Bekijk het origineel

Musea slaan steeds vaker handen ineen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Musea slaan steeds vaker handen ineen

Meer samenwerking in steden

3 minuten leestijd

DEN BOSCH (ANP). Musea in Nederland werken steeds meer samen. Niet alleen met elkaar, maar ook met partijen buiten de museale wereld.

Dat concludeert een stuurgroep die in opdracht van de Nederlandse Museumvereniging en de Vereniging van Rijksmusea de sector onder de loep nam. De groep telde liefst 150 voorbeelden van samenwerkingsinitiatieven.

Zo hebben het Centraal Museum in Utrecht en Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam samen nieuw werk aangekocht. Het Rijksmuseum in Amsterdam, het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed doen onderzoek naar een gemeenschappelijk duurzaam depot om op de kosten te besparen.

Het Textielmuseum in Tilburg werkt samen met kunstenaars, vormgevers en het bedrijfsleven voor het TextielLab, waar textielproducten worden gemaakt en commercieel op de markt worden gebracht. Het Joods Historisch Museum in Amsterdam koopt samen met vijftien culturele instellingen groene energie in.

Ook de stadsmusea in den Haag, Zoetermeer en Rotterdam gaan samenwerken, werd vandaag bekendgemaakt.

Het museum Boerhaave in Leiden, Science Center NEMO in Amsterdam en het Teylers Museum in Haarlem maakten eveneens vandaag bekend te gaan samenwerken op het gebied van hun collecties. Zo gaan de drie wetenschapsmusea hun verzameling digitaal ontsluiten, waardoor medewerkers gemakkelijker bij elkaar informatie kunnen opzoeken over objecten voor bijvoorbeeld tentoonstellingen. Ook gaan ze kennis en expertise delen, samenwerken op het gebied van educatie en onderzoek en fondsen werven.

Wat het delen van kennis en expertise betreft: daar zijn de drie laatstgenoemde musea vrij nieuw in. Volgens de stuurgroep is samenwerking op die terreinen bij veel musea nog te weinig gebruikelijk en niet goed georganiseerd. „Dat is jammer, want musea kunnen veel van elkaar leren en het is efficiënt als niet iedereen hetzelfde wiel hoeft uit te vinden.”

Ook constateert voorzitter Irene Asscher-Vonk dat musea alleen samengaan als overheden dit opleggen. „Fuseren gaat zelden van harte, aangezien musea hun eigen autonomie graag willen behouden.” Verder kunnen musea internationale samenwerking verder uitbouwen.

Om samenwerking te stimuleren, stelt minister Bussemaker (Cultuur) tot 2017 een bedrag van 2 miljoen euro per jaar beschikbaar. Een commissie onder leiding van emeritus hoogleraar sociaal recht Asscher-Vonk kreeg ruim een jaar geleden de opdracht zich over de toekomst van musea te buigen om de bezuinigingen van de overheid het hoofd te kunnen bieden. De commissie adviseerde in haar eerste rapport dat musea actief duurzame samenwerkingsrelaties moeten aangaan om op kosten te besparen en de kwaliteit te verhogen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 oktober 2013

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Musea slaan steeds vaker handen ineen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 oktober 2013

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken