Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kuria ontvangt alle rangen en standen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kuria ontvangt alle rangen en standen

7 minuten leestijd

Hospice Kuria trekt een veelkleurig publiek: van dak- en thuislozen tot hoogleraren en alles daar tussenin. „Echt een doorsnee van de bevolking van Amsterdam, zegt directeur Jaap Gootjes. Alleen het allochtone volksdeel is ondervertegenwoordigd.

Dat de Amsterdamse hospice in de stad ligt, is overduidelijk. Het gebouw aan de overkant staat in de steigers; de voegen worden met veel lawaai uitgebikt. Hier geen serene rust in een parkachtige omgeving.

Kuria opende in september 1992 de deuren als een van de eerste hospices in Nederland. Het vakgebied van de terminale zorg stond op dat moment nog in de kinderschoenen. „Het woord palliatieve zorg bestond toen nog niet eens”, aldus Gootjes.

Mensen uit Amsterdam en de directe omgeving met een levensverwachting van maximaal drie maanden kunnen een plaats krijgen in de hospice. De verpleging ontvangt rijk en arm, Nederlander en allochtoon, al maakt die laatste groep nog vrij weinig gebruik van hospicezorg. „Ongeveer 50 procent van de Amsterdammers is van niet-Nederlandse afkomst. Zij vormen echter maar 10 tot 15 procent van onze bewoners.”

De meeste gasten hebben een gevorderd stadium van kanker, maar terminaal hartfalen, COPD en andere aandoeningen komen ook voor. In de beginjaren ontving de hospice geregeld patiënten met aids. Vandaag de dag is dat dankzij betere behandelmogelijkheden veel minder het geval, vertelt Gootjes. „Hiv en aids komt nog wel voor, maar mensen overlijden daar veelal niet meer primair aan. Als ze hier komen, is dat vaak vanwege een vorm van kanker.”

Beschikbaar

Kuria is een christelijke hospice. Hoe komt dat in de praktijk tot uitdrukking? Gootjes: „De medewerkers hebben allemaal een christelijke achtergrond. Dat is belangrijk voor ons werk. Het vormt de basis waar we op terug kunnen vallen. Wel staan we open voor alle patiënten. Ongeveer 90 procent van hen is niet actief christelijk. Dat ze voor onze hospice kiezen, zit hem meer in de zorg die we bieden en onze reputatie, niet specifiek vanwege onze achtergrond. We zijn beschikbaar voor iedereen die deze zorg nodig heeft, we willen geen evangelisatie-instelling zijn.”

Dat het merendeel van de bewoners geen binding heeft met een kerk, wil niet zeggen dat er geen gesprek over geestelijke zaken mogelijk is. „Vragen over de zin van het bestaan of wat er gebeurt na de dood vormen aanknopingspunten voor een gesprek over geloof”, zegt Gootjes.

De diversiteit aan gasten zorgt ervoor dat de geestelijk verzorger vaak heel laagdrempelig het gesprek moet insteken, vult zorgmanager Marieke ter Horst-van Oord aan. Tijdens het multidisciplinaire teamoverleg is er behalve voor de lichamelijke en psychosociale behoeften ook nadrukkelijk aandacht voor de geestelijke zorg, vertelt ze. „Zijn er op dat terrein vragen, dan bespreken we wie dit het beste kan oppakken: een verpleegkundige of de geestelijk verzorger.”

Geregeld krijgt Kuria bewoners met een rooms-katholieke achtergrond die weinig binding meer hebben met de eigen parochie, maar die voor het overlijden nog wel de ziekenzalving willen ontvangen. „In zo’n geval kunnen wij de parochie bellen en de pastoor komt dan langs. Ook de imam komt hier wel binnen.”

Ontlasten

Hospice Kuria biedt zogeheten hoogcomplexe zorg. Gootjes: „Wij bieden plaats aan mensen die intensieve zorg nodig hebben en waarbij de mogelijkheid op complicaties bestaat.” Het multidisciplinaire behandelteam bestaat uit een huisarts, een fysiotherapeut, een anesthesioloog voor de pijnbestrijding, een maatschappelijk werker, een geestelijk verzorger, verpleegkundigen en verzorgenden.

Het pand op de hoek van het Valeriusplein telt tien bedden. Daarvan zijn er negen bedoeld voor mensen in de laatste levensfase en één voor crisisopname en respijtzorg: tijdelijke opname om mantelzorgers te ontlasten. „Gemiddeld zijn bewoners hier drie weken”, zegt Ter Horst.

Ondersteuning

Naast het werk in de hospice biedt Kuria ook buddyzorg: vrijwilligers die cliënten bijstaan die ongeneeslijk ziek zijn en thuis wonen. De circa zestig vrijwilligers die buddyzorg verlenen, worden door de zorgcoördinator van Kuria getraind. Het gaat hier om psychosociale ondersteuning en begeleiding, legt Gootjes uit. „Buddycliënten vinden het prettig om een uitlaatklep te hebben bij deze mensen, want dan hoeven ze familie en vrienden er niet mee te belasten. Ook kunnen ze bij hen terecht voor vragen. We doen dit nu zo’n vijftien jaar.”

De vrijwilligers begeleiden tegenwoordig ook mensen die een tijdlang bij het Leger des Heils hebben gewoond en weer op eigen benen komen te staan. „Met de buddyzorg willen we terugval voorkomen.”

Achtergrond

In de hospice zelf zijn ongeveer 130 vrijwilligers actief. „Waar de vrijwilligers voor buddyzorg aan één cliënt worden gekoppeld, zijn de vrijwilligers in de hospice er voor alle bewoners”, merkt Ter Horst op.

Met betrekking tot vragen rond het levenseinde heeft Kuria een duidelijk standpunt: „Euthanasie wordt hier niet toegepast. Al bij de intake wordt dat besproken”, zegt Gootjes. Hij weet uit ervaring hoe belangrijk het is om het gesprek hierover aan te gaan, juist als patiënten voor opname een wens tot euthanasie hebben uitgesproken of vastgelegd. „We zeggen dan niet: u bent niet welkom. Het is wel belangrijk om in zo’n geval serieus het gesprek aan te gaan en goed door te vragen naar de achtergrond van die wens. Het kan zijn dat iemand eigenlijk bedoelt: ik wil niet meer worden gereanimeerd of ik wil geen antibiotica of geen ziekenhuisopname meer. We geven in zo’n gesprek ook altijd aan wat we wél willen en kunnen doen en geven uitleg over palliatieve sedatie.”

>>digibron.nl/laatstefase

Dit is het tweede deel in een serie van vijf artikelen over hospicezorg in Nederland.


„Voeding kan een laatste strohalm zijn

Het beleid rond eten en drinken kan zorgmanager Marieke ter Horst-van Oord kort samenvatten: de wensen van de bewoner staan voorop. „Wat mensen lekker vinden is belangrijker dan wat gezond is. Het gaat erom dat ze er plezier aan beleven.”

Het ontbijt en de lunch worden niet op bepaalde tijden geserveerd, vertelt Ter Horst. Iemand mag slapen zo lang hij wil. Op het moment dat hij of zij aangeeft een boterham of een schaaltje pap te willen eten, wordt daarvoor gezorgd.

Het tijdstip van het avondeten staat wel vast: de warme maaltijd wordt om 6 uur geserveerd. Vrijwilligers koken dan een standaardmenu –aardappelen-groente-vlees– en een variatiemenu, bijvoorbeeld macaroni. „Per dag kijken we hoeveel mensen er mee-eten.”

Als het einde nadert, kan het zijn dat iemand alleen nog soep met een cracker eet of een aantal keer per dag wat havermout, vertelt Ter Horst. „Soms zijn het nog maar hapjes.”

In de laatste fase heeft eiwitrijke drinkvoeding, die kankerpatiënten vaak krijgen om na chemotherapie op krachten te komen, geen toegevoegde waarde meer. „Aansterken hoeft hier niet meer. Je moet mensen daar soms op wijzen”, is de ervaring van de verpleegkundige. „We bieden het aan als iemand dat prettig vindt, maar in de laatste fase kan de eiwitrijke drank te veel zijn, te zwaar. In zo’n situatie is mijn advies: eet wat je lekker vindt en geniet daarvan.”

Wanneer de behoefte aan vast voedsel afneemt, krijgen bewoners in Kuria in principe geen sondevoeding. „Als hier sondevoeding wordt gegeven, is dat meestal omdat mensen de sonde al hebben bij opname. Bijvoorbeeld omdat ze een grote tumor hebben in het hoofd-halsgebied.”

Heeft iemand geen behoefte meer aan voedsel, dan is het belangrijk om de bewoner en de familie te informeren over het natuurlijk verloop in deze fase van het ziek zijn. Iemand kan veel betekenis geven aan eten, is de ervaring van Ter Horst. „Voeding is soms een laatste strohalm waaraan iemand zich vastklampt. Het kan helpen om te benadrukken dat iemand overlijdt aan de ziekte, niet aan het niet eten.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 december 2014

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Kuria ontvangt alle rangen en standen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 december 2014

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken