Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Beeldenstorm in viervoud

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Beeldenstorm in viervoud

8 minuten leestijd

Geschiedenis is niet neutraal. Wat voor de één een zwarte bladzijde is, is voor de ander een gebeurtenis van historisch belang. Op deze pagina vertellen vier docenten uit de breedte van het basisonderwijs hoe zij het verhaal van de Beeldenstorm aan hun leerlingen vertellen.

Boekenweek

„De zomer van 1566 was een rare zomer, zeiden de mensen. Er gebeurde zoveel, zo heftig en zo snel achter elkaar. Ze waren verbaasd over wat er gebeurde en er gingen de wildste verhalen rond. 1566 werd al snel ”het wonderjaar” genoemd.

(...)

Op 10 augustus liep het uit de hand. Na een hagenpreek bestormden de mensen een klooster. Ze vernielden beelden en namen heel veel spullen mee. Dat was in de buurt van Steenvoorde, dat ligt in de Vlaamse Westhoek. In de maanden daarna werden ook andere kerken en kloosters geplunderd. Eerst alleen in de Vlaamse Westhoek, maar al snel ook in Vlaanderen en Brabant. Eind augustus sloeg het over naar de noordelijke Nederlanden.

Het bestormen en plunderen van kerken en kloosters werd de Beeldenstorm genoemd. De ‘beeldenstormers’ kwamen niet uit één groep van de bevolking. Rijk en arm, man en vrouw, oud en jong deden mee. Ze vernielden heiligenbeelden en kunstwerken. Ze namen de voorraad van de kloosters mee.

Er waren verschillende redenen waarom ze het deden. De vervolgingen van ketters waren vreselijk. Doodgewone mannen en vrouwen die geen vlieg kwaad deden, waren opgepakt. De oogsten mislukten jaar na jaar en er was veel armoede en werkloosheid. Sommigen haatten de, vaak rijke, pastoors en kloosterlingen. Ze werden voorgetrokken, vonden ze. Anderen deden uit nieuwsgierigheid mee.

De mensen van het nieuwe geloof, de calvinisten, wilden vooral de kerk bevrijden van bijgeloof. Ze vonden dat de rooms-katholieke kerk met zijn altaren en heiligen een poppenkast was geworden. Daarom vernielden ze de symbolen van de rooms-katholieke kerk. Ze dronken de miswijn op, voerden de ouwels aan de vogels en smeten de heiligenbeelden kapot. Dat waren ‘valse’ heiligen, zeiden ze, alleen God en Jezus Christus waren echt. Ze wilden laten zien dat het christelijk geloof al die onzin niet nodig had. Ze wilden terug naar het zuivere geloof van de eerste christenen. In de rooms-katholieke kerk waren te veel oneerlijke mensen die macht en rijkdom wilden. Ze wilden weer een kerk waar Gods woord het belangrijkste was en de Bijbel werd gelezen en uitgelegd.”

>>entoen.nu


Protest tegen kerkelijke rijkdom

In Middelburg en omgeving had de Beeldenstorm binnen veertien dagen na de eerste onlusten in Vlaanderen plaats: op 22 augustus 1566. Op de openbare basisschool De Leeuwenburch in de Zeeuwse hoofdstad wordt de Beeldenstorm in groep 7 behandeld aan de hand van de methode ”Wijzer door de tijd”. Docent Bibi Chernet begint de les met het voorlezen van het verhaal zoals dat in de methode staat afgedrukt. Daarna praat ze er met de kinderen over door. „Ik probeer uit te leggen waarom mensen de beelden in de kerken vernielden. Er heerste in die tijd veel armoede, terwijl de kerken vol hingen met kostbare beelden. Kinderen begrijpen heel goed dat zoiets tot boze reacties leidt.” Op de rol van de religie gaat Chernet niet al te diep in. „Op onze school zitten kinderen met heel verschillende achtergronden, een deel komt uit moslimgezinnen. Het geloof kun je dan niet heel uitvoerig aan de orde stellen.” Wel schetst Chernet de context waarin de Beeldenstorm plaatshad. „De Rooms-Katholieke Kerk had veel macht en mensen die anders dachten kwamen op de brandstapel terecht.” Daarbij maakt ze een koppeling naar het heden. „Ook nu komt het overal in de wereld nog voor dat mensen worden vervolgd omdat ze bepaalde opvattingen hebben. We willen dat onze leerlingen daar oog voor krijgen.”

Ter ondersteuning van de geschiedenislessen gebruikt Chernet graag filmpjes van Kennisnet, de Beeldbank of van Vroeger&zo. „Het is niet alleen belangrijk om het verhaal te vertellen, maar je moet het ook laten zien om het dicht bij de belevingswereld van de kinderen te brengen.”

Vervolgde protestanten zochten bedehuis

Huibert Speksnijder van de reformatorische Graaf Jan van Nassauschool in Gouda heeft het verhaal van de Beeldenstorm vaak verteld aan leerlingen van groep 7. „Bij de methode ”Er is geschied” hoort een vrij gedetailleerde verhalenschets over de Beeldenstorm in Antwerpen. Docenten kunnen die gebruiken als basis voor hun vertelling.” Speksnijder vindt het belangrijk om in de geschiedenisles te laten zien dat Gods vinger de geschiedenis schrijft. „Dat wil echter niet zeggen dat alles wat de protestanten deden goed was. We moeten ervoor waken om als 21e-eeuwse mensen al te gemakkelijk een oordeel te vellen over gebeurtenissen in het verleden. In de les zeg ik nooit dat de Beeldenstorm goed of fout was, dat is te kort door de bocht. Ik probeer de leerlingen duidelijk te maken in welke omstandigheden de Beeldenstorm plaatshad. Kinderen kunnen de gebeurtenissen dan beter begrijpen. De Beeldenstorm kwam immers niet uit de lucht vallen; 1566 was het wonderjaar, waarin ook hagenpreken werden gehouden. Protestanten werden vervolgd en opgejaagd vanwege hun geloof. Ze waren hongerig om het Woord van God te horen en wilden graag kerken hebben om in samen te komen. Naar hun overtuiging moesten de beelden eruit worden verwijderd. Natuurlijk waren de beeldenstormers niet allemaal oprechte protestanten, er waren ook meelopers en raddraaiers bij, dat is van alle tijden. En we moeten ook eerlijk zeggen dat Willem van Oranje niet zo blij was met de Beeldenstorm. Hij zag dat die een averechts effect zou hebben. Hij verloor inderdaad veel aanhangers. Tegelijk werd zijn afhankelijkheid van God daardoor juist groter.”

O juf, wat doen ze daar!

De Beeldenstorm behandelen wij op school in groep 6, zegt Christine van der Kamp. Ze is leerkracht van de rooms-katholieke basisschool De Klim-Op in Hoogerheide. „De eerste les gaat erover dat Willem van Oranje in Duitsland zit. Hij krijgt het nieuws dat zijn zoon is gegijzeld. Er is iets mis. De tweede les gaat over koning Filips II en de ketterijen. Dan komt de Beeldenstorm in beeld. Mensen zijn arm, ze hebben honger. En dat terwijl de kerk vol met beelden en mooie schilderijen staat. Daar zijn ze het niet mee eens. Ze besluiten die beelden te vernielen. Vervolgens, dat is de derde les, stuurt Filips Alva naar Nederland om de ketters op te pakken. De vierde les is de afsluiting van de Tachtigjarige Oorlog, met de Vrede van Munster. We kijken ook naar de filmpjes van de website entoen.nu.”

De meeste kinderen weten het verschil niet tussen rooms-katholiek en protestants, heeft Van der Kamp gemerkt. „Tegenwoordig leeft dat niet meer. Dan leg ik uit dat een protestantse kerk er eenvoudig uitziet, zonder beelden. Want protestanten zijn meer gericht op de Bijbel.

De verhalen over de Beeldenstorm, de brandstapels en de martelingen door Alva en zijn Bloedraad vinden de kinderen heel heftig. Ik vertel van een meneer die vastgebonden en gemarteld werd. Ze deden water in zijn mond. O juf, wat doen ze daar, zeggen de kinderen dan, wijzend naar het plaatje in het boek. Toevallig heb ik juist oudergesprekken gehad. Er waren twee ouderparen van wie de kinderen er thuis over hadden verteld. Het komt goed binnen bij hen.”

”Stel je voor dat dit in een moskee gebeurde”

I. el Moussaoui is leerkracht van groep 7 van de islamitische Aboe Daoedschool in Utrecht. „Op onze school zijn de kinderen heel geïnteresseerd in andere geloven”, zegt ze. „Dat komt omdat wij zelf ook een gelovige achtergrond hebben. Ik heb het verhaal over de Beeldenstorm verteld zoals het in het boek staat. Het is een heel interessante geschiedenis. Sowieso vind ik de Tachtigjarige Oorlog boeiend. We zijn met de kinderen de stad in gegaan en hebben een rooms-katholieke en een protestantse kerk bezocht. Dat vonden ze geweldig. Je kunt dan mooi de verschillen tussen deze twee richtingen laten zien. We bezoeken trouwens wel vaker kerken, ook synagogen. In de Domkerk kun je nog de beelden zien die vernield zijn. Dat sprak de kinderen natuurlijk enorm aan: iets wat geschiedenis is, wat je nog kunt zien ook.

Mooi vond ik de reactie van de kinderen. Zij schrokken ervan dat mensen toen zomaar een kerk konden binnengaan en iets vernielen. Je mag toch niet zo maar iets vernielen, ook al ben je het er niet mee eens? Ik heb ook gezegd: hoe zouden jullie het vinden als dit in een moskee gebeurde?

Op school besteden we aandacht aan het ontstaan van godsdiensten. Elk geloof heeft een geschiedenis. Het jodendom, het christendom en de islam komen aan bod. In die geloven zoeken we vooral naar de overeenkomsten, zoals de rol van de paus, de predikant of de imam. Verschillen worden al genoeg benadrukt.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 maart 2013

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Beeldenstorm in viervoud

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 maart 2013

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken