Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Leden antiterreureenheid staan voor medische dilemma’s

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Leden antiterreureenheid staan voor medische dilemma’s

4 minuten leestijd

DRIEBERGEN. Terroristen zaaien dood en verderf in een gebouw. Her en der liggen slachtoffers met zwaar letsel. Moet een antiterreureenheid zich over de zwaargewonden ontfermen of eerst de terroristen uitschakelen?

Utoya, een eilandje in Noorwegen, 2011. Verkleed als politieman schiet Anders Breivik tientallen jongeren dood. Ook vallen er gewonden.

Bombay, 2008. Een groep islamitische terroristen pleegt een reeks aanslagen. Onder meer twee vijfsterrenhotels worden bestormd. Bij de aanslagen vallen zeker 166 doden en honderden gewonden.

Hoe moeten antiterreureenheden omgaan met gewonden die bij terreuraanslagen vallen? Wat te doen als zich op de locatie van een aanslag nog terroristen verschanst houden? Voorrang geven aan de zorg voor gewonden of eerst de aanslagplegers uitschakelen? En hoe moet die medische zorg gestalte krijgen?

Dit soort vragen staat centraal bij een één week durende training van Europese antiterreureenheden. De Nederlandse antiterreureenheid Dienst Speciale Interventies (DSI), onderdeel van de politie, zette de medische training op, in samenwerking met het medische opleidingsinstituut van Defensie, het IDGO. In totaal doen 36 antiterreureenheden mee uit de 27 EU-lidstaten plus Noorwegen en Zweden. Recent vonden enkele oefeningen plaats, later dit jaar volgen er meer. In Hilversum kunnen de cursisten oefenen in Defensiegebouwen. „Het is de bedoeling dat gedurende de training de protocollen van de diverse antiterreureenheden op elkaar worden afgestemd”, zegt luitenant-kolonel-arts Manon Molenaar van Defensie.

Molenaar onderscheidt vijf verschillende niveaus van medische zorg binnen een antiterreureenheid, in volgorde oplopend in deskundigheid: EHBO, de Combat Life Saver (CLS, iemand die voor een gevechtsfunctie is opgeleid, maar ook medische vaardigheden heeft), de medic (meer vaardigheden dan de CLS), de verpleegkundige en de arts.

De medische deskundigheid binnen de diverse antiterreureenheden loopt sterk uiteen, zeggen Molenaar en DSI-lid Teun, die om veiligheidsredenen niet met zijn achternaam in de krant wil. „Sommige eenheden lopen voorop en hebben een arts in hun antiterreureenheid zitten, maar er zijn ook landen die nog op het niveau van EHBO zitten.”

Verwondingen

De DSI-teams in Nederland hebben in ieder geval een medic binnen de gelederen, geeft Teun aan. Een medic heeft onder meer spullen om een infuus te plaatsen en hulp te verlenen bij borstletsel. Elk lid van een Nederlandse antiterreureenheid draagt een EHBO-set bij zich. Het verlenen van eerste medische hulp in terreursituaties kan sterk verschillen van reguliere hulpverlening na bijvoorbeeld een ongeval, zetten Molenaar en Teun uiteen. „Bij een terroristische aanslag kunnen zich in bijvoorbeeld een gebouw nog terroristen verscholen houden. Daarom hebben de leden van een antiterreureenheid lang niet altijd de tijd om meteen gewonden te gaan behandelen.”

In grofweg twee situaties is, als de omstandigheden dat enigszins toelaten, direct medische hulp geboden, betogen de twee. „In het ene geval is er sprake van een levensbedreigende slagaderlijke bloeding. In dat geval moet iemand uit de antiterreureenheid de bloeding snel met een tourniquet (knevelverband, JV) afbinden. Zo iemand kan dan later hopelijk verder worden geholpen. Het andere geval betreft mensen die bewusteloos op hun rug liggen en die dreigen te stikken in hun tong of braaksel. Het is zaak zo iemand zo snel mogelijk in de stabiele zijligging te brengen. Mensen met botbreuken of niet-levensbedreigende verwondingen moeten wachten tot later, als de situatie veilig is, hoe pijnlijk dat wachten voor hen ook is.”

Moeilijk

Het protocol kan leden van een antiterreureenheid voor moeilijkheden plaatsen, beseft het duo. „Je eerste reactie is toch: Help het slachtoffer. Het is als het ware tegennatuurlijk om een kind dat ligt te schreeuwen van de pijn, voorbij te lopen. Maar diens toestand hoeft niet levensbedreigend te zijn. Soms moet iemand van een antiterreureenheid voorrang geven aan het uitschakelen van een terrorist. Daarvoor moet je een knop omzetten. In de tijd dat een lid van de antiterreureenheid bij een gewonde een spalk aanlegt, kan een terrorist elders in het gebouw drie anderen doden. De eenheden moeten de medische hulp zo inrichten dat de operatie er niet onder lijdt. Dat besef proberen we bij te brengen.”

Een eerste snelle hulpverlening kan veel levens redden, benadrukken Molenaar en Teun. „Uit onderzoek naar oorlogsslachtoffers uit het verleden is gebleken dat er mensen zijn overleden, terwijl dat niet nodig was geweest. Zo’n 90 procent van deze zogenaamde te voorkomen doden had gered kunnen worden, als zij de juiste eerste hulp hadden gekregen.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 2013

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Leden antiterreureenheid staan voor medische dilemma’s

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 2013

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken