Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Dure medicijnen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Dure medicijnen

4 minuten leestijd

Medicijnen zijn veel te duur. Of: een goed medicijn zou voor iedereen beschikbaar moeten zijn. En: de farmaceutische industrie verrijkt zich over de rug van patiënten. Een greep uit de reacties wanneer ik zeg dat ik farmaceutische wetenschappen heb gestudeerd. Ik ga er altijd gretig op in.

Laatst was de bestuursvoorzitter van het AMC in het nieuws die zich afvroeg wat de prijs van medicijnen zo hoog maakt. Zijn het de productiekosten, de ontwikkelingskosten of gaat er veel geld naar de marketing? Zijn conclusie is dat medicijnen zo duur zijn omdat de producent ervoor vraagt wat hij ervoor denkt te kunnen vragen. Dat geldt voor veel producten trouwens.

Ik heb mij vaak hardop afgevraagd waarom een autofabrikant wel voor winst mag gaan, maar een farmaceutisch bedrijf blijkbaar niet. Uiteraard voel ik wel aan dat dit gevoelsmatig een lastig punt is. Er is wel verschil tussen een levensreddend medicijn en een luxeproduct zoals een auto.

Er zijn meer verschillen tussen auto’s en medicijnen. Stelt u zich eens voor dat de ontwikkeling van een auto twaalf tot vijftien jaar zou duren. Slechts 1 op de 5000 geteste auto’s zou op de markt komen. Dit is totaal onvoorstelbaar, maar voor een medicijn de werkelijkheid. Het grootste deel van deze 5000 kandidaat-medicijnen valt in een heel vroeg stadium af, in het ‘goedkope’ deel van het vijftienjarige traject.

Maar ook in latere stadia is de kans dat een kandidaat alsnog afvalt relatief groot. In de tweede fase van de klinische testen, de fase waarin de effectiviteit van het geneesmiddel voor het eerst bij patiënten wordt getest, valt nog eens 50 procent van de kandidaat-stoffen af. Inmiddels zijn er dan al vele miljoenen geïnvesteerd. De duurste klinische fase, fase 3, moet de effectiviteit van het geneesmiddel bewijzen in grote groepen patiënten. In deze fase valt nog 33 procent van de potentiele medicijnen af.

Zelfs na het introduceren van het medicijn op de markt is er een aanzienlijk risico dat zeldzame maar zeer ernstige bijwerkingen ervoor zorgen dat het geneesmiddel teruggetrokken moet worden. Softenon is waarschijnlijk het bekendste voorbeeld, wat overigens ook een aanleiding is geweest om de regels voor het testen van medicijnen sterk aan te scherpen. Of recent de combinatie van de cholesterolverlagende middelen Cerivastatine en Gemfibrozil. Naar aanleiding van zo’n honderd sterfgevallen wereldwijd zijn beide middelen van de markt gehaald.

Het mag dus waar zijn dat de kosten voor het produceren van een geneesmiddel niet in verhouding staan tot de prijs ervan, maar de totale ontwikkelingskosten bedragen gemiddeld tussen de 4 en de 12 miljard dollar. De kosten van projecten die falen of van medicijnen die weer van de markt gehaald moeten worden, moeten ook worden terugverdiend uit succesvolle medicijnen. En de tijd om de gemaakte kosten terug te verdienen is beperkt doordat de inkomsten vaak bijna volledig wegvallen na het aflopen van een patent.

Afgezien van de hoge ontwikkelingskosten en de grote risico’s die genomen moeten worden is de farmaceutische industrie wel heel winstgevend. De kleine aantallen zogenaamde blockbusters leveren voldoende geld op om de investeringen de moeite waard te maken. Ik ben ook weer niet zo naïef om te denken dat de zogenaamde ”big pharma” uit pure menslievendheid handelt. Hoewel ik bij mijn collega’s in beide grote farmaceutische bedrijven waar ik heb mogen werken, wel een grote betrokkenheid heb ervaren op patiënten en de gevolgen van de ziekten waartegen een medicijn werd ontwikkeld.

Is een medicijn dus te duur? Je kunt je dat blijven afvragen en voor sommige middelen zal dit inderdaad gelden. Is het niet zo dat de farmaceutische industrie vooral gaat voor makkelijke ”me-too”-medicijnen in plaats van voor medicaties tegen zeldzame of typische derdewereldziekten? Ook dit is tot op zekere hoogte waar.

Een gevleugelde uitspraak is dat het ”laaghangende fruit” inmiddels op lijkt te zijn en dat er wellicht meer geïnvesteerd moet worden in moeilijkere projecten en ziekten waarover minder bekend is. De vraag is en blijft echter of de overheid zou moeten ingrijpen door middel van het reguleren van de prijs.

Dit zal mogelijk juist het ongewenste effect tot gevolg hebben dat er nog minder innovatieve geneesmiddelen ontwikkeld zullen worden. Andere methodes van beïnvloeding zijn wellicht effectiever. Zelf ben ik wel gecharmeerd van de zogenoemde publiek-private samenwerking, waarbij de overheid, onderzoeksinstellingen en het bedrijfsleven samenwerken om niet-rendabele projecten toch mogelijk te maken.

Gerdien van Genderen-de Kloe is farmaceutisch chemicus en momenteel werkzaam bij een waterlaboratorium.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 2014

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Dure medicijnen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 2014

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken