Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het weer is des Heeren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het weer is des Heeren

6 minuten leestijd

Het kan waaien en stormen, regenen en hagelen. Bij Jona stak een storm op. Bij Mozes legde God door een sterke wind de Schelfzee droog. En Noach werd gered door een watervloed. Of het vriest of dooit, alle weer is Gods weer, want de aarde is des Heeren.

Maandagavond. De catechisanten staan in de hal te wachten totdat de les begint. Buiten miezert het, al de hele dag. „Wat een rotweer”, zegt een van de jongens. Waarop de catechiseermeester zijn hoofd om de hoek van de deur steekt en zegt: „Jongens, zul je dat nooit meer zeggen, want het weer is van God en alles wat Hij geeft, is goed.”

Salomo heeft schone beelden ontleend aan het weer. Hij zag wolken die dropen van de dauw, maar evengoed wolken en winden die geen regen voortbrachten. Hij zag waterbeken die zich verspreidden op de straten, wervelwinden die weer voorbijgingen, een noordenwind die de regen verdreef, zelfs sneeuw in de zomer, wateren in een kleed samengebonden en volle wolken die een plasregen uitstortten. En van dat alles zegt Salomo: „De Heere heeft de hemelen door verstandigheid bereid” (Spreuken 3:19).

De aarde is des Heeren. Zo ook het weer, dat is des Heeren. Van al het hemelwater in de zondvloed, tot het wolkje als eens mans hand en de drie uur durende duisternis op Golgotha. Het is alles des Heeren, van de hitte des daags tot de koude des nachts.

Incognito

Ergens op de Middellandse Zee vlucht een man weg van God. Hij wil niet wat God hem vroeg. Hij is profeet, geen grote, maar een kleine, en toch een profeet des Allerhoogsten, al is hij ook incognito op een schip dat de foute kant op vaart. Aan wind en storm denkt hij niet. Liever op open zee te verkeren dan ingesloten te zijn door Gods wil en wet.

„Maar de Heere wierp een grote wind op de zee; en er werd een grote storm in de zee” (Jona 1:4). Aan de horizon wordt het donker, grauwe wolken bedekken de hemel, een zware storm steekt op. De wind en de golven gehoorzamen hun Gebieder. „Hij brengt de wind uit Zijn schatkameren voort” (Psalm 135:7).

Vreemd! Het is niet eens de tijd van het jaar voor zo’n enorme storm. De zeelieden hebben hier helemaal niet op gerekend. Maar met kracht slingert de Gebieder een geweldig gedreven wind op de zee. De Heere laat het stormen, want dit schip mag niet verder varen, het koerst tegen de hemelse raadsbesluiten in naar het westen. Maar de kleine profeet, Jona is de naam, moet naar het oosten.

Het weer is ook hier een werkstuk van Zijn handen. In het weer bindt God de strijd aan met een wegloper en in het weer zoekt God Jona op. „Het weggedrevene zal Ik wederbengen.” Daar kan Hij een grote hongersnood voor gebruiken, soms ook wel een heiden, of mussen en mieren, een vis, een wonderboom, of een storm. Want de aarde is des Heeren. Zo ook het weer, dat is des Heeren. „Zijn’ is de zee, z’ is door Zijn kracht, met al het droge voortgebracht” (Psalm 95:3, berijmd).

Vaak gebruikt de Heere de elementen uit de natuur om Zijn kinderen te onderwijzen. Bij Abram zijn dat de sterren. Bij Noach de regenboog. Bij Job het onweer. Bij de wijzen uit het oosten één enkele ster. En bij Jona een storm. „Hij wekt met slechts te spreken, een stormwind voor hun oog. Dan beeft het al, dan steken, de golven ’t hoofd omhoog” (Psalm 107:13, berijmd).

Het weer is van God. De regen ook. „Hij zal u de regen doen nederdalen” (Joël 2:23). De Heere regeert, over de seizoenen, over regen en zonneschijn, over droge en natte dagen. In Zijn hand zijn alle dingen, ook het weer en ook de regen. Hoeveel regen er valt, is reeds vastgelegd in Zijn besluiten: „Als Hij de regen een gezette orde maakt…” (Job 28:26). Hij is het „Die de hemelen met wolken bedekt, Die voor de aarde regen bereidt” (Psalm 147:8).

Grote wateren

God bepaalt of het regenen zal, en ook hoelang dat duren zal: „Want over nog zeven dagen zal Ik doen regenen op de aarde veertig dagen, en veertig nachten” (Genesis 7:4). Hij bepaalt ook wannéér het regenen zal: „Zo zal Ik uw regens geven op hun tijd” (Leviticus 26:4). Hij kan water voortbrengen uit een steenrots en beken in de wildernis, maar ook is Zijn weg vaak in de zee en Zijn pad in grote wateren, dan worden Zijn voetstappen niet bekend.

Alle weer is Gods weer. Elia was op de Horeb getuige van drie indrukwekkende natuurverschijnselen, een storm, een aardbeving, een vuur. Ook bij Elia ging het waaien, „een grote en sterke wind” (1 Koningen 19:11). De rotsen scheurden, rotsblokken verbrijzelden, stenen daverden de Horeb af: „Als Hij spreekt, zo doet Hij een stormwind opstaan” (Psalm 107:25). Maar Hij kan evengoed de storm bedaren: „Hij doet de storm stilstaan, zodat hun golven stilzwijgen” (Psalm 107:29). De Heere kan winden doen waaien, maar is ook bij machte die te bestraffen. „En er werd grote stilte” (Mattheüs 8:26b). Ruwe stormen mogen woeden, maar bij Elia op de Horeb was het: „Doch de Heere was in de wind niet” (1 Koningen 19:11b).

Dan is er de aardbeving. „Het hoog gebergt’ werd op zijn grondpilaren, beroerd, geschokt, gerukt uit zijn gewricht” (Psalm 18:2, berijmd). Maar de Heere was in de aardbeving niet. „En na de aardbeving een vuur; de Heere was ook in het vuur niet” (1 Koningen 19:12).

Wat er volgt op de Horeb is een grote stilte, weldadig als een hemelse pastorale. De stilte na de storm. Voor Elia ging dáár pas echt een sprake van uit.

Wolkenwagen

De hemelen vertellen Gods eer. Hij kan fonteinen uitzenden in de dalen en Zijn bliksemen kunnen de wereld verlichten. Hij kan de hemel uitrekken als een gordijn, van de wolken Zijn wagen maken, wandelen op de vleugelen van de wind en een boog geven in de wolken: „Mijn boog heb Ik gegeven in de wolken; die zal zijn tot een teken des verbonds tussen Mij en tussen de aarde” (Genesis 9:13).

De aarde is des Heeren. En het weer ook.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 18 oktober 2014

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Het weer is des Heeren

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 18 oktober 2014

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken