Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een Bijbel voor iedereen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een Bijbel voor iedereen

9 minuten leestijd

Een Bijbel voor iedereen. Dat was het streven van het Nederlands Bijbelgenootschap, dat in 1814 werd opgericht.

Doel van deze Bijbelverspreiding was het verlichtingsideaal, om van arme Nederlanders betere burgers te maken. De Bijbel als cultuurboek moest Nederland opstoten in de vaart der volkeren. Zo vat prof. dr. Fred van Lieburg, hoogleraar geschiedenis van het Nederlands protestantisme aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, het doel van het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) samen. Deze week verscheen van zijn hand het jubileumboek ”De wereld in. Het Nederlands Bijbelgenootschap 1814-2014”.

De oprichting van het Nederlands Bijbelgenootschap had een lange voorgeschiedenis, vertelt prof. Van Lieburg in zijn woonplaats Dordrecht. „Was het religieuze leven voorheen vooral ingebed in de kerk, in de achttiende eeuw ontstonden er genootschappen die zich richtten op zending en evangelisatie. In 1798 werd in Nederland –toen de Bataafse Republiek– het Nederlandsch Zendelinggenootschap (NZG) opgericht.” Aan buitenlandse zending kon dit genootschap weinig doen omdat de Fransen de overzeese gebiedsdelen in handen hadden. Daarom richtte dit genootschap zich in eerste instantie op evangelisatie in Nederland.

De oprichting van het NBG werd gestimuleerd door het al bestaande Britse Bijbelgenootschap. De Britse ambassadeur die met koning Willem I in november 1813 in Scheveningen voet aan wal had gezet, legde samen met de predikant van de Engelse gemeente in Amsterdam contacten om het NBG van de grond te krijgen. Van Lieburg: „De Bijbel moest een bindmiddel worden voor alle christenen, dus ook voor rooms-katholieken. Zij deden echter uiteindelijk niet mee, omdat de kerkleiding fel gekant was tegen de bijbelgenootschappen. Het verlichte idee dat Bijbellezen leidt tot beschaving, lag ten grondslag aan het NBG. Verlichting en vroomheid trokken in die beginjaren samen op.”

De eerste uitgave van het NBG was er een van de Statenvertaling zonder kanttekeningen. „Het genootschap dacht dat een uitgave mét de kanttekeningen te veel zou leiden tot toespitsing op een bepaalde groep, met name orthodoxe protestanten.”

Waardoor drukte het Britse Bijbelgenootschap zo’n stempel op het NBG?
„Voor de duidelijkheid: er bestond geen hiërarchische verhouding tussen de twee. Maar de Engelsen hadden een voorsprong in het benaderen van het volk buiten de kerk om, denk maar aan het achttiende-eeuwse methodisme. Verder waren ze rijk en hadden ze de Bijbelverspreiding slim opgezet. Ook aan een gezonde ondernemersgeest en een goed netwerk ontbrak het hun niet. Zo werkten ze samen met piëtistische kringen in Europa, denk aan lutherse groeperingen in Duitsland en Zwitserland.”

Het NBG kreeg een gezicht in plaatselijke afdelingen, met name in grote steden. Eens per jaar was er in Amsterdam een landelijke vergadering van de afdelingen. Predikanten –hervormden, maar ook luthersen en doopsgezinden– zaten meestal aan het roer. Maar ook zakenlieden en politici waren erbij betrokken. Iemand met veel kennis van zaken was bijvoorbeeld grondwetschrijver Gijsbert Karel van Hogendorp. Hij ontwikkelde een visie op zending en Bijbelverspreiding in de koloniën, met name in Nederlands-Indië. Zijn ideaal was dat alle volken in de archipel een Bijbelvertaling zouden krijgen, om zo het christendom te verbreiden en daarmee ook de welvaart te bevorderen. In 1823 begon het NBG daarom Bijbelvertalers op te leiden en die vervolgens naar de Oost te sturen.

In Indië stuitten Bijbelvertalers op verschillende problemen.
„In gebieden waar veel moslims woonden, werkte de Nederlandse overheid in Indië Bijbelverspreiding tegen. Zendelingen mochten niet aan de slag gaan, omdat hun werk voor onrust zou zorgen en de politieke stabiliteit in gevaar zou brengen. Een vreemde situatie, want officieel heerste er godsdienstvrijheid in het Koninkrijk der Nederlanden, terwijl het Indische gouvernement Bijbeluitgaven zelfs confisqueerde.

Verder duurde het vertaalwerk vaak veel te lang. Het kwam voor dat een vertaling vijftig jaar op zich liet wachten, om vervolgens vruchteloos te blijken omdat zending in dat gebied door tegenwerking van moslims niet mogelijk was.

De Bijbelvertalers waren echte wetenschappers en deden hun werk heel nauwgezet, in tegenstelling tot de makers van de zogeheten zendingsvertalingen. Er waren er onder hen die meer taalliefhebber waren dan Bijbelvertaler. Herman Neubronner van der Tuuk bijvoorbeeld, een heel beroemde vertaler, was praktisch atheïst.”

Was er een groot verschil tussen het NBG en andere Europese genootschappen?
„Absoluut. Het NBG was van mening dat je de Bijbel pas moet vertalen als je taalkundig alles op orde hebt. Bijbelvertalers maakten daarom woordenboeken en schreven studies naar de cultuur, de voorlopers van antropologische studies. In andere landen vond men dat een Bijbelvertaling die bijvoorbeeld door een zendeling was gemaakt, direct moest worden uitgegeven, ook al was deze niet helemaal van de gewenste kwaliteit.”

Zijn die kwaliteitseisen 200 jaar lang hoog geweest?
„Het is een sterke NBG-traditie om wetenschap en Bijbelvertaalwerk dicht bij elkaar te houden. Dit werkte ook wel in het nadeel van het genootschap, omdat de eerder genoemde zendingsvertalingen heel populair waren onder de bevolking, veel meer dan de studeerkamervertalingen van het NBG. Deze waren wel taalkundig verantwoord, maar hadden niet altijd oog voor het levende taalgebruik in een bepaald gebied.”

Hadden de Bijbelvertalingen in Nederlands-Indië succes?
„Of ze hebben bijgedragen aan de zending en de groei van kerken waag ik te betwijfelen. Er is wel een ontwikkeling te zien. Het NBG heeft zich namelijk ook ingezet voor met een Maleise Bijbeluitgave, de zogenaamde Klinkertbijbel. Deze heeft een brede verspreiding gehad. Uiteindelijk was dit zelfs de basis voor de huidige officiële Bijbelvertaling, de Bahasa Indonesia.”

Ondertussen vonden in Nederland verschillende herzieningen van de Statenvertaling plaats.
„De Statenvertaling was allang aan herziening toe, maar de Hervormde Kerk waagde zich er niet aan uit angst voor verdeeldheid. In 1832/’33 zie je dat een boekdrukker, Thieme in Arnhem, een uitgave in de nieuwe spelling verzorgt. Hij had er een zeker succes mee, maar wel buiten het NBG en de kerk om. In 1846 komt het NBG met een herziening waarmee het het vertrouwen onder een groot deel van het protestantse kerkvolk verspeelt. Dit komt mede door de later gepolariseerde discussie over het schrijven van Heer of Heere.

De herziening met het meeste succes is de zogeheten Jongbloedbijbel uit 1886. Vanuit het oogpunt van marketing zou het goed zijn geweest als het NBG hier zijn naam aan had verbonden. Het was een onomstreden maar waarschijnlijk best ingrijpende herziening. De aanpassingen zijn eigenlijk nog nooit goed onderzocht.”

Het succes van de Jongbloedbijbel duurde in ieder geval tot 1951, toen de Nieuwe Vertaling van het NBG op de markt kwam. „De Jongbloededitie werd toen door een groot deel van de protestanten vervangen door deze vertaling. In de jaren zestig ontstond er een tegenbeweging die leidde tot de oprichting van de Gereformeerde Bijbelstichting (GBS). Deze wees de Nieuwe Vertaling af en streefde naar een zuivere editie van de Statenvertaling, uiteindelijk gebaseerd op de uitgave van de weduwe Van Ravenstein uit 1657.”

Had het NBG de opkomst van deze tegenbeweging kunnen voorkomen?
„Het genootschap had er goed aan gedaan om in 1951 ook te komen met een klassieke uitgave van de Statenvertaling. Daar was toen echter de tijd niet rijp voor. Het NBG was van mening dat het één Bijbeluitgave moest presenteren. Desondanks of misschien wel daardoor is het een verwarde markt geworden.”

Waaraan heeft een Bijbeluitgave zijn succes te danken?
„Veel uitgaven in het verleden waren vlees noch vis. De Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004 en de Herziene Statenvertaling uit 2010 zijn, wat je er ook van vindt, een succes. Dat komt doordat er aan beide uitgaven een goed doordacht plan ten grondslag ligt. De vertalers en herzieners voeren hun vastgestelde uitgangspunten consequent door. Dat is een belangrijke factor.”

In de laatste alinea van ”De wereld in” schrijft prof. Van Lieburg over het NBG: „In 2014 werd het mission statement aangepast tot het ”dichtbij” brengen van de Bijbel bij mensen „voor wie de Bijbel relevant is.” Met deze koerswijziging waagde het NBG zich aan de meest expliciete relativering van de impliciete missionaire doelstelling in tweehonderd jaar.”

Een gevoelige alinea.
Van Lieburg: „Dat relevant zijn van de Bijbel vind ik theologisch nogal flets geformuleerd. Ook al is het NBG nooit een organisatie geweest met een expliciet christelijke grondslag –maar meer een instituut ter verspreiding van een boek– toch is het genootschap afhankelijk van een christelijke achterban. Momenteel blijft vooral een orthodoxe achterban over, die graag ziet dat het evangelische net wijd wordt uitgegooid. Nu het NBG zijn missionaire veren afschudt, wordt dat niet door iedereen begrepen. Dat heeft zich gewroken in het gesteggel om de toegankelijkheid van de webversie van de Bijbel eind vorig jaar.”

Wat leert de geschiedenis van de NBG Bijbelvertalers anno 2015?
„Houd je bij de tekst en beperk commentaar tot een minimale toelichting van het textuele, dus van woorden en begrippen. Dat was altijd het uitgangspunt van het NBG. Ik vind dat idee van eerbied voor de tekst waardevol. e uitgave van diverse uitlegbijbels met toevoegingen uit aller- lei bronnen en van allerlei instanties getuigen wat mij betreft van weinig eerbied voor de tekst als tekst. Hoe subcultureel wil je zijn? Er ontstaan hierdoor ook vervelende discussies over leerstellingen of ethische standpunten die je niet tussen je bijbelkaften wil hebben. Voordat je in een Bijbeluitgave iets zegt over de hedendaagse toepassing van Bijbelteksten zou ik willen zeggen: Zorg eerst maar dat je weet wat er staat in het Hebreeuws, Aramees en Grieks van een paar duizend jaar geleden.”

”De wereld in. Het Nederlands Bijbelgenootschap 1814-2014”, Fred van Lieburg; uitg. Prometheus, Amsterdam, 2015; ISBN 978 9035 140 63 9; 391 blz.; € 39,95.


Het duurde even, maar enkele dagen na zijn inhuldiging werd duidelijk dat koning Willem-Alexander –net als zijn moeder– beschermheer van het Nederlands Bijbelgenootschap zou worden. Hij trad daarmee in een lange traditie. Alle regerende Oranjevorsten zijn beschermheer geweest, of een ander prominent lid van het koningshuis zoals de regentes koningin-moeder Emma. Volgens prof. Van Lieburg toonde koningin Wilhelmina de meeste betrokkenheid bij het NBG. „Ter gelegenheid van haar huwelijk ontving ze een boekenkast met alle Indische Bijbelvertalingen. Ook ontving ze regelmatig een delegatie van het NBG op Paleis Het Loo om zich te laten informeren over het koloniale Bijbelwerk.”

Veel schade kan het beschermheerschap van een genootschap als het NBG een vorst niet berokkenen, meent prof. Van Lieburg. „Het is een min of meer oecumenische instelling die naast het christelijke ook het joodse belang dient. Verder is de Bijbel ook een cultuurboek, wat de keuze voor een beschermheerschap in deze tijd even relevant maakt als het beschermheerschap van een andere culturele instelling.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 2015

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Een Bijbel voor iedereen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 2015

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken