Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Veel bewijs van moord op JFK verdwenen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Veel bewijs van moord op JFK verdwenen

7 minuten leestijd

Vijftig jaar na de dramatische moord op de Amerikaanse president John Fitzgerald Kennedy zijn er nog altijd meer vragen dan antwoorden. Vooral nu is gebleken dat veel van het bewijsmateriaal is verdwenen.

Het leek een ‘simpele’ moordzaak. Op 22 november 1963 bouwt Lee Harvey Oswald een goedverscholen schuttersnest van stapels dozen op de vijfde verdieping van het Texas School Book Depository in Dallas. Hij maakt zijn Italiaanse karabijn schietklaar en betrekt de wacht.

Oswald, die een tijd in de toenmalige Sovjet-Unie woonde, koestert communistische sympathieën. En hij droomt ervan een grootse daad in zijn leven te verrichten. Kort daarvoor heeft hij al geprobeerd oud-generaal Ted Walker dood te schieten. Die aanslag mislukte.

Maar op deze 22e november zal Oswald niet falen. Rond lunchtijd zal de Amerikaanse president John F. Kennedy zijn opwachting in de straten van Dallas maken. Na de jammerlijk mislukte invasie van de Varkensbaai heeft het jonge staatshoofd met de bezwering van de Cubaanse rakettencrisis zijn populariteit hervonden. De wereld is van een verwoestende kernoorlog gered.

Toch is Kennedy nog niet helemaal gerust op zijn herverkiezing in 1964. Hij stort zich dan ook met overgave op de campagne, om zijn tweede termijn in het Witte Huis veilig te stellen. Om die reden schrijft hij met grote letters ”Texas” in zijn agenda. En wel op 21, 22 en 23 november 1963.

Een rondrit door Dallas wordt JFK ten zeerste afgeraden. Van de geheime dienst tot evangelist Billy Graham krijgt de president het advies uit de stad weg te blijven. De aartsconservatieve Texanen hebben in de jaren 60 weinig op met liberale ideeën.

Maar Kennedy zet door. Hij is president van álle Verenigde Staten en er kunnen dus geen plaatsen zijn waar hij niet kan komen. Hij kiest er zelfs voor een rijtoer in een open wagen te maken – een nachtmerrie voor zijn beveiligingsteam.

Voor Lee Harvey Oswald komt het alleen maar goed uit. Rond halfeen krijgt hij Kennedy in het vizier. Als voormalig scherpschutter bij de mariniers weet hij als geen ander hoe je een doelwit moet raken. Hij ademt uit en drukt rustig af.

Drie schoten lost Oswald in totaal. Eén kogel raakt de auto van Kennedy niet eens. Maar de andere twee projectielen treffen wel degelijk doel. De eerste slaat laag in de nek van JFK in. Normaal gesproken zou het lichaam van de president door de kracht van de inslag voorover zijn geslagen. Maar Kennedy draagt een korset vanwege zijn chronische rugklachten – en blijft rechtop zitten. Daardoor boort de tweede kogel zich in zijn schedel.

De rest is geschiedenis. Artsen in het Parklandziekenhuis vechten voor het leven van JFK. Maar hun pogingen zijn vruchteloos. Om 13.00 uur Central Time weet Amerika dat de 35e president van de Verenigde Staten dood is. Vicepresident Lyndon Baines Johnson volgt hem op. Twee dagen later wordt Lee Harvey Oswald door clubeigenaar Jacob Rubinstein, alias Jack Ruby, doodgeschoten.

Vanzelfsprekend stelt de Amerikaanse regering een diepgaand onderzoek naar de moord op Kennedy in. De onderzoekscommissie staat onder leiding van opperrechter Earl Warren. Een jaar na het drama presenteert de jurist zijn conclusies.

Lee Harvey Oswald heeft alleen gehandeld, meent de commissie-Warren. Er is geen sprake van een samenzwering. De onderzoekers houden ook vast aan de zogenaamde ”magic bullet-theorie”. Een van de afgevuurde kogels zou eerst de president in zijn nek hebben getroffen en vervolgens de Texaanse gouverneur Connally in borst en pols hebben geraakt om uiteindelijk in diens dijbeen te eindigen.

De commissie haalt fel uit naar de geheime dienst. Die zou de route die de president zou afleggen onvoldoende op sluipschutters hebben gecontroleerd. Ook krijgt de federale politie ervan langs. Die had Oswald wegens diens communistische sympathieën beter in de gaten moeten houden.

Officieel lijkt de kous daarmee af. Maar de gemiddelde Amerikaan denkt er het zijne van. Dat één man in staat zou zijn zonder hulp van buitenaf de president van de Verenigde Staten te vermoorden, wil er bij het publiek maar moeilijk in.

Als halverwege de jaren zeventig, in de nadagen van het Watergateschandaal, blijkt dat inlichtingendienst CIA in het geheim jarenlang bezig is geweest met activiteiten om het bewind van de Cubaanse leider Fidel Castro omver te werpen, zijn de rapen gaar. Zeker als blijkt dat de CIA dit voor de commissie-Warren heeft verzwegen.

Het Huis van Afgevaardigden vormt een nieuwe commissie en neemt de moord op JFK minutieus onder de loep. De conclusies van deze onderzoekers staan haaks op de bevindingen van Warren. De aanslag op Kennedy was „vermoedelijk het resultaat van een samenzwering.” Maar wie er achter het complot zit, kan de commissie de wereld onmogelijk vertellen.

De topgeheime dossiers gaan weer achter slot en grendel. Sommige stukken zullen nooit openbaar worden. Intussen blijven de Amerikanen –en de rest van de wereld– met meer vragen dan antwoorden zitten.

Dan gaat op een late namiddag in het voorjaar van 2008 de telefoon van Philip Shenon, een gerenommeerde onderzoeksjournalist van The New York Times. Hij deed onder andere onderzoek naar de commissie die de aanslagen van 11 september 2001 onder de loep nam.

Een van de leden van de commissie-Warren wil met de verslaggever praten. „We zijn niet jong meer, maar er zijn er nog heel wat mensen van de commissie in leven, en dit kan onze laatste kans zijn om uit te leggen wat er écht is gebeurd.”

Vijf jaar lang werkt Shenon aan zijn onderzoeksproject. „Ik werd slachtoffer van de dubbele vloek die iedereen treft die probeert dichter bij de waarheid over de moord te komen: te veel én te weinig informatie.”

Vooral dat laatste schokte de onderzoeksjournalist. „Ik ontdekte tot mijn verbazing hoeveel essentieel bewijs over de moord op Kennedy is verdwenen.”

Dat begon al met aantekeningen van de pathologen die autopsie op het lichaam van Kennedy uitvoerden. „Alles wat ik had, uitgezonderd het eindrapport, heb ik verbrand. Ik wilde dat er niets overbleef. Punt”, verklaarde marinearts James Humes.

Maar Shenon spreekt ook over gevoelige rapporten van de FBI, ondertekend door de toenmalige topman John Edgar Hoover, die door het toilet werden gespoeld voordat de commissie-Warren er kennis van kon nemen.

Na vijf jaar speuren heeft Shenon zijn bevindingen vastgelegd in het lijvige boek ”Anatomie van een aanslag”, met als ondertitel: ”De definitieve geschiedenis van het onderzoek naar de moord op John F. Kennedy”.

Het boek is precies wat de ondertitel suggereert. Shenon heeft het onderzoek onderzocht, maar ook hij kan geen definitief uitsluitsel geven over de exacte motieven van Lee Harvey Oswald. Evenmin kan de auteur met zekerheid zeggen of er sprake van een samenzwering was.

Wél legt Shenon de vinger bij een bezoek dat Oswald bracht aan Mexico-stad, zeven weken voor de moord. In de Cubaanse ambassade zou hij hebben rondgebazuind dat hij Kennedy wilde vermoorden. Ook was hij aanwezig op een feestje vol sympathisanten van Fidel Castro. Wellicht is Oswald daar tot zijn daad aangemoedigd. De CIA en de FBI waren er dichtbij, maar handelden niet.

Boze tongen beweren dat de inlichtingendiensten op de hoogte waren van Oswalds plannen, maar hem doelbewust zijn gang hebben laten gaan. Conservatieve krachten binnen het inlichtingenapparaat moesten immers niets hebben van de liberale opvattingen van John F. Kennedy.

Shenon spreekt die theorie tegen. Wel verwijt hij de inlichtingendiensten dat ze geen actie hebben ondernomen. „Ze moesten hun eigen huid redden. Ze wilden het schandaal voorkomen dat ze niets gedaan hadden met hun kennis.”

Om die reden is er vermoedelijk ook zo veel bewijsmateriaal verdwenen. En dus zal de échte waarheid over de moord op John Fitzgerald misschien wel altijd in nevelen gehuld blijven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 18 november 2013

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Veel bewijs van moord op JFK verdwenen

Bekijk de hele uitgave van maandag 18 november 2013

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken