Bekijk het origineel

Broederlijk verdeeld over Israël

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Broederlijk verdeeld over Israël

9 minuten leestijd

Ergens halverwege het, bij vlagen felle, debat laat EO-presentator Andries Knevel een kort filmpje zien. „Er is wel gesuggereerd dat het debat over Israël vooral iets is van oudere theologen. Een paar jonge predikanten, onder wie ds. C. J. Overeem en ds. C. Hoek, gingen daar onlangs tegen in: „Ho eens even. Wij als EO dachten: Laten we gewoon eens gaan kijken hoe Israël in een buitengewoon orthodoxe plaats onder jongeren leeft. Katwijk.

Even later zoomt de camera in op een aantal jonge bezoekers van een Katwijks café. Interesseert Israël hen? „Mij weinig, eerlijk gezegd.” Een ander: „Nee, niet echt, ik ben meer bezig met andere dingen.” Wordt er in de gemeente weleens voor Israël gebeden? „Jawel, maar dat hoeft van mij niet elke zondag.”

„Natuurlijk is zo’n filmpje niet representatief”, relativeert Knevel. „Maar het zegt ook wel weer wat.” Kees van Vianen, bureaumanager van het Landelijk Contact Jeugdwerk (LCJ) van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK): „Ik herken het zeker wel.”

Bizar

In de kapel van het EO-gebouw in Hilversum heeft deze dinsdagmiddag een –volledig uitverkocht– symposium plaats rond de vraag: „Waarom zijn we zo verdeeld over Israël?” Want verdeeld zijn ”we”, zo blijkt al tijdens de eerste debatronde, waarin de christelijke gereformeerde theoloog dr. Steven Paas uit Veenendaal, drs. Kees Jan Rodenburg van Near East Ministry in Voorthuizen en Feike te Velde van christelijk tijdschrift Het Zoeklicht met elkaar en de zaal in gesprek gaan. Het brengt Kees van Vianen van het LCJ tot een verzuchting. „Ik vind het bizar, al die afschuwelijke verschillen. Het kan niet waar zijn dat we onze jongeren hiermee opzadelen. Ik vind het werkelijk verschrikkelijk.”

Knevel: „Maar dat is dan toch gedeeltelijk de schuld van de ouderen.”

Van Vianen: „Als LCJ willen we de komende vier jaar daarom ook inzetten op het geven van voorlichting over Israël. We zijn hier op dit moment over in gesprek met onze deputaten Israël – in die zin komt dit EO-debat net te vroeg. Maar we denken dan bijvoorbeeld aan lesbrieven, die we breed willen aanbieden; niet alleen binnen de CGK.”

Knevel, prikkelend richting een „jonge predikant” aan tafel, de christelijke gereformeerde ds. W. de Bruin uit Purmerend: „En, ga jij de lesbrief straks gebruiken?” Deze: „Als die geschoeid is op de leest van Christenen voor Israël zal ik er op zijn minst dingen in aanpassen, of schrappen.”

Hoe kijkt de Purmerendse predikant aan tegen Israël, tegen het Joodse volk? Ds. De Bruin: „Er is maar één gemeente, en die bestaat uit Jood en heiden.”

„En de landbelofte?” wil Knevel weten. Ds. De Bruin: „Die is getransformeerd, naar de hele wereld.”

Gelooft hij in een toekomstige bekering van Joden? „Daar ben ik niet helemaal uit.” De predikant is wel in Israël geweest. „Mooi land. En de Joden: aardige mensen.” Knevel: „Op zo’n manier kunnen zelfs complimenten pijn gaan doen.”

Vierwegenleer

In hoeverre hebben Joden een eigen weg tot God? Die vraag speelt tijdens het eerste ‘discus- sieblok’ een rol van betekenis. Drie personen krijgen het woord: dr. Steven Paas sr., Feike te Velde en Kees Jan Rodenburg. Knevel tegen Rodenburg: „Jij staat een beetje tussen hen in. Hoe is jouw positie te typeren?” Rodenburg: „Ik heb veel ontmoetingen gehad met mensen in Israël zelf, Joden, anderen, en die kan ik niet zomaar wegredeneren.” Knevel: „Maar velen houden niet van de Heere Jezus.” Rodenburg: „Ik geloof dat de toewijding aan God voor hen langs een andere lijn is bepaald.”

Tegen die gedachte komt dr. Paas in het geweer. „Kees Jan, ik begrijp dit niet: toewijding aan God kan toch alleen door Christus?” Rodenburg: „De Heere Jezus is, denk ik, ook bij hen op een bepaalde manier aanwezig, in de Thora.” Dr. Paas: „Ik geloof dat je de Thora alleen kunt lezen in de lichtkring van de Heere Jezus. Alle pogingen om een geloof op te bouwen vanuit de Thora, zonder Hem, zullen stranden.”

Met een ”landbelofte” die nog altijd zou gelden, kan de christelijke gereformeerde theoloog echter niet uit de voeten. „Heb jij ook nooit de aanvechting gehad dat 1948, de oprichting van de staat Israël, een teken van God was?” vraagt Knevel. Dr. Paas: „Nee, die heb ik nooit gehad. En dat heeft alles te maken met de vraag die voorafgaat: hoe is je hermeneutiek, hoe lees je de Bijbel?”

Feike te Velde, redacteur van Het Zoeklicht, is er stellig in: „Israël wordt hersteld in de eindtijd.” Knevel: „Dat vind jij.” Te Velde: „Nee, dat lees ik in de Bijbel.”

Vanuit het publiek reageert dr. ir. J. van der Graaf, voormalig algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond, op dr. Paas: hoe kijkt deze aan tegen „de beloften in de Bijbel”? Als er in het Oude Testament beloften voor Israël staan, is er dan nog sprake van een „onvervulde rest”? Paas: „Ik geloof dat de beloften in de profetieën hun vervulling hebben gekregen in de Heere Jezus. Het Bijbelse Israël is een demonstratiemodel voor het Bijbels spreken over de kerk over de gehele wereld, die bestaat uit Jood en heiden.” Van der Graaf: „Waar leest u dat?” Te Velde: „Dat vraag ik me ook af.” Paas: „Met de vervulling van de beloften in Jezus Christus bedoel ik dat God Zijn vergevende en lokkende armen aan de hele wereld aanbiedt – ook aan het Joodse volk dus.”

Te Velde: „Dat God met Israël een aparte weg gaat, staat voor mij vast. Zoals Jozef zich ooit voorstelde aan zijn broers –ik vind dat een prachtig beeld– zo zal de Messias Zich eens bekendmaken aan Zijn volk. En dat doet Hij niet in Hilversum of in Amsterdam, maar op de Olijfberg. Is dit een tweewegenleer? Al noem je het een vierwegenleer, zó spreekt de Bijbel erover.”

„De kernvraag in dit debat is: hoe lezen we het Oude Testament?” vat debatleider Knevel samen. De theologen ds. H. Poot van Christenen voor Israël en prof. dr. B. J. G. Reitsema, bijzonder hoogleraar kerk in de context van de islam aan de Vrije Universiteit, houden vervolgens een kort referaat. Ds. Poot: „Mensen zeggen weleens tegen me: „Jij houdt meer van Israël dan van Jezus.” Dan zeg ik meestal: „Jezus houdt meer van Israël dan jij, dat is denk ik het probleem.”” Prof. Reitsma sluit zijn betoog af met een vraag: „Wat is erop tegen dat Israël opgenomen wordt in een groter volk, waarin ook de heidenen delen? Heeft Israël als volk dan afgedaan? Vanuit God natuurlijk niet. Maar uiteindelijk gaat het er voor zowel Israël als de hele wereld om dat zij in Jezus Christus geloven.”

Sabeel

Emotioneel wordt de discussie af en toe tijdens de tweede debatronde. Ds. J. van den Berg, bestuurslid van de stichting Vrienden van Sabeel Nederland, merkt op dat –ook– Israël „recht en gerechtigheid” dient te betrachten. „Of er nu een landbelofte geldt of niet, dé vraag voor mij is: geschiedt er in dit land gerechtigheid? En dan denk ik aan het rijmpje: Er is geen vers meer van kracht/ dan Micha 6:8.”

Maar waarom wordt juist Israël hier altijd op afgerekend? vraagt theologe Anneke van Maanen van het platform Appèl Kerk en Israël hem. „In de hele wereld worden bijvoorbeeld christenen vervolgd. Wat doet u daarmee?”

„Waar komt de haat tegen Israël vandaan?” vraagt iemand uit het publiek. Een ander: „De haat tegen Israël is haat tegen de God van Israël.” Applaus is haar deel.

Ds. Van den Berg van Sabeel: „Mijn punt is dat gerechtigheid gerechtigheid is. Negen van de tien mensen die de Westelijke Jordaanoever bezoeken, zijn diep onder de indruk van het lijden van de Palestijnen. Er is daar nood. En waar nood is, wil ik helpen.”

Zalig

Zal eenmaal „gans Israël” zalig worden? De hervormde emeritus predikant dr. M. van Campen, die op een proefschrift met deze titel promoveerde: „Op basis van wat ik geleerd heb van de gereformeerde traditie, van de puriteinen, de oudvaders, zeg ik: Ja. In Romeinen 11:25-27 gaat het echt om het Joodse volk.” Maar hoe dan, en hoe groot is „gans Israël” dan? Dr. Van Campen richting Knevel: „Zou je er bezwaar tegen hebben als het er veel zullen zijn? Een „leven uit de dood”, zegt Paulus.”

Neemt Anneke van Maanen deze gedachte over? vraagt Knevel. „Ja, zeker.” En ds. De Bruin? „Nee, tenminste, niet op die manier.”

Leesbril

Zou het nu echt niet mogelijk zijn om zonder emoties over vragen rond Israël te spreken? is de vraag die Knevel aan het einde van de middag opwerpt. „Kunnen we nu echt niet alleen over de Bijbel spreken, onbevangen naar de Schrift luisteren?”

Dr. Van Campen: „Zomaar je bril afzetten gaat niet. Maar je kunt hier wel met elkaar over praten – zoals vanmiddag ook gebeurd is.”

Ds. A. Visser, voorzitter van het Centrum voor Israëlstudies (CIS) in Ede: „Toch denk ik dat het wél mogelijk is, je leesbril afzetten.” Dr. Van Campen: „Aalt, klopt het dat jij pas gezegd hebt: Een kerk zonder Israël is geen kerk?” „Ja.” „En ben je bereid om díé leesbril af te zetten en weer bij nul te beginnen?” Ds. Visser: „Nee, want dit is mijn identiteit.”

Aad Kamsteeg, voormalig buitenlandcommentator bij het Nederlands Dagblad, sluit het –vierde– Andries Radio Symposium af. Hij roept op tot mildheid in het debat rond Israël, hierbij verwijzend naar de Canadese theoloog J. I. Packer. „Andries, ik constateer dat de toon van dit debat goed was. En dat komt omdat je elkaar in de ogen kijkt. Gaan mensen achter de computer zitten, dan wordt het vaak heel anders.”

Knevel: „Laten we zo, in broederlijke verdeeldheid, verder gaan.”

>>rd.nl/eosymposium voor diverse bijdragen.


Messiasbelijdend of -verwachtend

Waarom noemen Messiasbelijdende Joden zich Messiasbelijdend? Eigenlijk belijden toch alle Joden de Messias? Waarom niet, bijvoorbeeld, Jezusbelijdende Joden? Of gewoon christenen, zoals zij in Antiochië werden genoemd (Handelingen 11:26)? Tijdens het EO-symposium in Hilversum, gistermiddag, legde debatleider Andries Knevel deze vragen voor aan rabbijn Lion S. Erwteman, sinds 1991 voorganger van de Messiasbelijdende Beth Yeshua in Amsterdam.

Erwteman: „Ik noem mezelf, inderdaad, een Messiasbelijdende Jood. Messiasverwáchtend zijn we allemaal – ik bedenk het woord overigens ter plekke. Maar belijden is toch nog wel iets anders.”

Knevel: „Maar waarom dan niet gewoon christen? Zo werden jullie in Antiochië toch ook genoemd? Toen waren wij, christenen uit de heidenen, er nog niet eens.”

Erwteman: „Daar zit toch 2000 jaar christendom tussen. En, er zijn ook nog wel wat verschillen tussen ons. Wij houden bijvoorbeeld vast aan de Bijbelse sabbat, jullie vieren de zondag – de dag die door een keizer is ingesteld.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 november 2013

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Broederlijk verdeeld over Israël

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 november 2013

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken