Bekijk het origineel

Gemeenteleed

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Gemeenteleed

4 minuten leestijd

”Sterke mensen, sterk land”. Onder deze titel hield premier Rutte drie weken geleden de Willem Dreeslezing. Gloedvol sprak hij over de participatiesamenleving als een „bezielend verband.” De kracht van de samenleving komt uit de mensen zelf. Zonder dat de staat of een andere instantie dat oplegt. De organisatoren, die met de Dreeslezing de herinnering aan de opbouw van de verzorgingsstaat levend willen houden, zullen wel met zweet in hun handen hebben gezeten.

Maar er zal nog meer gezweet worden. Door wethouders bijvoorbeeld. Want onder de vlag van de participatiesamenleving zullen drie aardverschuivingen plaatsvinden. De jeugdzorg gaat van de provincies naar de gemeenten. Grote delen van de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg gaan van de AWBZ naar de gemeenten. En de Wajong gaat van het Rijk naar de gemeenten. Het gemeentelijke takenpakket wordt met een derde uitgebreid. Daarvoor krijgen gemeenten jaarlijks een extra bedrag van zo’n 1000 euro per inwoner.

Waarom dan dat zweet? Om te beginnen omdat al deze taken nu nog 1500 euro per inwoner kosten. De wethouder moet enorm bezuinigen. Ook zijn er grote verschillen tussen gemeenten. Via een verdeelmodel wordt daar bij de toedeling van het geld rekening mee gehouden. Maar gemeenten zijn nu al ongerust of dat wel helemaal goed lukt. Verder is voor een efficiënte uitvoering een schaalgrootte van 100.000 inwoners genoemd. Negen van de tien gemeenten zijn kleiner, en moeten de nieuwe taken dus samen met andere gemeenten gaan oppakken. En de vraag is nog maar of zij voldoende expertise op het sociale domein in huis hebben. Vanouds houden gemeenten zich immers vooral bezig met infrastructuur, grondbedrijf en openbare werken. In het nieuwe takenpakket gaat het om kinder- en jeugdpsychiatrie, pleegzorg, begeleiding van kwetsbare ouderen en dagbesteding voor mensen met een handicap.

Alleen al de gedachte aan hoe hij straks de huidige aanbieders de deur kan wijzen, doet een wethouder nog meer zweten. Hij wordt verantwoordelijk voor een integraal en samenhangend aanbod, maar hij heeft absoluut geen geld om alle bestaande aanbieders en voorzieningen te financieren. Hij moet zelf een nieuw voorzieningenpakket tot stand brengen. Maar hoe, en met wie? In elk geval moet hij de bevolking duidelijk zien te maken dat ze veel meer zelf moeten doen. Want de participatiesamenleving is vooral ook een doe-het-zelfmaatschappij. De regering heeft bedacht dat gemeenten met hun hulpbehoevende inwoners keukentafelgesprekken gaan voeren, om na te gaan wat mensen zelf en met hulp van familie en buren kunnen doen. Het zweet breekt de wethouder uit als hij bedenkt dat hij zijn electoraat aan al die keukentafels keer op keer teleur moet stellen over de hulp vanuit de gemeente.

Een SGP-wethouder heeft nog een extra probleem. Want zijn achterban wil graag gebruikmaken van identiteitsgebonden zorg buiten het plaatselijke aanbod om. Maar een SGP-wethouder die voor zijn inwoners dagbesteding organiseert, heeft straks geen geld en ook geen goed verhaal om voor reformatorische mensen een instelling uit de achterban te financieren, inclusief het vervoer ernaartoe. Voor de andere taken geldt hetzelfde.

Maar hij is natuurlijk niet voor niets wethouder geworden. Het gemeentelijk belang en het welzijn van de bevolking gaan hem ter harte, en een beetje wethouder zal zich toch ook het zweet in de handen wrijven bij zo’n maatschappelijke uitdaging. Maar hij zal een kanteling moeten maken. Van aanbod naar vraag. Van claim op het systeem naar verantwoordelijkheid voor elkaar. Van gemeenteleed naar gemeenteleden. Van aanbieders naar achterban. Naar scholen voor jeugdzorg, naar bedrijven voor dagbesteding van gehandicapten, naar kerken voor eenzame ouderen.

Misschien is het verstandig als de achterban de wethouder niet afwacht maar zelf al in beweging komt. Al was het alleen al om een sterk verhaal te hebben voor alle wethouders die niet van de SGP zijn en die ook zitten te zweten.

”Bezielde mensen, dienende kerk”.

De auteur is hoogleraar gezondheidseconomie aan Tilburg University. Reageren? nietbijbroodalleen@refdag.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 2013

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Gemeenteleed

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 2013

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken