Bekijk het origineel

Drie angstige dagen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Drie angstige dagen

5 minuten leestijd

Drie angstige dagen maakt de 11-jarige Lusanne van der Gun uit het Friese Oldeberkoop in augustus 2003 mee. De 63-jarige Simon S. ontvoert het meisje. Nederland houdt de adem in. Journalist Niek van der Oord schreef er een boeiend boek over.

Misdaad

We zijn door het oog van de naald gekropen”, zei Dory van der Gun, moeder van Lusanne, vorig jaar tegen auteur Van der Oord. Velen vrezen het ergste als Lusanne op 25 augustus 2003 niet ver van haar ouderlijke woning, een kaasboerderij in Oldeberkoop, wordt ontvoerd. Na drie slopende dagen duikt het meisje weer op bij een hotel in Venlo. Ze is vrijgelaten door haar kidnapper. Van seksueel misbruik is nooit iets gebleken. De vreugde in Oldeberkoop is groot. Simon S. wordt in hoger beroep veroordeeld tot zeven jaar cel.

Kidnapper Simon S., woonachtig in het Friese Rijperkerk, doet zich op een maandagmorgen voor als verkeersbrigadier. Met een zelfgefabriceerd stopbord weet de man Lusanne tot stilstaan te brengen. Samen met haar vriendin Carien fietst ze naar school. Lusanne wordt de auto ingeduwd en krijgt tape voor haar ogen en mond. Later zal de ontvoerder verband om haar hoofd wikkelen, om zo te voorkomen dat het meisje hem herkent. Het kind wordt in een kofferbak vervoerd.

Suikerpatiënt

Ontwapenend is dat Lusanne tegen haar kidnapper en later in de politieverhoren zal zeggen dat ze blij is dat haar vriendin Carien, die suikerpatiënt is, niet is ontvoerd. „Maar één ding ben ik blij om. Dat ze haar niet gepakt hebben. Want dan was ze flauwgevallen”, citeert de auteur uit een politieverhoor van het meisje.

Schokkend is dat de kidnapper het meisje de stuipen op het lijf jaagt met een verzonnen verhaal over een Belgische kliniek van zijn zogenaamde baas. In die kliniek worden „goeie kinderen doodgemaakt”, vertelt Lusanne later aan de recherche. Simon S. zegt haar niet naar zijn baas te brengen.

Simon S. rijdt met Lusanne naar Limburg. Daar is hij opgegroeid. In een telefooncel in Echt neemt hij contact op met de kaasboerderij in Oldeberkoop. Hij eist 200.000 euro, zich voordoend als Duitser. Zo denkt Simon S. –in het verleden onder meer verkoper van Perzische tapijten, autohandelaar en (omstreden) alternatief genezer/magnetiseur– van zijn geldzorgen af te komen. Het losgeld wordt per politiehelikopter naar Oldeberkoop gevlogen, maar zal nooit worden betaald. Lusanne overnacht in de auto in een garagebox naast een café, in het Limburgse Susteren.

Intussen zit Simon S. in de rats. Hij belt de avond van de tweede dag van de kidnap zijn vriend Jacob van Alphen uit het Drentse Tweede Exloërmond; beiden delen een duivenhobby. Simon S. biecht zijn betrokkenheid bij de ontvoering op. S. stelt Van Alphen voor het inmiddels uitgeloofde tipgeld van 25.000 euro op te strijken en dat met hem te delen. Van Alphen is geschokt en voelt zich in het nauw gedreven.

De volgende dag meldt Simon S. zich met Lusanne bij Van Alphen. Die zegt dat Simon S. het meisje vrij moet laten. Tegelijkertijd echter helpt Van Alphen de kidnapper een plasplaats voor Lusanne te vinden en helpt hij Simon S. weer aan een route terug naar Limburg. Van Alphen is bang dat eventuele medeontvoerders hem te grazen zullen nemen als hij naar de politie stapt. Pas na acht dagen besluit Van Alphen de politie toch in te schakelen. Tegenover auteur Van der Oord spreekt Van Alphen over de „zwarte bladzijde” van zijn leven. In hoger beroep krijgt hij drie maanden celstraf. Hem wordt aangerekend dat hij verzuimde een eind aan de ontvoering te maken en in eerste instantie naliet de politie te bellen.

Gouden tip

Jammer genoeg heeft de politie een gouden tip van getuige Gerda Boels uit Mussel (nabij Stadskanaal) een dag of vijf laten liggen. Op de derde dag van de ontvoering ziet Boels nabij Mussel een oudere man met een meisje met haar hoofd in het verband uit de bosjes komen. Het zijn Simon S. en Lusanne. Boels vertrouwt het niet, noteert het kenteken van de Nissan waarin de man en het meisje zijn gestapt en belt de Groningse politie. Die verzuimt de tip door te geven aan de Friese collega’s. Enkele dagen later zal Boels de Friese politie bellen.

Simon S. woont tegenwoordig in Kerkrade, schrijft auteur Van der Oord. Zijn vriendin Hannelore, met wie hij in Rijperkerk woonde, is bij hem weg. De auteur heeft, samen met fotograaf Piet Bosma, vergeefs geprobeerd de ontvoerder tien jaar na de kidnap te spreken. Wel zegt Van der Oord S. te hebben gezien in zijn woning in Kerkrade. S. leidt een „teruggetrokken” leven. „Hij is hier in deze omgeving een paria geworden”, vertelt een kennis van S. in het boek.

Opvallend is dat S. in 2012 is veroordeeld voor hennephandel. Hij bestierde een wietkwekerij. Hij kreeg twee maanden voorwaardelijke celstraf en een werkstraf van zestig uur. Verder moest hij onder meer krap 22.000 euro betalen vanwege wederrechtelijk verkregen voordeel.

En hoe is het Lusanne vergaan? Met haar gaat het „een stuk beter.” „Ze heeft een vriend, woont nog in Oldeberkoop en is vrachtwagenchauffeur.”


Boekgegevens

Meisje vermist! De geruchtmakende ontvoering van Lusanne van de Gun, Niek van der Oord; uitg. Just Publishers, Meppel, 2014; ISBN 97890 8975 2987; 222 blz.; € 18,95.



Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 juli 2014

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Drie angstige dagen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 juli 2014

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken