Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Helder zicht op gereformeerde christologie nodig”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Helder zicht op gereformeerde christologie nodig”

4 minuten leestijd

Is de wet een middel tot levensheiliging? Zijn goede werken noodzakelijk om behouden te worden? Is zelfonderzoek noodzakelijk om te komen tot zekerheid van het heil? In hun verzet tegen het antinomianisme verdedigden orthodox-gereformeerde theologen een bevestigend antwoord op deze vragen.

Voor wie niet in antinomianisme, noch van de weeromstuit in wetticisme wil vervallen, is een helder zicht op de Persoon en het werk van Christus van het grootste belang. De gereformeerde theologie wordt altijd van twee zijden belaagd: door wetticisme aan de ene, en door antinomianisme (anti is tegen en nomos is wet) aan de andere kant. In zijn bondige boek ”Antinomianism” maakt Mark Jones duidelijk dat beide dwalingen als tweelingen aan elkaar verwant zijn en zijn terug te voeren op een onjuiste, magere christologie (de leer over Christus). Christus is, vanuit de vereniging door het geloof met Hem, niet alleen de bron, maar ook een model voor het leven van een christen. Jones wijst erop dat dit principe ook vandaag de dag onder veel gereformeerde predikanten nauwelijks functioneert.

Mark Jones promoveerde in 2009 te Leiden op de christologie van de puriteinse theoloog Thomas Goodwin. De docent, onderzoeker en tevens predikant van de Presbyterian Church in America (PCA) in Vancouver (British Columbia, Canada) toont zich een kenner van zowel de gereformeerde orthodoxie (scholastiek) als het puritanisme. Hij formuleert helder en weet scherp allerlei subtiele zaken te onderscheiden. Niet voor niets wordt zijn studie door zeven deskundigen warm aanbevolen en door J. I. Packer van een voorwoord voorzien.

Vrije genade

De Engelse antinomianen in de 17e eeuw verzetten zich tegen de puriteinse vroomheid en praktijk door die als legalistisch te bestempelen en zichzelf als ware verdedigers van het sola gratia, van vrije genade, te presenteren. In de kern ging het in de antinomiaanse debatten om de vraag of de wet en zijn sancties voor gelovigen die onder het nieuwe verbond leven nog wel van kracht zijn.

Onder de noemer ”antinomianisme” schaart Jones ook allerlei verwante afwijkingen van de gereformeerde theologie. Het antinomianisme ontkent dat geloven een voorwaarde is van het nieuwe verbond en werkelijk een daad van de mens is. Het maakt Christus verantwoordelijk voor zowel de verworven als de geschonken gerechtigheid. Jones maakt duidelijk dat dit Christus lijkt te eren, maar ten diepste de menselijke verantwoordelijkheid vernietigt en eindigt in een vorm van hypercalvinisme. De antinomianen waren er zo op gericht het genadekarakter van het heil te handhaven, dat ze niet slechts ontkenden dat er voorwaarden zijn voor het heil (zoals geloof en heiliging), maar ook beweerden dat zelfs in de toepassing van het heil de mens volledig passief is.

Jones citeert de beste orthodoxe puriteinse theologen om duidelijk te maken dat het antinomiaanse verwijt van wetticisme onterecht en de extra nadruk op vrije genade onnodig is. In theorie heeft hij daarmee gelijk. Maar er zijn ook genoeg voorbeelden te geven van theologen en predikanten die de kunst van het theologisch onderscheiden en zuiver formuleren minder goed verstonden dan hun collega’s. Goedbedoeld kan er dan makkelijk een wettische toer op worden gegaan die de in theorie beleden vrije genade in de praktijk ondermijnt.

Het antinomianisme is wellicht een „onwelkome gast van de gereformeerde theologie”, zoals de ondertitel van Jones’ boek zegt, maar het functioneert wél als alarmsignaal voor de gereformeerde theologie. En altijd, zo laat Jones zien, is een onhelder of onjuist zicht op de Persoon van Christus de boosdoener. Goed zicht op niet alleen het werk, maar ook de Persoon van Christus, laat de rijkdom van de gereformeerde theologie zien en behoedt ervoor te vervallen in wetticisme of antinomianisme.

Het is voor de breedte van de gereformeerde gezindte bijzonder nuttig om via de studie van Jones aan theologisch zelfonderzoek te doen.


Boekgegevens

Antinomianism. Reformed theology’s unwelcome guest?, Mark Jones; P&R Publishing, Philipsburg, 2013; ISBN 978 1 59638 815 4; 145 pag.; $ 17,99.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 2014

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

„Helder zicht op gereformeerde christologie nodig”

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 2014

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken