie die kenmerken hebben binnen de Bijbelse prediking zal ik nu niet ingaan. Maar dát ze daarin een plaats (dienen te) hebben, hoeft geen twistpunt te zijn.

Kostbaar

Diverse keren deze afgelopen week werd ik aan die broederlijke vraag nadrukkelijk herinnerd. Het was op ons vakantieadres in de duinen van Ouddorp. Ik was daar in de gelegenheid –meer dan in de weken ervoor– me met het lezen van een aantal (tevoren zorgvuldig uitgekozen) boeken bezig te houden. Eén daarvan was ”The Rare Jewel of Christian Contentment” van Jeremiah Burroughs (1599-1646), in de vertaling van N. A. Eikelenboom. Onlangs op de Nederlandse markt verschenen onder de titel ”Een kostbaar kleinood. Over de ware tevredenheid”.

Een boek over het tevreden zijn dus. Elf preken over Paulus’ belijdenis in Filippensen 4:11: „Want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben.” Gelet op de titel van het boek moet het een schaars artikel zijn: tevredenheid. Maar ondertussen niet minder dan een wezenlijk kenmerk van de ware christen. Zo althans legt Burroughs zijn tekst uit.

De Engelse predikant doet dat vanuit het geheel van de Schriften, maar niet minder geestelijk en concreet, en zo past hij haar ook overtuigend toe. De echte, christelijke tevredenheid behoort, zo zegt hij, tot „de kern van de gehele praktische godgeleerdheid.” Ze is „een geschikt versterkend middel om in droeve tijden van ingezonkenheid de moedeloze geest van de gelovigen te doen herleven” (17).

Burroughs hield zijn preken in wat hij noemt „sad and sinking times”, droevige tijden van verval. Er was in Engeland een heuse burgeroorlog aan de gang, die diepe sporen in kerk en samenleving trok. Niet dus een tijd om vergenoegd te zijn, zou je zeggen. Maar juist dan roept deze prakticale prediker zijn gemeente op om deze christelijke deugd te beoefenen. Hij omschrijft haar als de innerlijke, rustige en genadige gesteldheid van de geest, zoals deze zich in alle omstandigheden vrijwillig en met vreugde onderwerpt aan Gods wijze en Vaderlijke beschikking. „Het is de plicht, de heerlijkheid en de uitnemendheid van een christen om zeer ervaren te zijn in de verborgenheid van de christelijke tevredenheid” (19).

Burroughs realiseert zich terdege dat deze tevredenheid geen vanzelfsprekendheid is. Er is voor nodig, zelfs in crisistijd, niet te zeer op de omstandigheden te zien, maar oog en hart omhoog te heffen. „Een tevreden hart ziet op datgene wat God beschikt en het onderwerpt zich daaraan. Het wil zeggen dat het Gods wijsheid in alles ziet. Die mens zegt: De Heere weet de dingen beter te schikken dan ik. Ik zie de dingen slechts in het heden, maar de Heere ziet veel verder. Ik weet dat Gods liefde evenzeer kan bestaan met een situatie van nood als met de voorspoed” (37).

Evenwicht

Een christen is een evenwichtig mens, zegt Burroughs. Wie geen genade kent, weet geen andere weg tot de tevredenheid dan dat hij zijn bezit koste wat kost wil brengen tot de hoogte van zijn wensen. Echter, wie met Christus is verenigd, gaat een andere weg. „Die weg is dat hij zijn wensen lager kan stellen, namelijk tot de toestand waarin hij is. Zó wordt hij tevreden” (47).

Diezelfde christen is daarom ook een dankbaar mens, aldus Burroughs. „O, ga heen, prijs de Naam van God, en zeg: Heere, het is waar: anderen hebben die en die genoegens. Ik zou blij zijn als ik ze ook had, maar Gij houdt mij kort. Ook al heb ik ze niet, dan hebt Gij mij iets gegeven wat goed en beter is. Gij hebt mij een rustig, tevreden hart gegeven, dat U gewillig ten dienste staat” (137).

Leerzaam en verootmoedigend, zo heb ik het lezen van dit eerlijke boek ervaren. Als dit een wezenskenmerk van een christen is, ben ik dan wel een ware christen? Ik herinner me een woord van wijlen ds. W. F. Laman (1900-1964): „Aan God heb ik eeuwig genoeg. Van God krijg ik nooit genoeg!” Is dat niet het kenmerk van de kenmerken? Genoeg aan mijn God. Hier en nu al – en ooit eeuwig. Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke Gave.

Reageren? welbeschouwd@refdag.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 12 januari 2013

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Kenmerk

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 12 januari 2013

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken