Bekijk het origineel

Onthullen of toedekken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Onthullen of toedekken

9 minuten leestijd

Stel dat koning David in 1980 was overleden en nu –voorjaar 2013– een biograaf zijn levensgeschiedenis zou publiceren. De media zouden onmiddellijk een item maken van Davids affaire met Bathseba. Binnen orthodox-christelijke kring zou het de auteur echter kwalijk worden genomen dat hij het blazoen van de Bijbelheilige bezoedelde door de misstap van de koning op te halen. Daar had hij over moeten zwijgen.

Boekenweek

Zwarte bladzijden roepen altijd reactie op. De uitersten zijn: smullen van de pikante details en de schandalen die boven water zijn gekomen, of er schande van spreken dat misstappen en fouten gewoon gepubliceerd worden. Sommigen willen liever de pagina’s met vuiligheid uit het boek van de geschiedenis scheuren, anderen willen affaires juist breed uitmeten.

Eerlijke, evenwichtige geschiedschrijving en beheerst omgaan met de feiten vergt veel van mensen. Vooral als de naam van geliefde helden in het geding is. Dan is er vaak snel commotie. Zeker ook in kringen, zoals de gereformeerde gezindte, waar nog altijd met het nodige respect en waardering wordt gesproken over de grote mannen uit de geschiedenis en over de godzalige voorvaderen.

Prins Maurits

Het is ook lastig. Je zult er maar mee zijn opgegroeid dat Willem van Oranje een moedige man was die zich vooral liet leiden door hetgeen God van hem vroeg, en dan plotseling in een biografie lezen dat hij het op het punt van de huwelijkstrouw niet zo nauw nam.

En dan zijn zoon, prins Maurits. Ds. Johannes Bogerman, de eerbiedwaardige voorzitter van de Synode van Dordrecht, hield naar aanleiding van het sterven van Maurits in 1625 een indrukwekkende preek. Die verscheen later in boekvorm onder de titel ”Het Christelijk overlijden van de doorluchtige en hooggeboren Prins Maurits van Nassau, Prins van Oranje, enz.: tot troost en stichting van alle vrome ingezetenen van deze Nederlanden”. Wie echter na lezing van dit boekje de biografie van de eminente, orthodox-christelijke historicus A. Th. van Deursen ter hand neemt, komt dingen tegen die haaks staan op een godvruchtige levenswandel. „Dat boek had beter niet geschreven kunnen worden, allemaal sensatie”, zei een reformatorisch predikant in een preek. Terwijl iedereen in protestantse kring weet dat Van Deursen gruwde van sensatie. Als degelijke geschiedschrijver ging het hem om de naakte feiten, en niets meer.

Wat dichter bij huis: Abraham Kuyper was een man die veel voor kerk en samenleving heeft betekend. Zeker in onze sterk geseculariseerde samenleving kan men er soms naar verlangen dat er een christenpoliticus zoals hij aan het roer zou staan. Maar Kuyper had ook een keerzijde. Hij was feitelijk een machtspoliticus die kerk, staat en onderwijs naar zijn hand probeerde te zetten. Mensen, ook in zijn eigen omgeving, die hem dwarszaten, schoof hij terzijde. Jarenlang waren er gerenommeerde, gereformeerde theologen en historici die dit probeerden weg te poetsen door altijd maar weer de grote inzet, opofferingsgezindheid, beginselvastheid en vroomheid van Kuyper te benadrukken.

Nog wat dichterbij, zowel wat betreft de tijd als de geestelijke achtergrond. Toen ruim twintig jaar geleden de historicus Fieret promoveerde op de geschiedenis van de SGP, concludeerde hij dat SGP-leider ds. G. H. Kersten tijdens de Duitse bezetting te ver was gegaan in het accepteren van het Duits gezag. Na publicatie van het proefschrift ontlaadde zich boven het hoofd van de kersverse doctor een wolkbreuk van toorn en verontwaardiging. Hij zou het gezag en de betekenis van deze vooraanstaande predikant hebben aangetast en –erger– daarmee diens geestelijk leven ter discussie hebben gesteld. Wat Fierets bedoeling overigens helemaal niet was.

Mantel der liefde

Onthullen of toedekken, dat is de vraag waar het om gaat. Heel lang is bij pijnlijke feiten gesteld: laten we er maar niet over praten. Christenen hadden het daarbij dan over „bedekken met de mantel der liefde.”

Zij deden dat met een beroep op de uitleg in de Heidelbergse Catechismus van het negende gebod. Daarin wordt gewaarschuwd tegen het kwaad van laster. Een christen is gehouden de eer en het goede gerucht van zijn naaste naar vermogen te bevorderen. Daarom moet hij de fouten en misstappen van een medemens toedekken, zo is nogal eens de redenering.

Toch is het maar de vraag of dat een goede gedachtegang is. Voordat de catechismus dit punt in de bespreking van het negende gebod noemt, handelt deze er eerst uitvoerig over dat men geen vals getuigenis mag geven en niemands woorden mag verdraaien. Vooropstaat dat een christen in het gericht en in alle andere handelingen de waarheid moet liefhebben. Dat geldt dus ook voor het gericht van de geschiedenis. De feiten zijn de feiten. Die moet men niet mooier en ook niet lelijker maken.

Het is echter niet om het even hoe men met die feiten omgaat. Het is niet zo dat ongeconditioneerd alle narigheid op straat gebracht moet worden. Beslissend is met welk oogmerk beladen zaken openbaar worden gemaakt.

Daar wringt vaak de schoen. Onthulling van de zonde kan zeker gerechtvaardigd zijn. Dat mag echter niet gebeuren om ervan te smullen, wel om ervan te leren. Dat is een van de allerbelangrijkste redenen waarom zondige daden van mensen in de Bijbel worden beschreven.

Wie leest over de verloochening van Petrus, ontdekt dat mensen die overmoedig zijn heel snel en heel diep kunnen vallen. Wie over Davids overspel met Bathseba leest, ontdekt dat mensen die weten van Gods genade in hun leven toch uiterst vatbaar zijn voor de verleidingen van het kwaad. De beschrijving van misstappen, ook uit het verleden van eigen land, kerk of kring, kan tot verootmoediging leiden. Wij mensen kunnen wel heel groot en flink lijken, maar we zijn zondig en tot alle kwaad geneigd.

Wie dan echter vervolgens verder leest over het leven van David of van Petrus, ziet ook hoe groot Gods genade is. Evenzo kan iemand verwonderd zijn over Gods goedheid in de eigen (kerk)historie als hij kennisneemt van de misstappen van vooraanstaande staatslieden of predikers. De intentie is dan niet te genieten van de wandaden en zonden van heiligen uit de Bijbel of helden uit de geschiedenis, maar verwondering over Gods trouwe zorg en grote genade die Hij bewijst ondanks het menselijk kwaad.

Genade

Dat schept ook verplichtingen als het gaat om de manier waarop men over het kwaad schrijft. Wie het volle licht wil laten vallen op Gods goedheid, zal de achtergrond van de menselijke onvolkomenheid niet kunnen missen in zijn beschrijving. Maar hij is dan wel sober in zijn verwoording.

Die soberheid moet niet opgevat worden als een pleidooi om alles uit het verleden wat niet deugde bij voormannen en voorgangers toe te dekken. Dat is evenzeer een verdraaiing van de werkelijkheid, die strijdt met het gebod de waarheid lief te hebben. De eerlijkheid gebiedt te stellen dat dit binnen reformatorische kring nog wel eens gebeurt. Zondige mensen uit de geschiedenis worden soms beschreven als bijkans onfeilbare heiligen. Beseft men niet dat daarmee de schittering van Gods genade verflauwt, omdat het licht ook (enigszins) wordt gericht op de goede daden van de grote man of vrouw?

Helaas moet worden geconstateerd dat fouten en misstappen nogal eens voor het voetlicht worden gebracht vanuit een negatieve intentie. Men heeft leedvermaak dat die grote staatsman of die gevierde ambtsdrager toch niet zo netjes was als dat velen dachten. Met de onthulling van zijn zonden valt de man van zijn voetstuk. Hoewel geen mens op een voetstuk mag staan, is de opzet van auteurs die zo te werk gaan niet zuiver.

Vaak gaat het niet alleen om het beschadigen van de historische figuur, maar wil men ook het geestelijk klimaat waarin de betrokkene heeft geleefd, wegschrijven. Dat gebeurt nogal eens in romans waarin auteurs afrekenen met hun eigen christelijk verleden. Wie zo de pen opvat, is verkeerd bezig.

Die kwade opzet staat op gespannen voet met de eerdergenoemde woorden uit de Heidelbergse Catechismus dat men het goede gerucht van de naaste moet verspreiden. De uiteindelijke bedoeling van genoemde schrijvers is immers niet de waarheid te vertellen. Ze genieten van de af- en ondergang van een bekend persoon.

Barmhartig

Van de historicus Van Deursen is bekend dat hij grote eerbied had voor de kale feiten. Die moesten volgens hem secuur en getrouw worden opgeschreven, ook als blijkt dat de historische waarheid pijnlijk en hard is.

Tegelijk wees Van Deursen erop dat een historicus bij het vellen van een oordeel over het verleden beslist barmhartig moest zijn. Vanuit het besef zelf feilbaar mens te zijn, dient er ook mededogen te zijn met medemensen die verkeerde daden begaan. Dat is de houding die zeker ook van een christen(historicus) mag worden verwacht.

Oordelen over personen en gebeurtenissen uit het verleden is niet eenvoudig. Zeker niet als het gaat om feiten die van betrekkelijk recente datum zijn of om fouten en prestaties van mensen die dichtbij staan. Een afgewogen oordeel kan alleen op gepaste afstand worden gegeven. Dat geldt zowel de tijd als de persoonlijke betrokkenheid.

Iedereen weet dat een ooggetuigenverslag, hoe nauwkeurig ook, altijd een gekleurde weergave is van de gebeurtenissen. De persoon in kwestie zit er te dicht op, heeft zijn eigen emotie en mist meestal het totaaloverzicht. Dat betekent dat een persoonlijk verhaal over een historisch feit niet het einde van alle tegenspraak is.

Evenzo is het van belang dat er een rijpingstijd is. De generatie die de Tweede Wereldoorlog beleefde, dacht in het schema van goed en fout, zwart en wit. Inmiddels weten we dat er vooral veel grijs was. Zo ontstaat de nuance in het beeld van het verleden. Dat betekent ook dat men heel voorzichtig moet zijn met het vrijgeven van zwarte bladzijden waarvan de inkt nog maar nauwelijks droog is. Waarom? Niet om de feiten te verdoezelen. Wel omdat het oordeel nog niet voldoende gerijpt kan zijn.


Gouden tijden, zwarte bladzijden

De Boekenweek (16-24 maart) staat in het teken van ”Gouden tijden, zwarte bladzijden”. Centraal staan de hoogtepunten en de schaduwkanten van het vaderlandse verleden. Nagenoeg parallel aan de Boekenweek loopt de Week van het Christelijke Boek met een eigen gratis actieboek van Hans Werkman. In deze bijlage aandacht voor de Boekenweek door middel van interviews, essays en recensies.

>>boekenweek.nl >>weekvanhetchristelijkeboek.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 maart 2013

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Onthullen of toedekken

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 maart 2013

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken