Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zoeken naar een passende plek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zoeken naar een passende plek

7 minuten leestijd

Passend onderwijs? „Hadden we al! Toch weten betrokkenen binnen het reformatorisch onderwijs nog verschillende aandachtspunten te noemen: hoe gaan onderwijs en jeugdzorg samenwerken, hoe pakken de gemeenten hun nieuwe taken op, hoe bieden we álle zorgleerlingen reformatorisch onderwijs en hoe kan de school een jongere zo snel mogelijk bij de hulpverlener krijgen als dat nodig is?

Het Reformatorisch Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs, het Hoornbeeck College en Samenwerkingsverband Christelijke Jeugdhulp confereren vrijdag over het samen optrekken van scholen en jeugdzorg in het zoeken van passende oplossingen voor leerlingen die extra zorg nodig hebben.

Sinds 1 augustus is de Wet passend onderwijs van kracht. Die bepaalt dat ouders hun kind –ongeacht de hulp die hij of zij nodig heeft– bij een school kunnen aanmelden, waarna die school verplicht is mee te denken en te zoeken naar de beste plaats voor deze leerling. Dit heeft naar verwachting tot gevolg dat gewone scholen voor basis- en voortgezet onderwijs vaker leerlingen met leer- of gedragsproblemen een plaats geven.

Gemeenten

De uitdenkers van het wetsvoorstel kregen veel kritiek te verduren. Passend onderwijs zou leiden tot slechter onderwijs, omdat leerkrachten de zorgleerlingen er moeilijk bij kunnen hebben.

„Passend onderwijs was vooral een financiële operatie waarbij de overheid het budget voor speciale zorg heeft bevroren en vervolgens de regie heeft gegeven aan het onderwijsveld”, zegt B. Vonk, beleidsmedewerker van het Wartburg College in Rotterdam en Dordrecht. „De meeste scholen –in ieder geval wij– hebben daarop ingespeeld door al eerder afspraken te maken met het speciaal onderwijs.” De zorg voor leerlingen was dan ook goed geregeld voordat de wet van kracht werd.

„Veel spannender” noemt Vonk het thema van de conferentie in Amersfoort, ”Passend verbinden”. Scholen hebben een ondersteuningsstructuur en zijn daardoor klaar om de verbinding met jeugdzorg te maken. Het is vooral spannend wat de gemeenten gaan doen. Die hebben de regie van de jeugdhulp gekregen. Ze zijn druk bezig dat te regelen en betrekken het onderwijs daarbij. „Of het ook echt gaat werken, zal de tijd moeten leren.”

Trajectgroepen

Ook J. Rozendaal, staffunctionaris leerlingenzorg aan het Driestar College in Gouda, Leiden en Lekkerkerk, geeft aan dat zijn school al veel in leerlingenzorg investeerde voordat de overheid tot passend onderwijs verplichtte.

„Vooruitlopend op 1 augustus 2014 hebben we onze basisondersteuning en extra ondersteuning geformuleerd. Na goedkeuring door de school en het samenwerkingsverband zijn deze gepubliceerd in de schoolgids en op de website van de school. Elke ouder kan zien welke ondersteuning er geboden kan worden.

Vervolgens is er een zorgloket ingericht, waar de vragen terechtkomen die de zorgcoördinator van de afdeling of locatie niet alleen kan beantwoorden. In de bespreking wordt dan uitgegaan van de ondersteuningsbehoefte van de leerling.”

Leerlingen die met extra ondersteuning niet in een reguliere klas kunnen functioneren vanwege hun belemmeringen, kan het Driestar College plaatsen in een van de trajectgroepen. „Daarin zitten leerlingen met vormen van autisme, ADHD, NLD, hechtingsproblematiek et cetera. In een groep van maximaal tien leerlingen volgen ze een individueel programma met veel begeleiding.”

Nu de school dit zo mag en kan organiseren, is verwijzing naar het speciaal onderwijs een zeldzaamheid geworden, stelt Rozendaal vast. „Voorheen had de leerling een cluster 4-indicatie nodig om in een trajectgroep geplaatst te kunnen worden. Nu bepalen we als school in overleg met de ouders wat de beste plek voor hun kind is.”

Een andere verandering: „Nu de leerlinggebonden financiering (het rugzakje) verleden tijd is, vertrekken de ambulant begeleiders uit de school. Momenteel wordt een aantal collega’s opgeleid tot intern begeleider. Expertise die we nog niet zelf in huis hebben, kopen we in. Dat doen we bijvoorbeeld voor de begeleiding van leerlingen met specifieke ziektebeelden of handicaps.”

Ondersteuning

Drs. W. K. Petersen, portefeuillehouder passend onderwijs aan het Hoornbeeck College in Amersfoort, constateert dat het niets nieuws is om studenten onder- wijs te geven dat bij hen past. „Tijdens intakegesprekken bespreek je met de jongere welke opleiding hij of zij het best kan volgen. Er is al jaren een zorg- team dat studenten psychosociale begeleiding biedt. Ook wanneer er steun vanwege studie of handicap nodig is, is er begeleiding.”

Toch bracht de invoering van passend onderwijs veranderingen. „De overdracht van leerlingen door het voortgezet onderwijs aan het mbo is verbeterd. Bij de intake bespreken we concreter of een opleiding en beroep wel bij de jongere past.”

Het zorgteam heet nu ondersteuningsteam. „We werken vanuit een andere visie: welke ondersteuning heeft de student nodig? Niet zorgen, omdat er een indicatie is gesteld met een aantal daaraan gekoppelde klokuren, maar de student respecteren in wat hij of zij wel kan en vervolgens bepalen welke steun er nog nodig is. Dat komt zijn zelfvertrouwen ten goede.”

Een speerpunt van de mbo-school is preventie. „We bieden SOVA (sociale vaardigheden), trainingen zelfvertrouwen en faalangsttrainingen aan. Voor studenten met gedragsproblemen zijn er emotieregulatietrainingen. Ondersteuning bij dyslexie was er al, maar er is nu ook steun beschikbaar voor studenten met rekenproblemen.”

Alle studieloopbaanbegeleiders (slb’ers) zijn zich nu meer bewust van hun signaleringsfunctie, stelt Petersen. „We hebben hier een praktisch protocol voor ontwikkeld. De slb’er begeleidt een student naar de volwassenheid. Daarbij gaat het niet alleen over de lessen en stage, maar ook over de persoonlijke ontwikkeling. Ook aan verzuim wordt aandacht gegeven.”

Aandachtspunten

Er kan nog het nodige worden verbeterd, signaleert de woordvoerder van het Hoornbeeck College. Studenten maken de omslag van zorg naar ondersteuning niet altijd mee. „Die omslag is overigens ook in het voortgezet onderwijs gaande. Toch zien we nog vaak dat studenten en ouders verwachten dat we voor studenten zorgen in plaats van hen te ondersteunen op weg naar het beroep waarin een jongere zelfstandig zal moeten functioneren.”

Een aandachtspunt is volgens Petersen ook dat de school de jongeren met een hulpverleningsvraag niet direct kan doorverwijzen naar de reguliere hulpverlening. „We hebben daarvoor wel de expertise, maar alleen hun huisarts of praktijkondersteuner mag doorverwijzen. Er gaat soms (te) veel tijd overheen voordat een student bij de juiste hulpverlener terechtkan. Als christelijke school kun je ervoor zorgen dat iemand bij een christelijke hulpverlener terechtkomt.”

Dit is het eerste deel van een tweeluik over passend onderwijs. Donderdag deel 2.


Grenzen aan de zorg

Ook in het primair onderwijs worden de veranderingen als gevolg van de Wet passend onderwijs gerelativeerd. „Het heeft ons niet veel veranderingen gebracht, omdat wij bijna alle kinderen al een passende plek met bijbehorende begeleiding konden geven”, zegt P. Dirksen, directeur van de Rehobothschool in Geldermalsen. „Er zijn wel meer kansen gecreëerd om thuisnabij onderwijs te bieden.”

Als grote basisschool is het gemakkelijker om externe expertise binnen te halen dan voor een enkele leerling op een kleine school, signaleert Dirksen. „Wij hebben nu een mediumvoorziening cluster 2. Dat betekent extra begeleidingsmogelijkheden voor kinderen met een taalontwikkelingsstoornis.”

Berséba, het reformatorisch samenwerkingsverband van primair en speciaal onderwijs, loopt tegen grenzen aan, stelt de Geldermalsense schoolleider. „Jantine –de naam is fictief– is een meisje dat bij ons op school zat. Zij heeft een gemiddelde intelligentie, maar een vorm van epilepsie in combinatie met hypermobiliteit, psychomotorische ontwikkelingsproblematiek, obesitas, een zeer geringe communicatieve zelfredzaamheid enzovoorts. Ze kan niet omgaan met tijdsdruk en heeft gespecialiseerde fysiotherapie, logopedie, zwemles en een zeer rustige en gestructureerde omgeving nodig.”

Het welbevinden van Jantine ging vanaf begin groep 6 snel achteruit. Ze voelde zich een uitzondering en ging steeds meer lijden onder haar beperkingen. Samen met ouders en de ambulant begeleider cluster 3 is gekeken wat er voor Jantine nodig was. Ze zou nog twee jaar terechtkunnen in het speciaal basisonderwijs in Ochten.

„Echter, voor de periode daarna biedt het reformatorisch onderwijs op dit moment nog geen passende plek”, zegt Dirksen. „Daarom is nu gekozen voor een overstap naar een mytylschool in ’s-Hertogenbosch. Jantine wordt daar enorm goed opgevangen, maar zij krijgt nu op een openbare school onderwijs. Dit is voor Jantine, haar ouders en ons als school schrijnend.” De landelijke samenwerkingsverbanden zullen er volgens Dirksen verder in moeten investeren om een volledig dekkend netwerk te creëren, ook voor het voortgezet onderwijs.

Afgelopen woensdag hield het samenwerkingsverband Berséba voor de regio Midden een werkconferentie waarbij onder meer gesproken is over ‘witte vlekken’ in het onderwijs- en zorgaanbod. Het is een onderwerp dat Berséba voor het hele samenwerkingsverband aan de orde stelt.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 10 februari 2015

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Zoeken naar een passende plek

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 10 februari 2015

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken